Sentiment volstaat niet om kerken voor sloop te behoeden

Minstens vierhonderdvijftig kerken legden in de voorbije twee eeuwen in Noord-Brabant het loodje. Wies van Leeuwen maakte er een boek over dat vooral een visuele rondgang is langs deze verdwenen kerken. De inleidende teksten zijn nogal sentimenteel van toon en dat noopt tot discussie. Een discussie die hoognodig moet worden gevoerd.

door Lauran Toorians

Wies van Leeuwen (Luyksgestel 1950) was van 1979 tot 2015 beleidsmedewerker cultuurhistorie en monumenten bij de provincie Noord-Brabant en kent het provinciale monumentenlandschap als zijn broekzak. Kerken hebben daarbij altijd zijn bijzondere belangstelling gehad en al begin jaren zeventig verschenen van zijn hand twee nuttige pockets met als titel Langs de oude Brabantse kerken. Nu stelde hij een boek samen over de kerken die in de afgelopen twee eeuwen in Noord-Brabant zijn gesloopt. Het resultaat is vooral een kijkboek met enkele korte, inleidende essays.

Ondanks stemmen om de resten van de kapel in Vlierden als ruïne te behouden, werden de toren en de restanten van de kapel in 1902 gesloopt. De stenen werden herbestemd voor wegverharding. Foto uit besproken boek

Markant
De teneur van die inleiding is behoorlijk sentimenteel. Kerken zijn markante gebouwen (maar dat zijn moderne windmolens ook) en behalve van afgebroken wordt vaak gesproken van ‘verwoest’. ‘Vaak zonder discussie, zonder eerbied of mededogen voor eeuwenoude herinneringen.’ Dat staat op pagina 7, meteen gevolgd door: ‘Om een dergelijke culturele erosie in de toekomst te voorkomen moeten we ons inspannen om waardevolle gebouwen hun functie en betekenis te laten behouden.’ Dat klinkt mooi en ik wil het hier ook graag mee eens zijn, maar het vraagt wel om nuancering en wat mij betreft ook om minder sentiment.

Eerst nog wat sentiment. Het overgrote deel van die gesloopte kerken werd ‘geamoveerd’ met instemming van zowel de Kerk zelf als van gemeentebesturen die werden gedomineerd door KVP en CDA. Zijn de schuldigen al ooit ter verantwoording geroepen, of hebben die heren – dames waren zelden betrokken – in stilte voor hun zonden gebiecht en de absolutie gekregen? Wie treurt over verdwenen kerken, moet toch twee dingen beseffen: Hij of zij stond erbij en keek ernaar, en de simpele remedie tegen dit onheil is vaker naar de kerk gaan.

De sloop van de Martinuskerk in Luyksgestel in volle gang. Pas tijdens de sloop bleek het muurwerk van de kerk middeleeuws. Links achter de oude kerk is de nieuwe Martinuskerk van architect Edmund Nijsten te zien. Foto uit besproken boek

Dit laatste staat natuurlijk ook al in de geciteerde zin van Van Leeuwen, die wil voorkomen dat gebouwen ‘hun functie en betekenis’ behouden. Dat doen gebouwen domweg niet. Gebouwen zijn gebruiksvoorwerpen en waar het gebruik wegvalt, wordt het gebouw overbodig. Dat geldt voor de kolenbunkers bij het spoor, het koetshuis achter de stadsvilla en voor de kerk in een dorp of woonwijk waarin bijna niemand meer ter kerke gaat. Ook de enorme koeltorens bij de Amercentrale in Geertruidenberg zullen binnenkort wel verdwijnen, terwijl die toch uiterst markant en beeldbepalend zijn, en als getuigenissen van een periode ook historisch waardevol.

Keerpunten
Voor kerken lijken andere criteria te gelden, maar het is de vraag hoe lang dat duurt. Zo lang er nog mensen rondlopen die in dat gebouw keerpunten in hun leven zagen gemarkeerd door gewijde handelingen, zo lang zal er weerzin zijn tegen de sloop van een kerk. Maar wat als die mensen er niet meer zijn? Als die kerk nog slechts een plaatje in een boek is, of vervangen door een blok moderne architectuur in een oudere dorpskern? Is het verlies van de kerk dan nog steeds groter dan de teloorgang van de melkfabriek, de jongensschool of de varkensstal op het boerenerf? Ik vrees van niet en denk dan ook dat we andere criteria nodig hebben om onze – terechte – zorg over het verdwijnen van gebouwd erfgoed op een zinvolle manier te reguleren.

Ondanks dat het gebouw een gemeentelijk monument was, besloot de gemeente Dongen in 2009 tot sloop van de neogotische Sint-Jozefkerk van architect J. van Groenendaal. Alleen de torenspits bleef als herinnering bewaard. Foto uit besproken boek

Terecht heeft een paragraaf in het boek als titel ‘Sloop is van alle tijden’ (met daarachter ‘een trieste balans’, maar dat ‘trieste’ is subjectief). Wanneer onze voorouders aan monumentenbehoud hadden gedaan, waren er in de middeleeuwen geen romaanse kerken vervangen door gotische opvolgers en was er in Rome geen barokke Sint-Pieter verrezen. We hadden waarschijnlijk hier en daar nog een intact Romeins amfitheater gehad en middeleeuwse kastelen zouden niet zijn beschouwd als leveranciers van (dak)lood, bouwhout en baksteen. Onze wereld zou er heel anders uit hebben gezien en of we dat triest of juist prettig moeten vinden, lijkt mij een moeilijk te beantwoorden vraag. Net als de kolenbunkers van de stoomtrein zouden we veel nutteloze gebouwen moeten onderhouden en veel kostbare ruimte missen. Slopen is een noodzakelijke bezigheid, hoe zuur het ook kan zijn op het moment dat de sloop plaatsvindt. Wat Van Leeuwen overigens ook goed laat zien, is dat het lang niet altijd om sloop ging. Kerken en andere gebouwen gingen ook ten onder door oorlogsgeweld of simpelweg door verwaarlozing.

Bij kerken in Noord-Brabant speelt daarbij een rol dat de oudere kerkgebouwen in 1648 overgingen in protestantse handen en daarmee in het bezit kwamen van kerkgemeenschappen die vaak veel te klein waren om het gebouw te onderhouden. Onmacht, meer dan onwil, droeg daardoor bij aan verval. Daar komt bij dat toen een deel van deze kerken in de negentiende eeuw aan de katholieken werden teruggegeven zij inmiddels te klein waren voor de parochie, of voor het zelfbeeld van de pastoor. Sloop en nieuwbouw lag daarmee voor de hand en de conclusie moet zijn dat onze voorouders bij dit soort overwegingen niet werden gehinderd door heimwee. Zij keken vooruit.

In 1991 werd in Eindhoven de Antoniuskerk gesloopt, een gebouw van architect Jan Stuyt. Ook de koepelschilderingen van Jan Oosterman gingen bij de sloop verloren. Foto uit besproken boek

Moskee
Wat in Noord-Brabant misschien minder speelde dan in de rest van Nederland, is dat er vaak grote weerstand bestond tegen de bouw van enorme, veelal neogotische kerkgebouwen in steden en dorpen. Die weerstand is één op één vergelijkbaar met de weerstand die een nieuwe moskee nu oproept en hoewel de gemoederen van toen al lang zijn bedaard, is het misschien wel een teken van gerechtigheid dat veel van deze steenkolossen niet voor de eeuwigheid zijn gebleken. Natuurlijk zou het beter zijn geweest wanneer er bij al die sloopwoede al vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw een duidelijk omlijnd plan had gelegen. Welke gebouwen zijn om architectonische of andere redenen zo waardevol dat herbestemming beter is dan sloop? Dat die afweging nooit is gemaakt is kwalijk en verwijtbaar. Maar opnieuw, waar zijn de schuldigen en wat doen we daarmee? En geldt hetzelfde niet voor de talloze industriële complexen, openbare gebouwen en gebouwen van nutsvoorzieningen die achteloos als oude meuk zijn geamoveerd?

Op pagina 31 citeert Van Leeuwen woorden van zijn leermeester C.J.A.C. (Kees) Peeters die al in 1987 schreef: ‘De monumenten, dat wil zeggen alle historische kunstvoorwerpen in hun eigen functie en betekenis of in de herinnering daaraan, geven ons een onmisbaar denkbeeld van onze oorsprong en hebben doordoor invloed op de toekomst. Waar het begrip voor de monumenten afsterft, ontstaat het ernstige syndroom van de deculturatie, het ziektebeeld van de culturele ontworteling, van een volstrekte vervreemding en anonimiteit, die niet anders gezien kan worden dan als een bron van het hedendaags vandalisme.’ Ik ben het met deze emotionele volzinnen niet eens, al was het maar omdat dit ‘vandalisme’ helemaal niet hedendaags is. Het is van alle tijden. Het belangrijkste woord in dit citaat is ‘herinnering’. De werkelijke waarde van monumenten – in de brede betekenis die Peeters eraan gaf – zit niet in stenen of andere materialen, maar tussen onze oren. Wie niet weet waarnaar hij kijkt, of wat hij vernielt, kan er ook geen waarde aan toekennen.

De gotische kerk van Almkerk werd in 1945 vrijwel volledig verwoest en is daarna gesloopt. Het schip van de kerk was al eerder verloren gegaan. Foto uit besproken boek

Goed onderwijs is daarmee waarschijnlijk veel belangrijker dan een rem op het verlenen van sloopvergunningen. Het rafelige vloerkleed waarop opa nog als peuter heeft rondgekropen, kan als erfgoed in de familie worden bewaard, of nu toch maar eens naar het grof vuil. Wie de geschiedenis kent, kan zo’n afweging maken, wie van niks weet, handelt irrationeel. De pijn zit niet in de gesloopte kerken, die zit in de onbegrensde domheid van beleidsmakers en lieden die beslissingen nemen. En die lieden zitten – helaas – tot in de hoogste regionen van de erfgoedwereld. Dat is pas iets om emotioneel over te zijn.

Alfabetisch
Het tweede en veruit langste hoofdstuk in dit boek bestaat uit een alfabetisch overzicht van plaatsen met verdwenen kerken. De beschrijvingen zijn kort en divers van aard en steeds zijn er een of twee afbeeldingen die het verlies illustreren. Dit overzicht is verre van volledig en heeft die pretentie ook niet en het is vooral dit hoofdstuk dat zich laat lezen, en vooral bekijken, als een ‘sentimental journey’ door Noord-Brabant. Het boek sluit af met een lijst van de ongeveer vierhonderdvijftig kerken die sinds 1800 zijn verdwenen. Genoteerd zijn hier achtereenvolgens de plaatsnaam, de kerkpatroon, het jaar van sloop of verwoesting, het jaar van bouw of verbouw, de architect, wat er eventueel nog rest en een korte karakteristiek van het gebouw (uiteraard allemaal voor zover bekend).

De sloop van de Noordhoekse Kerk (Heilig Hart) in Tilburg riep ook in 1975 veel weerstand op. Het was een kerk van Pierre en Joseph Cuypers met uitbundige wandschilderingen van Egbert Dekkers. Foto uit besproken boek

Van Leeuwen geeft aan dat waarschijnlijk ook deze lijst nog niet volledig is, maar ze komt zeker in de buurt. Een pedante aanvulling is wellicht dat de huidige kerk in Boekel een voorganger had die in 1925 is gesloopt, maar dat ook die voorganger niet de eerste kerk van Boekel was. Eerder was er al een kerk, ontstaan uit een kapel, die in de achttiende eeuw enkele verbouwingen en uitbreidingen onderging en die in 1831 wegens te klein en bouwvallig werd gesloopt. Hiervoor in de plaats kwam een kerk die op 8 april 1832 werd ingewijd en die dus in 1925 op haar beurt werd gesloopt en vervangen door een kerkgebouw naar de eisen van de tijd. Is dat vandalisme, of vooruitgang?

Een bijzondere categorie vormen de kerken die vooral in de steden zijn gebouwd tussen ongeveer 1955 en 1965 en die vaak nog geen vijfentwintig jaar later een roemloos einde vonden door de slopershamer of als supermarkt. Er zijn ook voorbeelden van een goede herbestemming van dergelijke moderne kerkgebouwen, maar ook hier had een weloverwogen keuze tot minder pijn kunnen leiden. Anderzijds moet gezegd dat er weinig is gerouwd om de sloop van de Sint Maartenkerk in Tilburg waarvan ik vrijwel de gehele levenscyclus als parochiaan in mijn jeugd heb meegemaakt. De kerk werd in 1963 gebouwd naar een ontwerp van de Tilburgse architect Jos Schijvens, met glas-in-betonramen van Jan Dijker, en werd in 1983 inclusief die ramen gesloopt. Het was een markant gebouw met een mooie functionele ruimte en door die ramen een mooi licht, maar wat is een kerk zonder kerkgangers? De nabijgelegen en in 1960 gebouwde Pastoor van Arskerk doet al sinds 1977 dienst als wijkcentrum en openbare bibliotheek, dus die functies waren al vergeven.

Rationeel
Ben ik nu een zuurpruim? Nee, dat geloof ik niet. Dit is een mooi verzorgd boekwerk en het is goed dat deze verdwenen kerken aandacht krijgen. Maar het zou ook goed zijn wanneer er een discussie wordt gevoerd over onze kijk op erfgoed. En dan bij voorkeur een rationele discussie over wat we willen doorgeven, hoe we dat willen doen en met welk verhaal. Het belangrijkst is het behoud van kennis, niet het behoud van stenen. Die kunnen daarbij hooguit een middel zijn, nooit het doel. En laten we waken voor nep-erfgoed. Terugbouwen wat weg is, is zelden zinvol.

Wies van Leeuwen, De verdwenen kerken van Noord-Brabant. Zwolle: WBooks i.s.m. Stichting ABC 2017, 128 pp., ISBN 978-94-625-8210-1, hb., € 24,95.

www.wbooks.com

A Sentimental Journey op YouTube  

 

 

© Brabant Cultureel 2017