Aspecten van vijftig jaar cultuur in Noord-Brabant (2): Een BVD-infiltrant op Vredes Aktie Kamp Woensdrecht

  • Cruijff, Doe Maar en de vredesbeweging speelden hun laatste wedstrijd in 1984. In deze tweede aflevering van een serie waarin JACE van de Ven stilstaat bij grote en kleine cultuuruitingen in de provincie Noord-Brabant die hij bewust meemaakte of waar hij bij toeval mee in aanraking kwam. Hoe was dat toen en hoe kijken we er nu tegenaan? Dit keer de ontmaskering van een BVD-infiltrant die nu een tweede leven krijgt in een roman door Frank Gunning.

door JACE van de Ven

Wat gebeurde er in 1984? Big Brother begon ons steeds meer in de gaten te houden, zoals George Orwell al in 1948 voorspeld had. Voor het eerst kwam het geheime oog de huiskamer in: een betaalbare computer voor de gewone man. Johan Cruijff en Doe Maar speelden voor het laatst. Bhagwan Shree Rajneesh had een half miljoen volgelingen en nog meer mensen kwamen bij elkaar op het Malieveld om te protesteren tegen de plaatsing van kruisraketten in Nederland. Bij de vliegbasis Woensdrecht bevond zich een permanent Vredes Aktie Kamp (VAK) en in dat kamp zou een spion actief zijn, ene John ‘Woody’ Gardiner. Over hem verscheen onlangs een roman van Frank Gunning, Schuilplaatsen van Woody Gardiner.

De boekpresentatie van het boek ‘De Schuilplaatsen van Woody Gardiner’ door Frank Gunning in boekhandel Scheltema in Amsterdam. Foto Piet den Blanken

Oogluikend
Het kabinet Lubbers (1982-1985, CDA/VVD) stond toe dat er op vliegbasis Woensdrecht, in het uiterste zuidwesten van Noord-Brabant, kruisraketten geplaatst zouden worden. Volgens dat kabinet waren die nodig om Rusland in toom te houden. Een groot deel van Nederland was het daar niet mee eens. Tal van vredesbewegingen als Pax Christi, Stop de Neutronenbom, Franciscaanse Vredeswacht en AMOK (Anti Militaristies Onderzoeks Kollektief, uiteraard in moderne spelling) lieten zich horen. Op 29 oktober 1983 kwamen op het Malieveld in Den Haag 550.000 mensen bij elkaar om te protesteren tegen het regeringsbesluit. Ongeveer tegelijkertijd ontlook er bij vliegbasis Woensdrecht een permanent bewoond en oogluikend toegestaan vredeskamp, het VAK. Daar meldde zich begin 1984 ene John ‘Woody’ Gardiner. Hij zou volgens een onderzoek van AMOK de vredesbeweging op last van de BVD niet alleen geïnfiltreerd hebben, maar ook geprovoceerd om tot harde acties over te gaan. Alles met de bedoeling om de wereld van de vredesactivisten in een kwaad daglicht te stellen, zodat de overheid kon ingrijpen. En dit ondanks het feit dat in een eerder kabinet (PvdA/CDA) minister Van Thijn beloofd had dat de vredesbeweging niet door de BVD (Binnenlandse Veiligheids Dienst) geïnfiltreerd zou worden.

Massale demonstratie tegen de plaatsing van kruisraketten, begin jaren tachtig van de vorige eeuw. Foto Piet den Blanken

Over deze affaire schreef Frank Gunning nu een roman. Hij was destijds dertien jaar oud en heeft dus nooit op het VAK gewoond, maar hij heeft kennelijk wel een fascinatie voor de jaren tachtig. “Ze raken ons in het gezicht”, vertelde hij bij de presentatie van zijn boek. “Onze eigen tijd is er eentje van het grote grijze midden.” Daar heeft hij gelijk in. Het kapitalisme mag tegenwoordig welig tieren – met de nadruk op tieren – terwijl de jaren tachtig op 30 april 1980 bij het aantreden van koningin Beatrix werden ingezet met de actie Geen Woning Geen Kroning. De ‘have nots’, die tegenwoordig inert naar hun iPad staren en in de magnetron kant en klare plofkipmaaltijden opwarmen, sloegen destijds nog van zich af. Vanuit ons eigen Oirschot rukte een jaar na Beatrix’ kroning zelfs de Dertiende Pantsercompagnie met zeven tanks op naar Amsterdam om barricades van krakers te pletten. Het leek soms compleet oorlog.

John Gardiner wordt aangehouden tijdens een aktie bij het hek van de vliegbasis Woensdrecht, 1984. Foto Piet den Blanken

Dat wil niet zeggen dat de meeste vredesactivisten niet volmaakt pacifistisch waren. De Franciscaanse Vredeswacht bijvoorbeeld trok dagelijks in stilte naar het hek van Woensdrecht om kaarsen op te steken en te zingen. Bij een overheidsoptreden tegen hen en vergelijkbare vredesgroepen zou de publieke opinie zich tegen de regering keren. Van de andere kant had die zich tegenover de Verenigde Staten en de NAVO verplicht om kruisraketten in Nederland te plaatsen. Een gecriminaliseerde vredesbeweging zou haar goed uitkomen. Het zou een gelegenheid bieden tot een ingrijpen waar de meerderheid van Nederland achter stond, een ontruiming van het VAK, plaatsing van kruisraketten en het niet lijden van internationaal gezichtsverlies.

Leugens
Onder die omstandigheden dook John Gardiner op in het VAK in Woensdrecht. Hij was volgens Josje Kramer van Querido, redacteur van het boek Schuilplaatsen van Woody Gardiner, “een web vol leugens en verzinsels”. Met een verzonnen voorgeschiedenis van bekeerde commando, wereldverbeteraar en noem maar op, maakte hij aanvankelijk veel indruk in het VAK. Hij was de eerste die de draden van het hek van Woensdrecht ging doorknippen en uiteindelijk bracht hij zeventien granaten binnen op het VAK, munitie die hij op de Belgische luchtmachtbasis van Florenne gestolen had. Verschillende andere actievoerder beseften dat het bekend worden van de aanwezigheid van die granaten in het VAK de vredesbeweging kwetsbaar zou maken. Ook vonden zij het verdacht hoe bepaalde acties die zij gepland hadden bekend konden worden bij politie en Koninklijke Marechaussee. Zij begonnen Gardiner te verdenken van dubbelspel. Maar nog voordat zij dat konden bewijzen, biechtte Gardiner het zelf bij hen op. Hij was een BVD-infiltrant. Maar daar had-ie spijt van, zei hij, want door de vriendschap in het kamp en de goed bedoelde intenties van de actievoerders, had hij ingezien dat hij voor een verkeerde zaak streed.

De caravan van John Gardiner op het Vredes Aktie Kamp in Woensdrecht met de granaten die hij meebracht na een inbraak bij de Belgische luchtmachtbasis in Florenne. Foto Piet den Blanken

De actievoerders wisten niet goed wat ze daar nou weer mee moesten. Piet den Blanken, freelance fotograaf die bijna dagelijks in Woensdrecht te vinden was, herinnert zich: “Ik werd gebeld door de actievoerders of ik kon komen. Toine van Corven en Hans Horsten, collega-journalisten die veel over het VAK schreven, waren er ook. In de caravan van John Gardiner hoorden we dat hij ontmaskerd was, dat hij voor de BVD werkte. Niet iedereen geloofde hem. Toen zijn we naar een café gegaan om Gardiner daar zijn BVD-contact te laten bellen met het verhaal: ‘Vannacht om twaalf uur gaan we de basis op.’ Wat bleek? Het stikte er rond middernacht van de ME-ers. Bewijs geleverd.”

Na zijn ontmaskering belt John Gardiner met zijn contactpersoon bij de veiligheidsdienst BVD, de voorloper van de AIVD. Foto Piet den Blanken

De foto die Den Blanken van Gardiner maakte terwijl hij belde met zijn BVD-contact ging heel de wereld over. “Ik heb er flink aan verdiend,” vertelt de fotograaf anno 2017, “maar dat hoorde eigenlijk niet in die jaren. Daarom heb ik van dat geld een reportage gemaakt over Cuba. Dat vond ik een passende besteding van de verdiensten.” Toine van Corven, destijds verslaggever in Noord-Brabant voor de Volkskrant, VARA en Nieuwe Revue: “Het was groot internationaal nieuws. Hans Horsten en ik werkten het verhaal in eerste instantie samen uit. Later mocht ik tegen betaling van vijfduizend gulden – wat toen zeer ongebruikelijk was! – exclusief zijn verhaal opschrijven in Nieuwe Revue. Met dat geld wilde Gardiner een goed heenkomen zoeken. Kort daarna kreeg ik leden van AMOK op bezoek die precies wilden weten wat Gardiner verteld had. Hen heb ik de banden meegegeven en Gardiner heb ik afgezet op Antwerpen Centraal van waaruit hij wilde verdwijnen.”

Intussen had Gardiner geprobeerd om ook Van Corven allerlei nieuwe verzinsels op de mouw te spelden, waarschijnlijk om de vredesbeweging op een dwaalspoor te brengen en daardoor gewoon agent voor de BVD te kunnen blijven. Een en ander lukte hem niet op de langere termijn en uiteindelijk belandde hij voor de rechter voor de diefstal van de granaten. Van regeringswege werd de connectie van de BVD met ene John Phillip Wood, zoals Gardiner in het echt bleek te heten, ontkend. Minister Rietkerk stelde hem voor als een onbeduidende crimineel, maar het staat zo goed als vast dat hij wel degelijk banden met de BVD heeft gehad.

Frank Gunning signeert zijn boek ‘De Schuilplaatsen van Woody Gardiner’ in boekhandel Scheltema in Amsterdam. Foto Piet den Blanken

Montagetheaterproductie
Frank Gunning beschrijft in zijn boek het leven van ‘Woody’ Gardiner als een mix van fictie en non-fictie. Hij voert hem op in zijn jeugd in Engeland in de vroege jaren vijftig, beschrijft hoe hij via tehuizen en communes de sixties en de seventies doorkomt, en laat hem daarna opduiken in Woensdrecht om de vredesbeweging volledig op zijn kop te zetten. Daarna probeert hij hem in zijn latere leven op te sporen en komt het in de slotpagina’s tot een ontmoeting met een Gardiner van in de zeventig. Die apotheose is zo goed als zeker verzonnen door een voor het toneel opgeleide auteur die voor zijn boek een apotheose zocht als die van een eigentijdse montagetheaterproductie.

De keuze voor het vermengen van non-fictie met fictie levert prachtige passages op die de spanning van Gunnings verhaal verhogen, maar is tegelijk de makke van het boek. Uiteindelijk lijkt het er op dat Frank Gunning na drie jaar intensief onderzoek wel een roman moest schrijven, omdat hij te weinig zwart-op-wit feiten bij elkaar kreeg. “Ik begin de problemen van biografen te begrijpen. Je kunt maar beter een roman schrijven,” citeert hij Kellendonk-biograaf Arie Storm in het motto voorafgaand aan het laatste hoofdstuk. Fotograaf Piet den Blanken concludeert: “Interessant boek, maar dat je niet weet wat fictie is en wat niet, vind ik ergerlijk.”

Toine van Corven: “De strekking van het verhaal over wat er in Woensdrecht gebeurde, klopt. De meeste details niet. Bij de presentatie van Gunnings boek in Amsterdam, sprak ik uitvoerig met enkele toenmalige leden van AMOK. Oude mannen intussen, net als ik. Door wat ik hen destijds had verteld waren zij zeer geholpen, vertelden ze. Gecombineerd met de gegevens die zij zelf toen al hadden, hebben de bandopnames die ik hen had gegeven het bewijs tegen Gardiner, dat – mede door ontkenningen van de overheid – eerst nogal twijfelachtig was, versterkt. We voelden ons allemaal weer even de gedreven dertigers van toen, daar in Amsterdam. Anno 2017 wonen er nog steeds actievoerders uit die tijd in Woensdrecht, vernam ik. Ik ga ze een keertje opzoeken.”

Massale demonstratie tegen de plaatsing van kruisraketten, begin jaren tachtig van de vorige eeuw. Foto Piet den Blanken

Verdwenen
Kort na de bekentenis van ‘Woody’ Gardiner werd het VAK geruimd, maar er ontstonden andere vredeskampen. Gardiner verdween, dook op, zat een gevangenisstraf uit en verdween opnieuw. Maar, voornamelijk onder invloed van de afnemende internationale spanningen, zijn er nooit kruisraketten in Nederland geplaatst.

De persoonlijke computer die in het jaar van het Gardiner-verraad qua prijs voor iedereen toegankelijk werd, ten slotte. Die zorgde ervoor dat de mens steeds meer aan zichzelf en zijn computer genoeg had en zich op zichzelf terugtrok, waardoor, om met Gunning te spreken, “de tijden ons niet meer in het gezicht raken”. Den Blanken: “Ik vond het een mooie tijd omdat er iets gebeurde in de samenleving. Uit alle lagen van de maatschappij mobiliseerden tegenstanders zich. Nu moet de FNV met STER-spotjes proberen leden te lokken.”

Cruijff, Doe Maar en de vredebewegingen speelden in 1984 hun laatste wedstrijd die er echt toe deed.

Frank Gunning, Schuilplaatsen van Woody Gardiner. Amsterdam: Querido 2027, 312 pp.,
ISBN 978-90-214-0774-6, pb., € 18,99, E- book ISBN: 978-90-214-0775-3, € 11,99.

www.singeluitgeverijen.nl/querido

www.frankgunning.nl

 

Lees ook het eerste deel van deze reeks artikelen over Aspecten van vijftig jaar cultuur in Noord-Brabant

 

© Brabant Cultureel 2017