Negentiende-eeuwse Grand Opera Hamlet succesvol uitgedund terug op de planken

Opera is Italiaans. Voor de liefhebbers is er dan nog het Duitse werk van Wagner, maar dan heb je het op die paar Franse schlagers, ‘Carmen’ en de ‘Parelvissers’ van Bizet plus Gounods ‘Faust’, wel gehad. Vergeten is de hele traditie van Franse Grand Opéra’s die ook in Nederland zo populair werd dat de slagersjongens de aria’s floten. Namen als die van Auber, Halévy en Meyerbeer vindt men hooguit in de geschiedenisboeken, niet in de programma’s van de operahuizen. Ambroise Thomas verdween zelfs volledig van het repertoire.

door Camiel Hamans

In zijn tijd was Ambroise Thomas (1811-1896) een beroemdheid. Hij is componist van meer dan twintig opera’s, was de opvolger van Auber als directeur van het Conservatorium van Parijs, en was ook buiten Frankrijk bekend en geliefd. Zijn opera Hamlet is tussen het jaar van ontstaan, 1868, en 1919 maar liefst 153 keer opgevoerd door het Haagse Théâtre Royal Français in dezelfde Koninklijke Schouwburg als waar het stuk onlangs opnieuw in première ging.

Hamlet, Quirijn de Lang. Foto Ben van Duin

Toneeleffecten
Een Grand Opéra is een werk dat nu nauwelijks meer op de planken gebracht kan worden. Het op een historisch verhaal gebaseerde stuk duurt doorgaans uren, heeft immense koorpartijen, is voorzien van de meest ingenieuze toneeleffecten en bevat een spectaculair ballet, meestal in de tweede acte, zodat het Parijse operapubliek op zijn gemak kon eten en toch nog op tijd kon zijn om de aanminnige danseressen te bewonderen. Bovendien vereiste een beetje Grand Opéra zangers van het allerhoogste niveau, want de eisen die qua virtuositeit aan de uitvoering gesteld werden om het verwende publiek tevreden te stellen, waren niet gering. Toen na de Eerste Wereldoorlog de budgetten afnamen, werd de Grand Opéra wegbezuinigd, op een incidentele uitvoering na, zoals die van Thomas’ Hamlet in 2013 door de Brusselse Munt.

Ondanks al deze hoge eisen, durft het kleinste gesubsidieerde operagezelschap van Nederland, Opera2Day, een heropvoering van de Hamlet van Thomas aan. Maar dan wel, zoals de naam van het Haagse muziekinitiatief al aangeeft, op een hedendaagse wijze. De leiders van Opera2Day, de neerlandicus-regisseur Serge van Veggel en de Argentijns-Nederlandse dirigent Hernán Schvartzmann, zoeken het in een combinatie van ‘historisch geïnspireerd’ en modern. Dat ‘historisch’ valt op meerdere manieren uit te leggen. Den Haag was in het verleden een stad met een rijk opera-aanbod. Naast het Théâtre Royal Français, dat van 1804 tot 1919 wekelijks minimaal drie verschillende opera’s uitvoerde, werd het Italiaanse repertoire succesvol gepresenteerd in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen, dat in 1964 door brand verwoest is. Die traditie willen Van Veggel en Schvartzmann nieuw leven inblazen.

Maar ook in stilistisch opzicht sluit Opera2Day aan bij het verleden. In dit geval is dat de negentiende eeuw. Er werd toen veel vrijer gemusiceerd, solisten vertraagden en versnelden, zoals het hun goed dunkte en er werd veelvuldig gebruikt gemaakt van ‘portamenti’, iets wat in de huidige operapraktijk als vulgair gezien wordt. ‘Portamento’ betekent dat een zanger of een violist van de ene toon naar de andere glijdt, zoals dat in het levenslied en in allerlei bluegrass muziek nog steeds gewoon is en dat een levendig karakter geeft aan de uitvoering. Opera2Day brengt die manier van zingen weer terug op het toneel.

Lucie Chartin in de waanzinaria. Foto Ben van Duin

Film
Modern is de uitvoering doordat er veel geknipt is in Thomas’ muziek, zodat het publiek weer op een beschaafde tijd naar huis kan. Er is geen ballet, de koorpartijen worden door de gezamenlijke solisten gezongen en er zit ook geen symfonieorkest in de bak, maar slechts vijftien musici die samen het New European Ensemble vormen. Maar nog moderner is het gebruik van film. Op twee doeken, een voor- en een achterdoek wordt er geprojecteerd. Cineaste Margo Onnes geeft in de stijl van de nouvelle vague tegelijkertijd diepte en een extra betekenislaag aan de voorstelling.

Zo’n extra laag is ook het introduceren van een zwijgend door de voorstelling lopende ‘Geest van de Koning’, perfect uitgebeeld door acteur Joop Keesmaat. Maar ook de anderen zijn van grote klasse in deze productie die vol zit met kleine, betekenisvolle regiedetails. De ideale Hamlet is bariton Quirijn de Lang, die heel operaminnend Nederland verrukte toen hij in 1999 op tweeëntwintigjarige leeftijd bij de Reisopera al een Papageno neerzette die een gerijpt talent deed vermoeden. Hij twijfelt, is kordaat, besluit toch weer niet, is wanhopig en dat alles op een manier die natuurlijk is en tegelijk klinkt als een klok. Zijn Frans is ‘impeccable’, hetgeen zou doen vermoeden dat Frankrijk zijn tweede huis is, terwijl alle operaliefhebbers weten dat hij voornamelijk in Engeland zingt.

Ophelia, of Ophélie, zoals ze in deze voorstelling heet, steelt echter de show. De Franse, in Nederland woonachtige sopraan Lucie Chartin laat een waanzinaria horen, die nog dagenlang naklinkt. Coloraturen en een hoogte, het vloeit uit haar keel als water uit een kraan. Zo gemakkelijk, zo helder en toch meteen donker van wanhoop en waanzin.

Opera2Day: Hamlet van Ambroise Thomas. Nog te zien: 6 februari 2018 in Eindhoven; 27 februari 2018 in Tilburg; 20 maart 2018 in ’s-Hertogenbosch; en 28 maart 2018 in Uden.

www.opera2day.nl

 

 

 

Foto boven  Henk Bleeker

© Brabant Cultureel 2018

 

 

Getagt als