Juweeltjes van het Provinciaal Genootschap te zien in het Noordbrabants Museum

Om kunsten en wetenschappen in Noord-Brabant te stimuleren werd in 1837 het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen opgericht. De kunstcollectie van dit Genootschap is in 1980 ondergebracht in het net geopende Noordbrabants Museum. De bibliotheek en het prentenkabinet vonden als Brabant-Collectie onderdak in de universiteitsbibliotheek van Tilburg. Ook andere delen van het Genootschap gingen hun eigen weg.

door Irma van Bommel en Lauran Toorians

Honderdtachtig jaar is het nu geleden dat het Provinciaal Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in Noord-Brabant werd opgericht. Doel was om ‘Brabant op te heffen uit zijn achterlijke toestand op cultureel en materieel gebied’. Honderdtachtig jaar is wat vreemd om een groots jubileum te vieren, maar vijf jaar geleden kwam het er niet van om een feestje te vieren en dat het Genootschap, nu Noordbrabants Genootschap (NBG) geheten de twee eeuwen niet haalt, staat wel vast. Het NBG is momenteel een stichting met één bestuurslid en een kas waaruit met pijn en moeite nog de Jan Naaijkens Prijs aan een veelbelovende jonge kunstenaar kan worden uitgereikt.

Gerard van Spaendonck (1746-1822), Verwelkte tulp, 1800-1810. Aquarel, 30 x 23 cm. Collectie Het Noordbrabants Museum, ‘’s-Hertogenbosch.

Striptease
Over de ondergang van het Genootschap verscheen al in 2000 een artikel in Brabant Cultureel – dat toen als huisblad aan de kant werd gezet – onder de spraakmakende titel ‘De striptease van het Noordbrabants Genootschap’. De ondertitel van dat artikel luidde ‘Drempels verlagen, vooral die naar de uitgang’, want de naoorlogse doelstelling om drempels te verlagen en kunst en cultuur naar de inwoners van de provincie te brengen had er vooral in geresulteerd dat het Genootschap haar functies één voor één moest afstoten, deels om hoog opgelopen schulden te saneren en deels door een fnuikend gebrek aan visie om het schip op koers te houden (of om een nieuwe koers te bepalen). Een laatste voorzitter die ook niet verder kwam dan grote woorden en het verder leegmaken van de kas, luidde de coma in waarin dit eens zo eerbiedwaardige instituut nu vegeteert.

Twee grote provinciale instellingen beheren al geruime tijd de materiële nalatenschap van het genootschap dat al vanaf de oprichting in 1837 ijverig verzamelde. De archeologische, historische (volkskundige) en kunstcollectie vond onderdak in Het Noordbrabants Museum (HNMB) en vormt daar nog steeds een belangrijk deel van de eigen collectie. De verzameling boeken, handschriften en een groot deel van de prenten, historische kaarten en andere kunstwerken op papier werd verworven door de toenmalige Katholieke Universiteit Brabant, nu Tilburg University. Als Brabant-Collectie is deze verzameling daar voor elke geïnteresseerde (gratis) toegankelijk in de enige afdeling in het grote gebouw van de universiteitsbibliotheek waar nog volop boeken aanwezig zijn.

Titelpagina Nederlandsche Vogelen, 1809 (deel IV). C. Nozeman en Chr. Sepp. Amsterdam, 1770-1829. Brabant-Collectie, Universiteit van Tilburg.

Beide instellingen, Het Noordbrabants Museum en de Brabant-Collectie, tonen nu samen de rijke erfenis van het NBG die zij beheren in een fraaie tentoonstelling in het museum. Het accent ligt daarbij op kunst, al zijn er ook tal van documenten te zien die nu vooral vanwege hun esthetische kwaliteiten zijn uitgezocht. Het meer documentaire deel van de Brabant-Collectie (boeken, tijdschriften, archiefmateriaal en eindeloos veel meer) is van onschatbare waarde, maar heel vaak niet mooi. De goed gekozen titel van de expositie is ‘Papieren juweeltjes van het Provinciaal Genootschap’.

Portretten
De expositie is fraai vormgegeven. Een aantal van de verzamelaars van het eerste uur die de collectie van het Provinciaal Genootschap bijeen hebben gebracht zijn met portretten vertegenwoordigd. Grappig is dat tussen de geschilderde portretten foto’s van rijen boeken zijn geplaatst, als waren het bibliotheekkasten. Afgezien van deze schilderijen zijn er – zoals de titel al aangeeft – alleen werken op papier te zien. En juweeltjes zijn het. In de vitrines prijken de boeken, aan de wanden hangen prenten, tekeningen, aquarellen en topografische kaarten.

Naar Jheronimus Bosch (ca. 1450-1516). De boommens, ca. 1550. Gravure, diameter 21 cm. Collectie Het Noordbrabants Museum, ‘’s-Hertogenbosch.

De collectioneurs verzamelden breed. Veel objecten hebben een relatie met Brabant, waarbij of de maker uit de provincie afkomstig was of de voorstelling Brabantse topografie laat zien. Maar lang niet alle objecten hebben iets Brabants: het uitgangspunt van het genootschap was immers om de kunsten en de wetenschappen te bevorderen en dat kan niet met alleen objecten van eigen bodem. Bovendien waren niet alle verzamelaars die aan het Genootschap schonken of nalieten even selectief.

Prachtig zijn de natuurhistorische boeken uit de achttiende en negentiende eeuw, met gedetailleerde tekeningen van planten en dieren, zoals Nederlandsche Vogelen uit 1809. De tekeningen verschenen als ingekleurde gravures of litho’s in de boeken. Een fotografische reproductiemethode met kleuren moest nog worden uitgevonden. Interessant zijn ook de wetenschapsboeken op het gebied van de gezondheidszorg, met gedetailleerde tekeningen (waaronder dwarsdoorsneden) van lichaamsdelen. Bijvoorbeeld een baarmoeder, maar ook tekeningen van mismaakte, doodgeboren of vroeg gestorven baby’s. Uit het bijbehorende tekstbordje blijkt dat men deze afbeeldingen lange tijd niet voor iedereen geschikt vond. Prachtig zijn ook de rijk geïllustreerde middeleeuwse handschriften, zoals een vijftiende-eeuws getijdenboek uit het Arnhemse Bethaniëklooster dat werd gebruikt voor privédevotie.

Rembrandt van Rijn (1606-1669), Bedelaars bij een huis, 1648. Ets, 17,7 x 13,8 cm. Collectie Het Noordbrabants Museum, ’’s-Hertogenbosch.

Topografisch
Veel prenten, tekeningen en aquarellen met dorps- en stadsgezichten uit de achttiende en negentiende eeuw worden getoond. Die werden veelal gemaakt door rondreizende topografische tekenaars zoals Cornelis Pronk en Jan de Beijer, maar ook door bekende schilders als Pieter Saenredam en Jan Weissenbruch. Enkele tekenaars specialiseerden zich in historische en militaire voorstellingen, zoals Dirk Langendijk, die onder meer de belegering van Bergen op Zoom door de Fransen in 1747 vastlegde.

Ook kunstenaarsportretten en zelfportretten zijn er te zien, zoals een krijttekening van Jan Sluijters, geboren in ’s-Hertogenbosch. En een zelfportret achter een schildersezel van Henri Knip, een telg uit de bekende Tilburgse en Bossche schilderfamilie Knip. Opvallend is dat hij niet aan een schilderij werkt, maar zijn naamplaatje schildert. Om secuur te kunnen werken rust zijn hand op een stok. De schildering is gedateerd rond 1840, maar door het korte jasje en de muts die hij draagt, oogt hij eerder van deze tijd. Opvallend is het portret dat Herman Moerkerk begin twintigste eeuw maakte van de Bossche kunstenares Antonie Lewin. We zien haar zitten voor een schildersezel met een nog maagdelijk doek en met palet en penselen in de hand. Bovenaan de tekening prijkt een tekst: “Ik wil ditmaal trachten eens geen meesterstuk te maken.” Zo’n opmerking zouden we nu niet meer pikken.

Onbekende tekenaar, Het stadhuis van ’s-Hertogenbosch, 18e eeuw, aquarel. Collectie Het Noordbrabants Museum, ’s Hertogenbosch.

Opticaprent
Vooral van ’s-Hertogenbosch zijn er veel stadsgezichten, wat niet verwonderlijk is omdat het Genootschap in die stad thuis was. Opvallend is een prent met gaatjes van een onbekende tekenaar. Hij stelt het stadhuis van Den Bosch voor. Volgens het tekstbordje werd deze prent bij verwerving in 1925 door het Genootschap aangeduid als ‘stereoscoopprent’, maar is niet bekend waar de gaatjes voor dienden. Het gaat hier echter om een opticaprent uit de achttiende eeuw. Dergelijke prenten werden bekeken in een speciale kijkkast met een lens die voor dieptewerking zorgde. Dit was in die tijd een populaire tijdsbesteding. Door een brandende kaars achter de prent te plaatsen, viel er licht door de gaatjes, wat een feeëriek effect gaf. De achttiende-eeuwse opticaprent was de voorloper van de stereofoto die in de negentiende eeuw populair werd. Het is jammer dat deze tekening nu niet wordt geëxposeerd met een lichtbron erachter.

Ook te zien op de tentoonstelling: een aantal bekende prenten naar Jeroen Bosch en van Pieter Bruegel de Oude, allebei Brabantse kunstenaars, maar ook bekende etsen van Rembrandt. En dan zijn er nog vele kaarten te zien van het hertogdom Brabant, waarvan de oudste dateert uit de zestiende eeuw. Een grote wandkaart uit de zeventiende eeuw is nog in 1983 aangekocht door het Genootschap. Deze zogenaamde Roman-Visscherkaart, met als titel Ducatus Brabantiae is voorzien van een beschrijving van het hertogdom en bevat stadsgezichten van veertien Brabantse steden. Hij is gemaakt door de bekende kaartenmakers Zacharias Roman en Nicolaas Johannes Visscher en hij is zo bijzonder dat een speciale publicatie met een facsimile ervan in de maak is.

Verlucht getijdenboek. Arnhem, Bethaniëklooster, na 1450. 14,8 x 24,5 cm (open). Brabant-Collectie, Universiteit van Tilburg.

Zusters
Als ‘catalogus’ verscheen bij deze tentoonstelling een speciale uitgave van het tijdschrift In Brabant, een uitgave van Erfgoed Brabant dat zelf ook een nazaat is van het NBG. In betere tijden kende het NBG verschillende actieve afdelingen – secties genaamd – en was het ook enige tijd een actieve uitgever, en niet alleen van Brabant Cultureel (en de voorloper Brabantia). De laatste sectie die het zinkende schip verliet, en die ook nog in In Brabant wordt genoemd, is wat nu het Noord-Brabants Archeologisch Genootschap heet. Sommige secties stierven een stille dood of gingen hooguit in informele vorm verder, zoals de sectie dialectologie. Andere, zoals de Numismatische Kring Brabant, bestonden vanaf hun oprichting min of meer naast het Genootschap en gaan nog steeds hun eigen gang. Het is jammer dat deze ‘kinderen van het Genootschap’ naast de grote broer HNMB en zuster Brabant-Collectie niet wat meer aandacht kregen in deze tentoonstelling, maar we doen niet flauw: wij bevelen hem van harte aan.

www.hetnoordbrabantsmuseum.nl

www.tilburguniversity.edu

www.nbag.nl

www.numismatischekringbrabant.nl

www.erfgoedbrabant.nl

noordbrabantsgenootschap.nl

 

© Brabant Cultureel 2017