Mensenmens Jan van Rijthoven was er vooral voor anderen

Hij moest er zeventig jaar voor worden, Jan van Rijthoven uit Oisterwijk. Om naast zijn bezigheden als presentator, jazzmusicus, stadsdichter, schrijver, cabaretier en tonpraoter zich ook auteur van boeken te mogen noemen. ‘Julia’ werd zijn eerste roman, uitgegeven in 2013. In sneltreinvaart verschenen er nog twee: ‘De vermogensbeheerder’ en in 2016 ‘In de schaduw van het bestaan’. Hij was inmiddels al begonnen aan zijn vierde boek. Maar dat mocht niet meer baten. Jan van Rijthoven overleed op 22 december aan complicaties na een hartoperatie, 76 jaar oud.

Door Rinus van der Heijden

De klap van het overlijden is hard aangekomen, vooral in het milieu van oude-stijljazz. Jan van Rijthovens makker van het eerste uur, een van de aartsvaders van de oude-stijljazz in Tilburg, Henk van Belkom, is sprakeloos. “Jan en ik zijn al vrienden vanaf ons zestiende jaar”, zegt de trompettist en bandleider. “We zijn altijd met elkaar opgetrokken. Jan ontwikkelde zich als een energieke man, vol ideeën. Hij was een uiterst betrouwbaar en voor mij bewonderenswaardig persoon.”

Jan van Rijthoven. Foto Gemma van der Heyden

Nog maar zestien jaar oud wilde de in Tilburg geboren Jan van Rijthoven een eigen band oprichten. Op zoek naar een trombonist kreeg hij van een oom, die voorzitter was van de harmonie in Rijen, een overcomplete ventieltrombone. Maar Henk van Belkom die hij juist had leren kennen, raadde hem het instrument af: een ventieltrombone was niet het juiste instrument om oude-stijljazz te gaan spelen. Voor 25 gulden bood hij zijn vriend Jan een schuiftrombone aan. Daarmee werd Van Rijthoven twee jaar later trombonist in The New Orleans Ragtime Band, zijn eerste engagement als amateur-musicus. Het orkest speelde dixielandmuziek, niet te verwarren met de authentieke oude-stijljazz uit de jaren twintig van de vorige eeuw. Daarna volgden andere groepen: in 1962 was Jan van Rijthoven mede-oprichter van The Oldtimers, een jaar later maakte hij deel uit van The Lazy River Jazzband, nadien van Ons Hermenieke en The Marktown Syncopaters, het huisorkest van het Oude Stijl Jazz Festival in Breda.

Bekendheid
Jan van Rijthoven verwierf langzamerhand bekendheid in de wereld van de oudere jazz. In 1970 lijfde pianist/leider Arie Beukers hem in bij The Witchcraft Seven, zeven jaar later werd hij trombonist bij het Oude Stijl Jazzgenootschap Ons Genoegen. Met dit respectabele ensemble is hij te horen op de cd Round About Midlife, waar hij in Melodie au Crepuscule van Django Reinhardt de unieke harmonieën op zijn trombone de eer geeft die ze verdienen.

Vanaf 2002 ging Jan van Rijthoven het als jazzmusicus rustiger aan doen. Met plaatsgenoot Erik Potters richtte hij het duo Brabants Cabaret op. En vanaf die tijd manifesteerde hij zich meer en meer als schrijver. Hij produceerde zeventien jaar lang Brabantse Prenten en scheurkalenders onder het pseudoniem Van Hepscheuten. ‘Schetsen uit het leven van alledag’ was daar de ondertitel van. Ook het Oisterwijkse revuegezelschap Ge Ziet Mar maakte achttien jaar lang gebruik van zijn diensten, als schrijver en regisseur.

Jazzmuziek bleef echter trekken. Van 2002 tot 2007 speelde Jan van Rijthoven incidenteel bij het kwartet van Kees van Oirschot en het Combo Jan Vesters. Later nog bij The Amazing Five, J.R. Swing Gang en Toetsie Foetsie Jazzband. Ook maakte hij deel uit van het carnavalsduo De Kurketrekkers – waarvoor hij onder meer de hit Suze met d’r Doorkijkbluze componeerde – en van De Kansassers, de hofkapel van de Tilburgse prins carnaval. Daar was Van Rijthoven de zanger van diverse carnavalskrakers zoals Oh, m’n kleine Azalea, waarvoor hij ook tekst en muziek schreef. Het nummer kwam terecht op een verzamelelpee met werk van Vader Abraham.

Jan van Rijthoven. Foto Gemma van der Heyden

Presentator
Velen in Tilburg en omgeving zullen Jan van Rijthoven kennen als presentator van jazzevenementen. Zo leidde hij vele jaren de presentatie van jazzformaties en gastsolisten tijdens Jazz Meeting Tilburg, het plaatselijke jazzfestival dat 25 jaar heeft bestaan en in 1998 het loodje legde. Van Rijthoven was er van 1980 tot 1994 bestuurslid en vrijwilliger van. Niet verwonderlijk als je bedenkt dat Henk van Belkom in 1973 Jazz Meeting Tilburg oprichtte en hij maar wat graag gebruik maakte van de diensten van zijn grote vriend en duizendpoot Jan.

In 2010 verscheen het boek Jazz in Tilburg, honderd jaar avontuurlijke muziek. Eindredacteur en samensteller was de schrijver van dit artikel, die als redactiecommissie Ruud Erich, Henk van Belkom en Jan van Rijthoven aanzocht. In een ander Tilburgs jazzboek: Henk van Belkom – van beerentemmer tot jazzmusicus was Jan van Rijthoven een van de redacteuren die voor interviews zorgde. Dit boek verscheen in 2015, maar toen was Van Rijthoven al druk doende als auteur van romans.

In het kader van Oisterwijk 800 werd Jan van Rijthoven van 2011 tot 2014 benoemd tot eerste stadsdichter van de Parel van Brabant. Zoals alle andere klussen die op zijn pad kwamen, nam hij ook dit karwei serieus. Want daarin lag de kracht van Jan van Rijthoven: ergens aan beginnen, er je uiterste best voor doen en nadien met een gulle lach het succes in ogenschouw nemen. Van Rijthoven, die in het maatschappelijk leven bedrijfsadviseur en interim-manager was, ontwikkelde al jong de gave voor schrijven. En voor het nemen van initiatieven. “Wat hij vond, dat moest gebeuren”, blikt vriend Henk van Belkom terug. “Maar daarnaast stond hij altijd voor je klaar. Hij was een uiterst positieve persoonlijkheid.”

Korreltje zout
De liefde voor het uitvoeren van jazzmuziek nam Jan van Rijthoven wellicht met een korreltje zout – het plezier om het spelen voerde bij hem de boventoon – het schrijverschap was een serieuze bezigheid. Na het uitkomen van zijn eerste roman Julia verklaarde hij in een interview met Brabant Cultureel: “Tegen je zeventigste is het nu of nooit. Schrijven werkt verslavend, naarmate je vordert word je steeds meer het verhaal ingezogen. Ik vond het heerlijk om te doen.” Hoe verslavend het schrijfvirus van hem bezit had genomen, omschreef hij als volgt: “Ik beoefen geen hogere schrijfkunst, geen literatuur. Het is wel spannend. Ik zoek mooie metaforen. Soms maak ik een eigen versie van beeldspraak om niet in clichés te vervallen.”

Dat laatste was een overbodige toevoeging, want het leven van Jan van Rijthoven kende geen clichés. Met de energie van een jonge hond besprong hij alles wat hem interesseerde en waarvan hij vermoedde dat dit het leven van de mensen om hem heen kon verrijken. Want de mensenmens Van Rijthoven was er vooral voor anderen. Maar dan wel als een professionele amateur.

 

© Brabant Cultureel 2017