Kroniek

door JACE van de Ven beeld Joep Eijkens

Gespiegelde Stad, staat er op het omslag. En dat is wat het is, een poëtische kroniek van de woonplaats waarvan hij van 2013 tot en met 2015 stadsdichter was. Jasper Mikkers; hij brengt twee markante Tilburgers die in die periode overleden weer tot leven, schrijft over verlies, vrede en bevrijding, wijst op de nog steeds bestaande armoe en ontdekt nooit beschreven stukjes stad en natuur.

Wat zeg ik? Brengt hij twee markante Tilburgers tot leven? Het zijn er vier, want Vlekkie en Spekkie, twee door de gemeenschap opgevoede Bentheimer varkens die na een jaar van vertroetelen geslacht en gegeten werden, krijgen zelfs twee teksten. Eén gedicht beschrijft hun lot en in het ‘Lied voor de gevoelige vleeseter’ komen zij zelf aan het woord. Die laatste tekst is een voor iedereen toegankelijke liedtekst die het verdient om op muziek gezet te worden.

Na lezing van de bundel besef ik dichter tot twee jaar geschiedenis van Tilburg doorgedrongen te zijn dan wanneer ik alle exact genoteerde feiten gelezen zou hebben. Mikkers maakt van elke waarneming een gewaarwording, men ziet niet alleen wat er gebeurde, men voelt het ook. Voor een mens van vlees en bloed is de kale rede niet genoeg, hij wil wat gevoel erbij om zijn eigen geschiedenis te kunnen verteren. Zelfs al zou hij in het geheel niet of op heel andere wijze geëmotioneerd zijn geraakt door de zaken die de dichter oprakelt. Iedere Tilburger zou Mikkers’ bundel moeten lezen.

In Den Bosch hebben ze iemand die het ook niet bij de kale rede laat. Hij heet daar geen stadsdichter, maar stadschroniqueur. Dat is volgens zijn opdracht iemand ‘die het alledaagse leven op een aantrekkelijke wijze ontsluit en alledaagse zaken begrijpelijk maakt. En een diepere betekenis geeft aan triviale zaken in de stad.’ Geen geringe taak, want met iemand als burgemeester Rombouts in de gelederen zijn er in Den Bosch nogal wat triviale zaken aan de orde.

Gelukkig vult Eric Alink, de Bossche stadschroniqueur, dat ‘op een aantrekkelijke wijze’ niet op ouwejongenskrentenbroodachtige manier in, maar gaat hij op een heel eigen manier op zoek naar het wezenlijke achter de gebeurtenissen en naar wat ze voor een mens kunnen betekenen. Dat levert soms debat in het openbaar op, debat dat er anders niet geweest zou zijn. Iedere Bosschenaar zou Eric Alink altijd moeten lezen.

De feiten om ons heen moeten besproken worden, opdat ze draagwijdte krijgen. Om precies te weten wat ze hebben aangericht. Dat kan heel goed gebeuren door dichters die zich voor de gelegenheid niet te hermetisch gedragen, of door stadschroniqueurs die dat niet per se op al te aantrekkelijke wijze willen doen. Maar het kan zelfs al heel simpel. In het archief van Midden-Brabant (‘Regionaal Archief Tilburg’) zit een schriftje van ene Kees Smulders die aan het eind van de negentiende eeuw heel eenvoudig noteerde wat er om hen heen gebeurde: de feiten krijgen opeens vorm, smaak en geur.

Rond 1980 hebben enkele West-Vlaamse journalisten uit de mond van hen die het nog hadden meegemaakt, in het boek Van de Grote Oorlog opgetekend hoe zij de Eerste Wereldoorlog ervaren hadden. De passage uit dat boek die ik me het meest herinner, is het verhaal van een boerin over de eerste aanval met gifgas, dat zij besluit met zoiets als: ‘Maar niet alleen die soldaten, ons koeien waren ook dood, meneer.’

Dat pakte me onmiddellijk, zoals de bundel van Mikkers dat doet en de schrijfsels van Alink. Een kroniek is meer dan een kroniek. En het krijgt navolging. Inmiddels zie ik in de Tilburgse krant Berny van de Donk onder het epitheton ornans ‘stadschroniqueur’ ook op aanstekelijke wijze bezig met het beschrijven van wat er om ons heen gebeurt.

© Brabant Cultureel – december 2015