De Heilige Driehoek in Oosterhout, een unicum in Nederland

Drie aan elkaar grenzende kloostercomplexen in Oosterhout openen gastvrij hun poorten voor de Eerste Biënnale Kunst in de Heilige Driehoek. Behalve hedendaagse kunst met ‘liefde’ als overkoepelend thema is het daarmee nu ook mogelijk dit unieke gebied zelf te verkennen. Drie religieuze gemeenschappen met elk hun eigen geschiedenis en tradities huizen hier in monumentale gebouwen op landgoederen en laten bezoekers toe in hun spiritualiteit.

door Lauran Toorians

De Onze Lieve Vrouweabdij. Foto Piet den Blanken

De zogenaamde Heilige Driehoek in Oosterhout is een unicum in Nederland en misschien ook wel daarbuiten. Drie abdijen bevinden zich hier zij aan zij in een groene buffer tussen de snelweg (A27) en de bebouwde kom van Oosterhout. Net als Rome is ook deze driehoek niet op één dag gebouwd en alle drie de kloostergemeenschappen kwamen naar Oosterhout als vluchtelingen. De norbertinessen van Sint-Catharinadal waren de eersten die zich in 1647 vestigden in het slotje de Blauwe Kamer. Deze gemeenschap is al in 1277 gesticht in Vroenhout bij Wouw en verhuisde in 1295 naar Breda waar de gemeenschap door de reformatie in de knel kwam en in verval raakte. Door steun van de Nassaus, die als heren van Breda vasthielden aan de traditie om deze kloostergemeenschap te beschermen, ontkwam de communiteit aan totale opheffing. In 1645 had de proost, de priester, van Sint-Catharinadal het Oosterhoutse slotje kunnen kopen en de laatst overgebleven zusters vonden daar een veilige haven. Later bloeide deze gemeenschap weer op.

Begin twintigste eeuw volgden in 1901 de benedictinessen met de Onze-Lieve-Vrouweabdij en in 1907 de benedictijnen van de Sint-Paulusabdij. Zij waren gevlucht uit Noord-Frankrijk, waar in die tijd door de staat kloosters werden gesloten en kerkelijke goederen werden geconfisqueerd. Meer Franse kloostergemeenschappen vonden in die periode hun weg naar Noord-Brabant, maar dat zij zich zoals in Oosterhout ‘op een kluitje’ naast een al bestaande abdij vestigden, is uniek. Het resultaat is een behoorlijk groot gebied dat zich achter hoge kloostermuren onttrok aan zaken als ruilverkaveling en stadsvernieuwing. Er verrezen kloostercomplexen met voor hun tijd moderne gebouwen en met grote tuinen die deels ook als landbouwgrond in gebruik zijn en er zo voor zorgen dat de gemeenschappen zelfvoorzienend kunnen zijn. In de loop van ruim een eeuw ontstond zo een gebied dat niet alleen cultuurhistorisch, maar ook ecologisch een grote waarde vertegenwoordigt.

De Sint-Paulusabdij. Foto Piet den Blanken

Buitenwereld
In 2006 verlieten de laatste benedictijnen de Sint-Paulusabdij die sindsdien wordt bewoond door leden van de Franse Communauté de Chemin Neuf, een oecumenische gemeenschap met een apostolisch karakter die zich sterk richt op jongeren en gezinnen. De twee andere abdijen hebben nog steeds hun oude functie met levendige gemeenschappen die al enige tijd ook actief openstaan voor de buitenwereld. Lang bestonden die contacten vooral door de bloeiende kunst- en restauratieateliers die de zusters onderhielden. Met name het atelier waarin de norbertinessen oude boeken (handschriften en oude drukken) restaureerden geniet grote faam onder iedereen die op wat voor manier dan ook met oude boeken te maken heeft. Sinds 2016 bevindt zich op het terrein van deze abdij ook een grote wijngaard en wordt in de abdij wijn gemaakt en gebotteld. Sinds kort is een schuur op het terrein verbouwd tot horecagelegenheid die wordt verpacht en waar ook ruimte is voor lezingen en andere culturele activiteiten.

De zusters van de Onze-Lieve-Vrouweabdij legden zich toe op textiel. Jarenlang restaureerden zij in hun ateliers oude gobelins en ook iconen. Tegenwoordig maken en beschilderen zij waskaarsen. Alle drie de abdijen beschikken over gastenverblijven en met enige regelmaat zijn er open dagen, en het is natuurlijk bijzonder dat nu tijdens de Eerste Biënnale Kunst in de Heilige Driehoek flinke delen van zowel de tuinen als de gebouwen van de drie de abdijen toegankelijk zijn voor publiek. Daarmee is ook de Heilige Driehoek zelf, naast alle kunstwerken, één van de grote bezienswaardigheden van deze Biënnale.

Sint-Catharinadal. Foto Piet den Blanken

Ontginningsboerderij
Dankzij de norbertinessen is de Blauwe Kamer het best bewaarde van de slotjes die Oosterhout nog rijk is. Zeker vanaf het voorplein heeft dit gebouw nog de uitstraling van het zestiende-eeuwse landhuis dat de zusters hier in 1647 betrokken. De slotjes ontstonden in de late middeleeuwen als grotere ontginningsboerderijen die al vroeg een stenen hoofdgebouw kregen dat vaak al vanaf het begin was omgeven door een gracht. Deze in eerste aanleg nog vrij eenvoudige gebouwen, groeiden in de zestiende en zeventiende eeuw uit tot mondaine buitenhuizen waarvan er in Oosterhout een aantal tot op heden bewaard is gebleven. Uiteraard werd het slotje uitgebreid met een kerk, een kloostergang en een aantal zalen zoals een refter. Eind jaren 1960 kwam er een sfeervolle nieuwe kerk die de eerdere neogotische kerk uit het begin van de twintigste eeuw vervangt.

De benedictinessen namen in 1901 hun intrek in een voormalige kostschool die grensde aan Sint-Catharinadal en transformeerden die tot een kloostercomplex met kerk. In 1961 werd hier de kerk verbouwd naar een ontwerp van de bekende architect en stedenbouwer Marinus Jan Granpré Molière (Oudenbosch 1883 – Wassenaar 1972) die zich sterk liet inspireren door de romaanse kerkbouw. Eerdere wandschilderingen gingen daarbij verloren. Andere nieuwbouw werd hier uitgevoerd in de stijl van de Bossche School.

De Kloosterdreef leidt naar het klooster Sint Catharinadal. Foto Piet den Blanken

De Sint-Paulusabdij ontstond als een heel nieuw complex in verschillende bouwfasen naar een ontwerp van de Franse monnik dom Bellot en uitgevoerd door de Oosterhoutse aannemer Martens. Late neogotiek gaat hier hand in hand met Art Deco. Latere toevoegingen werden ontworpen door de bekende dom Hans van de Laan. Het gastenverblijf is het eerste gebouw dat geheel volgens zijn theorie van de grondverhouding is ontworpen en het hele complex is een fraai voorbeeld van monumentale baksteenarchitectuur.

Van de Meer de Walcheren
Tot de bekendste bewoners van de Heilige Driehoek behoren beslist Pieter van de Meer de Walcheren (1880-1970) en zijn enige dochter Anne-Marie. Van de Meer de Walcheren kwam uit een remonstrants gezin, groeide op als jonge socialist, bekeerde zich 1911 tot de katholieke kerk en werd een belangrijk voorman in de culturele opleving die de katholieke kerk in die tijd beleefde. Hij was dichter, schrijver, redacteur van de literaire tijdschriften Roeping en De Gemeenschap en in Parijs ook enige tijd uitgever.

De Sint-Paulusabdij in De Heilige Driehoek in Oosterhout. Foto Piet den Blanken

In 1917 vestigden hij en zijn echtgenote, de schilderes Christine Verbrugghe, zich in Oosterhout waar zij contacten onderhielden met de benedictijnen en benedictinessen in de Heilige Driehoek. Hun oudste zoon trad in en toen die in 1931 jong overleed besloot het echtpaar zijn plaats in het klooster in te nemen. Pieter trad in de Sint-Paulusabdij in, Christine bij de benedictinessen in het Franse Solesmes. Deze ‘constructie’ hield echter geen stand. De twee traden weer uit en pakten hun leven als echtpaar op, eerst in Parijs, later in Bilhoven en Breda. Inmiddels was Pieter zeker in katholieke kring een bekend auteur en opiniemaker.

Christine mocht niet in Oosterhout intreden bij de benedictinessen, omdat daar al hun dochter in het klooster was. Anne-Marie van de Meer de Walcheren werkte in de voetsporen van haar moeder als beeldend kunstenares en bleef dat ook doen nadat zij in 1966 was uitgetreden. Zij overleed in 1976 in Tilburg. Ook na haar uittreden onderhielden vader en dochter een innige band en een intensieve correspondentie. Na het overlijden van zijn vrouw Christine trad Pieter van de Meer de Walcheren in 1953 opnieuw in als benedictijn in de Sint-Paulusabdij. Hij bleef publiceren, met in 1960 onder meer een boek met de nu in de Heilige Driehoek volop actuele titel Alles is liefde.

deheiligedriehoek.com

kunstindeheiligedriehoek.nl

Meer over Pieter van de Meer de Walcheren in Brabant Cultureel in 2007

 

© Brabant Cultureel 2017