Beeldhouwer Margot Homan streeft in haar werk naar evenwicht en schoonheid

Een expositie van beelden van Margot Homan in Museum Jan Cunen in Oss was aanleiding om op atelierbezoek te gaan bij deze Tilburgse kunstenaar. Tegen de stroom in koos zij in de jaren tachtig voor figuratieve beeldhouwkunst. “In mijn werk streef ik naar evenwicht en schoonheid. Kunst kan troost brengen. Dat is volgens mij ook een van de functies van kunst.”

door Irma van Bommel

Margot Homan (Oss 1956) heeft haar atelier in een deel van het oude St. Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg. In de jaren tachtig werd dat gebouw door Ateliers Tilburg geschikt gemaakt voor kunstenaarswerkplaatsen. Midden jaren tachtig betrok Homan er een klein atelier, maar sinds geruime tijd heeft zij de beschikking over een grote werkplaats.

Blik in het atelier met op de voorgrond de beeldengroep ‘’Keerkring’’, waarbij brons is gecombineerd met steen. Foto Piet den Blanken

Rond haar veertiende besloot Homan al beeldhouwer te worden. Na haar eindexamen ging ze naar de kunstacademie in Maastricht. Daar hield ze het na een jaar voor gezien, omdat daar geen les gegeven werd in figuratieve kunst. Een rondgang langs een aantal kunstacademies volgde, maar geen van alle bleek dat te doen. Zij besloot daarom naar de lerarenopleiding in Tilburg te gaan. “Dan kan ik in elk geval mijn eigen brood verdienen.” Sindsdien woont ze in deze stad. Tilburg bood ook de mogelijkheid tot het volgen van de ‘academieklas’. Daar werd wel figuratief gewerkt, maar in de richting van figuratieve abstractie, volgens een methode die deed denken aan de beelden van Charlotte van Pallandt. Dat was niet de richting die Homan wilde volgen en ze is daarom ook niet naar die academieklas gegaan.

Portret
Na haar opleiding vond ze een baan als docent handvaardigheid aan de Sociale Academie in Breda. In haar overige tijd bekwaamde Homan zich in het boetseren van menselijke gestalten. Op een plank in haar atelier staat het eerste werk dat ze maakte, een portret van haar zus. Ze heeft er een gipsafgietsel en een exemplaar van keramiek van bewaard. Een beeld in klei kun je immers niet lang bewaren. Het gaat al gauw scheuren vertonen en breken.

De kunstenaar in haar atelier bij het beeld The Gift (2004). Foto Piet den Blanken

In 1985 besloot zij zich volledig aan het kunstenaarschap te wijden. Er bleek bij het publiek wel degelijk belangstelling te bestaan voor figuratieve beeldhouwkunst. Ze verkocht haar werk via Galerie Lieve Hemel in Amsterdam, die met haar beelden naar de prestigieuze beurs TEFAF in Maastricht ging. Inmiddels wordt zij door meerdere galeries vertegenwoordigd in Nederland, Italië en ook een in Londen.

De beelden van Homan worden vaak als klassiek bestempeld, omdat ze doen denken aan beelden uit de klassieke oudheid en de renaissance. Homan koos bewust voor de lijn van figuratieve beeldhouwkunst die begon bij de klassieke oudheid en die via de renaissance doorliep tot in de twintigste eeuw, maar die werd doorbroken door de opkomst van de abstracte beeldhouwkunst. “Die breuk werd onderwezen op de academies. Maar ik had geen behoefte te breken met die lijn.”

Portret van Hans (2014). Foto Piet den Blanken

Beroep
Toen zij in de jaren tachtig aanspraak wilde maken op de toen bestaande subsidieregeling voor kunstenaars van de gemeente, werd zij afgewezen. Haar werk zou niet eigentijds zijn, maar traditioneel. Zij ging tegen deze uitspraak in beroep en streed ervoor dat de stroming die zij vertegenwoordigde, die van de figuratieve kunst, net zo goed recht had op subsidie als de stroming van de abstracte kunst. Uiteindelijk stelde de Raad van State haar in het gelijk. Maar hoewel ze gewonnen had, zag ze af van subsidie. Het ging haar om het principe.

In 1985 trok Homan naar Italië, naar de marmergroeven. Ze kwam terecht in Pietrasanta waar veel kunstenaars van over de hele wereld komen werken. Daar heeft ze het hakken in marmer geleerd. Inmiddels heeft ze haar tweede huis in Pietrasanta. Reden is dat ze vaak naar Italië afreist voor de afwerking van haar bronzen beelden. In de beginjaren liet ze haar beelden in Nederland in brons gieten. Maar na slechte ervaringen – “ik kreeg een monster terug” – ging ze rond 1993 in Pietrasanta op zoek naar een goede bronsgieterij, omdat daar veel vakmanschap aanwezig is. “Posso guardare?”, vroeg ze. (Mag ik hier rondkijken?) Uiteindelijk kwam ze terecht bij bronsgieter Mariani waar veel kunstenaars hun beelden laten gieten.

‘’Anima Animus’, – Verbondenheid’ (2013) in de Helga Deentuin in Tilburg. Foto Piet den Blanken

Patineren
Toen ze net begon als beeldhouwer deed ze alles zelf, op het bronsgieten na. Ze stelde haar eigen was samen, maakte zelf de mallen en werkte na het gieten zelf de beelden af. Maar dat kostte veel tijd. Tijd die ze liever besteedde aan boetseren. “Ik voelde me net een schilder die bomen kweekt om eigen panelen te kunnen maken, terwijl je talent schilderen is.” Nu reist ze voor elk beeld drie keer naar Italië. In Nederland boetseert ze het beeld in klei. Daarmee gaat ze naar Italië waar mallen worden gemaakt van gips met rubber. Die mal vormt het negatief waarmee een wasmodel wordt gegoten (een positief) dat zij zelf wil afwerken. Vervolgens wordt het beeld in brons gegoten, waarna de afwerking volgt: het weghalen van de gietkanalen en het patineren. Dat patineren laat ze over aan vakmensen, maar ze staat er wel naast om te zeggen hoe ze het wil hebben. “Het patin is de huid van het beeld.”

Ze heeft een voorkeur voor een patin dat het materiaal brons goed laat zien en als het ware doorzichtig is. ‘Patin Margot’ wordt het genoemd, naar haar. Ze vertelt dat in Pietrasanta ook kunstenaars zitten als Jeff Koons en Damien Hirst die de uitvoering van hun beelden helemaal overlaten aan vakmensen. “Zij laten hun beelden uitvergroten, maar daarmee mist het de persoonlijke hand.”

Margot Homan in haar atelier in het oude Elisabeth Ziekenhuis in Tilburg. Foto Piet den Blanken

De veelal naakte beelden van Homan zijn geen realistische portretten van individuen maar universele beelden van mensen die gevoelens uitstralen. “Ik zoek naar een houding en een expressie in het gezicht die een bepaalde emotie uitdrukt.” Haar figuren ogen fysiek krachtig en tegelijkertijd geven ze zich bloot; ze stellen zich kwetsbaar op door compassie of gevoelens van verlangen, lijden of verdriet te tonen. Bij meerdere figuren binnen een groep is een spanningsveld merkbaar. Vaak gaan het verhevene en het tedere samen.

Passie
Homan heeft een positieve levensvisie. “Ik geloof in het positieve van de mensheid. We leren van wat we doen. Evolutie is een lang proces dat wordt beïnvloed door natuurlijke factoren en toeval, maar ook door sociaal-economische en culturele factoren. Dat is de basis voor verbetering van de maatschappij. In Europa is een lange traditie van democratie en de bevrijding van de vrouw. Dat laatste zie je ook terug in mijn werk. In mijn werk probeer ik van chaos iets moois te maken door te streven naar evenwicht en schoonheid. Ik kan echt genieten van een mooi beeld, een mooi schilderij, mooie muziek. Kunst kan troost brengen. Dat is volgens mij ook een van de functies van kunst. Voor het maken van kunst is talent, doorzettingsvermogen en passie nodig. De behoefte om kunst te maken hoort bij de mensheid. Het zit in ons om ons te willen uiten, sinds de prehistorie al.”

Margot Homan tegen de achtergrond van een van haar ontwerptekeningen. Foto Piet den Blanken

www.margothoman.nl

www.museumjancunen.nl

 

© Brabant Cultureel 2017