Museum De Wieger toont selectie uit de interessante bedrijfscollectie van Vescom

Museum De Wieger organiseert doorgaans exposities over figuratieve kunst uit de eerste helft van de twintigste eeuw, maar besteedt nu aandacht aan de kunstcollectie van Vescom. Dat bedrijf is net als het museum gevestigd in Deurne en verzamelt kunst sinds eind jaren zestig. De moderne en hedendaagse kunstwerken die worden getoond, vertegenwoordigen andere kunststromingen dan die we gewend zijn van De Wieger.

door Irma van Bommel

Antoni Tapies, ‘Berlin Suite deel 3’, kleurenlitho, 1975, collectie Vescom.

Hendrik Wiegersma, de huisarts en schilder die woonde in het pand dat nu Museum De Wieger heet, hield van expressionistische, figuratieve schilderkunst. Dat is wat hij maakte en ook wat hij verzamelde. Aan De Stijl en Cobra had hij een broertje dood en werken van deze kunststromingen bevonden zich daarom niet in zijn collectie. Zijn zoon Pieter, die de collectie verder uitbouwde, verzamelde weliswaar wat breder, maar beperkte zich toch tot de figuratieve kunst. Maar juist met de twee stromingen die voortborduurden op De Stijl en Cobra – geometrische abstracte kunst en expressionistisch abstracte kunst – begint nu de expositie van Vescom. De expositie heet ‘Multinationals’. Dat verwijst naar de internationale bedrijfscollectie, maar kan ook verwijzen naar het internationaal opererende bedrijf.

Structuur
De expositie begint met een zaal gewijd aan de Spaanse kunstenaar Antoni Tàpies, bekend geworden om zijn materie-schilderkunst, waarbij hij – het woord zegt het al – andere materialen in zijn schilderwerk gebruikte, zoals zand en stro. Wel jammer dat hier nu net litho’s getoond worden, waardoor de voor hem zo kenmerkende structuur van die materialen in de verf niet te zien is. Het werk van Tàpies is een voorbeeld van expressionistisch abstracte kunst. In de volgende zaal zijn voorbeelden van geometrische abstracte kunst te zien van Peter Struycken, een zeefdruk, maar ook beelden van Corban Walker. Ook zien we conceptuele kunst van Ger van Elk. Van hem wordt een werk uit de jaren tachtig getoond, een met verf bedekte foto, maar in de jaren zestig al was Van Elk een van de gangmakers van de conceptuele kunst.

Ger van Elk, ‘Alkmaar’, acrylverf op foto, 1983, collectie Vescom.

Het museum heeft uit de collectie van Vescom uit ieder decennium enkele werken gekozen, om zo een dwarsdoorsnede door de kunstgeschiedenis te laten zien. De expositie is chronologisch opgebouwd naar datering van de kunstwerken. Maar juist die rangschikking geeft een vertekend beeld. Net zoals het werk van Ger van Elk hoort bij de jaren zestig-zeventig, horen ook de bekende architectuurfoto’s van Bernd en Hilla Becher in deze periode thuis. Nu hangen die foto’s tussen werk uit het eerste decennium van de twintigste eeuw, omdat ze toevallig dateren van 2006, maar vernieuwend en toonaangevend is hun formele registratie dan al lang niet meer. Het is eerder een voortzetting van een langlopend project, hun levenswerk, waarmee zij in de jaren zestig begonnen waren.

Benno Premsela, foto Philip Mechanicus.

Premsela
Benno Premsela was degene die Joop van Esch, de oprichter van Vescom, eind jaren zestig in contact bracht met kunst en met kunstenaars. Vescom produceert wandbekleding, meubelbekleding en gordijnstoffen. Het hoofdkantoor bevindt zich in Deurne, maar productievestigingen en verkoopkantoren zijn er inmiddels wereldwijd. Premsela was als ontwerper van wandbekleding en als adviseur bij Vescom betrokken. Hij stelde voor om de wandbekleding in eigen kantoren toe te passen, gecombineerd met kunstwerken, om zo de verkoop te promoten. Joop van Esch begon kunst te kopen, in het begin geadviseerd door Premsela. In de jaren zeventig werd Premsela door Pieter Wiegersma gevraagd de oude dokterswoning om te vormen tot museum. Zo vormt Benno Premsela de verbindende schakel tussen het museum en de collectie Vescom. Vandaar dat hij in de expositie geëerd wordt met een beeld, een bronzen kop van de hand van Constance Wibaut.

Motiveren
Bedrijfscollecties kwamen vanaf de jaren zestig in opmars en hadden als doel werknemers te motiveren en te inspireren. Kunstwerken verschenen niet alleen in kantoren maar ook in fabriekshallen. Met de aankoop van kunstwerken stimuleren bedrijven het kunstklimaat en daarmee ondersteunen zij dus ook de kunstenaars. Grote bedrijven zoals banken hebben kunsthistorici in dienst om de collectie op te bouwen. De verzameling van Vescom is echter door de familie Van Esch zelf samengesteld. Een duidelijke lijn is daarin niet te ontdekken. Persoonlijke voorkeur was kennelijk maatgevend, maar het vernieuwende in de kunst willen laten zien is zeker ook een drijfveer geweest.

Mary Ann Strandell, ‘Tidal’, olieverf op doek, 2010, collectie Vescom.

Joop van Esch, die in 1971 zijn bedrijf startte, droeg in 1996 de leiding over aan zijn zoon Philippe. Philippe groeide niet alleen op met het bedrijf, maar ook met de kunstcollectie. Of hij in 1996 ook meteen de kunstaankopen op zich nam, wordt in de tentoonstelling niet vermeld. Maar opvallend is dat we in de expositie vanaf die tijd meer verhalende kunst zien, kunst met een boodschap. Het betekent in ieder geval een herwaardering voor de figuratieve kunst, maar dat kan ook de tijdgeest zijn.

Wat in deze tentoonstelling opvalt is de keuze voor enkele kunstenaars die in de muziekwereld bekend geworden zijn door hun albumhoezen of door videoclips, maar die daarnaast ook spraakmakend vrij werk bleven maken, zoals de Italiaans-Canadese Floria Sigismondi. Haar fotowerk Mother and child uit 1997 toont een beangstigend droombeeld. Van de Amerikaan Raymon Pettibon, bekend van zijn ontwerpen voor platenhoezen, wordt een tekening getoond waarbij de stijl duidelijk is beïnvloed door striptekeningen.

Raymond Pettitbon, Making themselves necessary, gemende technieken op papier, 2007, collectie Vescom.

Ook de Amerikaan Charlie Roberts presenteert zijn tekeningen alsof het een stripverhaal is. Zijn werk Krapp Kapp Story verwijst naar zijn band met dezelfde naam. Een ingelijste verzameling cassettebandjes met Arabische opdruk verwijst naar de fatwa. Op de bandjes zijn uitspraken te horen over gedragsregels voor vrouwen. Het is een kunstwerk van Maha Malluh uit Saoedi-Arabië en het heet Food for Thought. De expositie eindigt met een compilatie van uiteenlopende videokunst, van screensavers tot verhalende films met een hallucinerend karakter.

Foto-uitsnede boven: Joris Geurts, ‘Zonder titel’, olieverf op doek, 1996, collectie Vescom.

‘Multinationals’ is t/m 13 mei 2018 te zien in Museum De Wieger in Deurne.

www.dewieger.nl

 

 

© Brabant Cultureel 2018