Prachtig boek over historische landkaarten van West-Brabantse polders

De noordwesthoek van Noord-Brabant bestaat uit een relatief jong polderlandschap waarvan in de periode dat de polders nieuw waren in 1565 en in 1590 twee gedetailleerde landkaarten werden gemaakt. Tot voor kort waren die kaarten nauwelijks toegankelijk, maar nu is er een prachtig boek met grote reproducties van de zogenaamde Gastelse Kaart en de Mauritskaart en met gedetailleerde informatie.

door Lauran Toorians

Oude landkaarten worden door veel mensen gewaardeerd, omdat ze vaak decoratief zijn, omdat je er in gedachten op kunt ronddwalen in onbekende werelden en omdat ze iets vertellen over het landschap – liefst natuurlijk de eigen omgeving – ‘zoals het was’. Een kaart is daarmee ook een historische bron die informatie in zich draagt. Informatie die vaak uit andere bronnen niet kan worden gehaald. Bovendien lijkt een kaart al snel veel toegankelijker dan een willekeurig archiefstuk in een moeilijk leesbaar handschrift en in ouderwetse (of vreemde) taal. Dat is maar deels waar, want ook een kaart is een interpretatie van een werkelijkheid en om alle informatie uit een kaart te kunnen halen, is leren lezen ook in dit geval nodig.

Het dorp Oud-Gastel en Kuivezand op de Gastelse Kaart uit 1565.

Zout
Het interessantst zijn oude kaarten natuurlijk daar waar het landschap in de loop van de tijd flink is veranderd. In het noordwesten van Noord-Brabant is dat beslist het geval. Tot ver in de middeleeuwen bevonden zich hier uitgestrekte venen. Uit veen valt turf te winnen en doordat het veen in West-Brabant erg zilt was, ook zout. Het is nu moeilijk voor te stellen, maar in de middeleeuwen werd een plaats als Zevenbergen zo een belangrijk centrum van zoutwinning en zouthandel. Door deze activiteiten daalde het maaiveld echter drastisch, en dat in een periode dat stormvloeden toenamen. Tussen ongeveer 1250 en 1421 verdronk hierdoor vrijwel de hele noordwesthoek van de huidige provincie. 1421 Is het jaar van de grote Sint-Elisabethsvloed die diep in het rivierengebied binnendrong en waaraan we de Biesbosch hebben overgehouden.

Na die watersnoodramp van ongekende omvang werden bedijkingsprojecten opgezet om waar mogelijk het verloren land weer terug te winnen. In het gebied ten westen van Zevenbergen en ten noorden van Gastel werd daar echter niet meteen haast mee gemaakt. Hier lag een soort waddengebied met diepe getijdengeulen tussen slikken en schorren die deels alleen bij springvloed nog onder water liepen. De dagelijkse getijdenwerking bracht hier steeds meer sediment op en dat was vruchtbare klei. De natuur werd hier zo lang mogelijk vrij gelaten en het bedijken en inpolderen begon pas nadat deze opslibbing zo optimaal mogelijk was en er dus een maximaal areaal aan goede landbouwgrond kon worden gewonnen.

Het dorp Roosendaal met twee windmolens, de kerk in het middel en het turfhoofd waar de turfvaart vanuit Rucphen aansluit op de Roosendaalse Vliet. Detail van de Mauritskaart uit 1590.

Precies dat proces laten de twee grote landkaarten uit 1565 en 1590 goed zien. De oudste, bekend als de Gastelse Kaart, laat polders zien die op dat moment nog maar net waren bedijkt en ingericht. De Mauritskaart uit 1590 toont min of meer hetzelfde landschap, maar dan een generatie later en al een stuk meer ingericht en in gebruik genomen. De kaarten, de oudste op perkament, de andere op papier, zijn groot (tot zo’n twee bij twee meter) en de Mauritskaart bestaat tegenwoordig uit losse vellen. Dat maakt de originelen van beide kaarten lastig te hanteren, nog afgezien van hun kwetsbaarheid.

Doorgewinterd
Willem van Ham (1937) en Karel Leenders (1946) zijn twee doorgewinterde kaartlezers die deze regio en de geschiedenis daarvan kennen als hun broekzak. Van Ham was lang stadsarchivaris in Bergen op Zoom en deed onderzoek naar allerlei aspecten van het Markizaat en Leenders doet al bijna zijn leven lang onderzoek naar de geschiedenis en de historische geografie van West-Brabant (en inmiddels vele gebieden daarbuiten). Samen verzorgden zij nu bij deze twee befaamde, maar relatief onbekende kaarten een uiterst handzame toelichting. Eerst wordt in twee hoofdstukken van elke kaart afzonderlijk de ‘topografie’ en de ‘cartografie’ beschreven. Bij de topografie wandelen we met behulp van detailfoto’s van de kaart van plaats naar plaats en krijgen we informatie over wat daar allemaal is te zien. Bij de cartografie krijgen we gedetailleerde uitleg over de kaarten zelf, wie ze heeft gemaakt en wanneer, waar ze worden bewaard, hoe nauwkeurig en betrouwbaar ze zijn en wat de bijzondere kenmerken zijn.

Twee landmeters aan het werk vormen een miniem detail op de Gastelse kaart uit 1565.

Vervolgens is er een hoofdstuk dat opent met in een notendop de relevante geschiedenis van het kaarten maken en vervolgens specifiek voor deze kaarten hoe zij zijn gemaakt. Hier zien we dus de zestiende-eeuwse landmeters en kaartenmakers aan het werk. Dit heldere hoofdstuk is zelfs nuttig voor wie niks met West-Brabant heeft, maar wel graag naar oude kaarten kijkt. Een volgend hoofdstuk gaat niet zozeer over de kaarten, maar over het landschap zelf. Hier wordt helder beschreven hoe natuur en mens – voor zover die niet zelf ook al tot de natuur behoort – elkaar beïnvloeden en hoe behalve ondernemende boeren ook de politiek hierin een rol heeft gespeeld. Wie wil begrijpen waarom de omgeving van Willemstad en Klundert er zo anders uitziet dan de rest van Noord-Brabant, vindt hier antwoorden.

Tafelvullend
Tot slot is er een literatuurlijst en zijn er lijsten met de namen die op beide kaarten voorkomen, zodat de lezer die ook als (historische) atlas kan gebruiken en er gericht op kan zoeken. Voor en achter in het boek bevinden zich in de kaft opgevouwen reproducties van beide kaarten op groot, tafel vullend formaat. Dat is goed voor het overzicht en deze reproducties zijn zo groot dat alles goed leesbaar is.

De vesting Klundert, alias Niervaart, in 1590. Detail van de Mauritskaart.

Wie de kaarten op ware grootte aan de muur wil hebben, kan bij de uitgever een bestelling plaatsen en ‘krijgt’ één of beide kaarten dan ‘op zeer fijn geweven doek geprint en rondom afgewerkt met een pees’ en met een bijgeleverd aluminium frame. Daarvoor moet in de buidel worden getast, want de Gastelse kaart (150 x 150 cm) kost in deze vorm vierhonderdvijftig euro, de Mauritskaart (200 x 215 cm) zeshonderdvijftig. Maar goed, wie dat kan betalen, heeft waarschijnlijk ook wel zoveel muur. Het boek met de twee opgevouwen kaarten op papier is dankzij enkele genereuze subsidies te koop voor de opmerkelijk vriendelijke prijs van net geen vijfentwintig euro.

Willem van Ham & Karel Leenders, Polders in kaart. Noord-west Brabant 1565-1590.
Zwolle: WBooks 2018, 128 pp., ISBN 978-94-625-8257-6, hb.,
€ 24,95.

 www.wbooks.com

 

 

© Brabant Cultureel 2018