Hoe voetbalclub RKC een museum meesleept in zijn val 

Een hippe opleiding voor schoendesign zou Waalwijk, met een verleden van schoen- en lederindustrie,  internationaal aanzien geven. Het bleek een droom. Met het debacle met RKC voor ogen trapte de gemeente op de rem. SLEM Design, de opleiding, is failliet en dreigde het Nederlands Leder- en Schoenenmuseum mee te sleuren. Als het aan de gemeente ligt, komt het niet zo ver en blijft het museum bestaan.

door Joep Trommelen

‘Meer sluitingen in Waalwijk’, heette de fraaie expositie van door Luuk Aarts gemaakte foto’s van schoensluitingen die dit voorjaar (2017; red.) opende bij schoendesignopleiding SLEM (Schoenen Leder Educatie Museum). Een prikkelende naam voor een expositie in een stad die al jaren wordt geteisterd door winkelsluitingen. De tentoonstelling opende vlak nadat in het Waalwijkse een politieke bom was gebarsten. Het gemeentebestuur kwam terug op zijn voornemen een deel van de grote financiële tekorten bij SLEM voor zijn rekening te nemen. Ergo: sinds 25 juli 2017 is ook SLEM gesloten en Waalwijk een illusie armer.

Nederlands Leder- en Schoenenmuseum in Waalwijk. Foto Piet den Blanken

Het klinkt zo simpel: breng het Nederlands Leder- en Schoenenmuseum van een afgelegen Waalwijks industrieterrein naar het hart van de stad, dat als zoveel wegkwijnende binnensteden wel een impuls kan gebruiken. Ook de locatie ligt voor de hand: het voormalige stadhuis dat sinds 2012 al onderdak biedt aan de hippe schoendesignopleiding SLEM. Het samenbrengen van oud en nieuw moet het stof van het museum afblazen en Waalwijk de publiekstrekker geven die het winkelhart nieuw leven inblaast. Waalwijk zou zowel zijn verleden als een toekomst in de schoen- en lederindustrie inzetten voor zijn binnenstad.

Al jarenlang broedde de gemeente op de verhuizing van het museum dat begin dit jaar de deuren sloot. Over twee jaar moest het weer open gaan, nu in het voormalige stadhuis. Maar van die droom is niets over en de gemeente Waalwijk moet nu een Plan B gaan bedenken voor een zelfstandig museum ‘plus’. SLEM is inmiddels failliet verklaard.

Tekort
De schoendesignopleiding bleek eerder dit jaar een tekort oplopend tot 1,9 miljoen in de boeken te hebben. Een financiële injectie van de gemeente van negen ton en een grote bezuinigingsoperatie moesten SLEM en het museumplan gaan redden. B en W van Waalwijk wilden daar eerst aan meewerken en toen plots niet meer. Dat er bij SLEM sprake was van tekorten, was overigens al jaren bekend. Maar die tekorten bleven oplopen naarmate de museumplannen langer in de broedstoof verbleven. Daarnaast kwam er een ambtelijk advies dat de vloer aanveegde met de positieve effecten van samenwerking met een ‘internationale’ opleiding. Waalwijk kan beter samenwerking met regionale partners zoeken, stelde de eigen projectmanager. Het lijkt erop dat dit advies de doodsteek was voor SLEM.

Nederlands Leder- en Schoenenmuseum. Foto Luuk Aarts

De coalitie van VVD, CDA, ChristenUnie en LokaalBelang steunde het voorstel van wethouder Hans Brekelmans uiteindelijk niet. Dat voorstel behelsde negen ton gemeentesubsidie en een miljoen bezuinigingen door SLEM. De partijen vonden het in juli 2017 te ver gaan om met gemeentegeld de door SLEM Design zelf veroorzaakte tekorten aan te vullen. Een aangeslagen Brekelmans nam zijn voorstel terug en kwam daarna met een nieuw plan waarin alleen nog plaats was voor geld voor een museum; iets wat de coalitie wel steunde.

De oppositie en het SLEM-bestuur spraken er schande van. In hun ogen was aan dit besluit geen fatsoenlijke openbare discussie voorafgegaan. SLEM gooide het bijltje er boos bij neer en werd failliet verklaard. Inmiddels heeft de curator laten weten dat de museumcollectie in ieder geval is veiliggesteld. De SLEM-droom is echter in duigen gevallen. 

Nederlands Leder- en Schoenenmuseum. Foto Luuk Aarts

Volgens Brekelmans kan het nu nog wel drie tot vier jaar duren voordat een nieuw museum er is. Hij houdt nog wel vast aan de locatie – het voormalige stadhuis – en wil zelf de kar blijven trekken. Opstappen was voor hem in juli geen optie. Daar was in zijn ogen niemand en zeker ook het museum en het zieltogende Waalwijkse stadscentrum niet bij gebaat. Uithuilen en opnieuw beginnen is het devies. Brekelmans wil redden wat er te redden valt, stelt hij. In het gesloten museum zorgen de conservator en een handjevol medewerkers er intussen voor dat de collectie in goede staat blijft.

RKC Waalwijk
De koudwatervrees en de ommezwaai van het Waalwijkse college en de gemeenteraad is voor buitenstaanders wellicht beter te begrijpen tegen de achtergrond van wat er met betaald voetbalorganisatie RKC Waalwijk is gebeurd. De gemeente Waalwijk redde die club ooit door het stadion te kopen en vervolgens terug te gaan verhuren. Na de degradatie uit de eredivisie kon de club de huur echter niet meer opbrengen. Als de gemeente zich aan de afspraken zou hebben gehouden, zou RKC – ooit het Wonder van Waalwijk genoemd – alsnog failliet zijn gegaan. Dan zou de gemeente helemaal geen cent hebben teruggezien en zou ze met een voor andere doeleinden dan voetbal onbruikbare betonnen bak in haar maag zitten.

De gemeenteraad wilde van deze financieel verstikkende banden met RKC af en uiteindelijk nam tot opluchting van bijna iedereen een projectontwikkelaar het stadion over. De gemeente nam zijn verlies. Dit nooit weer, is nu de stemming in de Waalwijkse politiek: de gemeente had zich door de voetbalclub in een fuik laten lokken waar ze bijna niet meer uit kon komen.

Nederlands Leder- en Schoenenmuseum. Foto Luuk Aarts

De samenwerking tussen SLEM en gemeente dreigde volgens critici precies zo’n fuik te worden. Want welke garanties waren er dat de noodlijdende opleiding na een reddingsoperatie het samen met het museum wel zou gaan redden? En leefde het onderwerp RKC in ieder geval nog bij het voetbalminnende deel van de bevolking, het handjevol deels buitenlandse studenten van de opleiding brengt de Waalwijkers bepaald niet in actie. Het onzekere lot van het schoenenmuseum heeft nog niet geleid tot een volksopstand.

Shanghai
De verhoudingen tussen de beoogde partners SLEM, gemeente en museum raakten de laatste jaren dusdanig verstoord dat er een wonder nodig zou zijn om de gestrande samenwerking weer vlot te trekken. SLEM-directeur Nicoline van Enter verweet Brekelmans en de zijnen veel te lang te hebben gedraald met de museumplannen. Dat is volgens haar de hoofdoorzaak van de problemen. Bovendien betichtte ze de plaatselijke pers via Facebook van ‘een ware hetze’ en ‘tendentieuze berichtgeving’. Waalwijk denkt te klein, stelde zij: SLEM is een internationale opleiding met zelfs een dependance in Shanghai. Willen jullie me niet? Dan ben ik weg, liet Van Enter al snel weten.

Vlak daarna liet Brekelmans onder druk van de coalitie inclusief zijn eigen partij SLEM als een baksteen vallen. Inmiddels is Van Enter begonnen met een opvolger van SLEM, The Footwearists, met als hoofdvestigingsplaats ’s-Hertogenbosch. Volgens haar gaan de capriolen die Waalwijk nu uithaalt de gemeente veel meer geld kosten dan het SLEM-reddingsplan, met een ongewisse uitkomst bovendien.

Klik hierboven en bekijk acht foto’s uit de tentoonstelling ‘Meer sluitingen in Waalwijk’ van fotograaf Luuk Aarts die voorjaar 2017 opende bij schoendesignopleiding SLEM (Schoenen Leder Educatie Museum).

De aantallen studenten bleven in de vijf jaar van het bestaan van SLEM Design achter bij de verwachtingen. En zo ook de inkomsten uit de verhuur van studentenkamers en de consultancy activiteiten. Vanaf het begin deden in Waalwijk verhalen de ronde over de veel te grote voet waarop Van Enter de opleiding vorm gaf. Maar zowel gemeente als SLEM volhardden in hun optimisme: de samenwerking zou alle problemen oplossen. Van Enter houdt vol dat de eerste jaren van een nieuwe opleiding nu eenmaal geld kosten en stelt nu dat SLEM Design en ook de consultancy poot het laatste jaar zwarte cijfers schreven en dat de toekomst er dus zonniger uitzag. Totdat de gemeente de stekker er vlak voor de zomervakantie uit trok.

De aanstelling, een jaar geleden, van zakelijk directeur Thijs Torreman kon het financiële tij bij SLEM niet tijdig keren. Het ontslag van Wim Blok, directeur van het schoenenmuseum, zette bovendien kwaad bloed bij de vrijwilligers waarop het museum dreef. Blok zelf werd met een afkoopsom een zwijgplicht opgelegd. Vrijwilligers zetten hun vraagtekens bij de ambitieuze plannen en waren bang dat het door hen gekoesterde culturele erfgoed verloren zou gaan te midden van al dat internationale op de toekomst gerichte hightech geweld.

Ondernemers
Wat nu rest, is een failliete SLEM en een gemeente die terug is bij af. Het doel blijft vestiging van het museum in het voormalige stadhuis. Maar van wat misschien wel de grootste prioriteit van het gemeentebestuur was, resten slechts puinhopen.

Het museum begon zijn bestaan in 1954 als Oudheidkundig Museum voor de Schoen- en Lederindustrie. Initiatiefnemer was Antoon Hendriks, leraar schoenmaken en verzamelaar van voorwerpen die met schoenmaken te maken hadden. Een aantal van die spullen liet hij zien tijdens de expositie Schoenen Leer En Mode in 1953, waar de failliete SLEM in eerste instantie zijn naam aan ontleende. Samen met een aantal enthousiaste ondernemers richtte hij een stichting op en opende het museum. In 1960 verhuisde het museum naar een pand in de Grotestraat en sinds 1983 zat het museum in de voormalige fabriek van schoenmerk Pinocchio. De collectie groeide, onder andere met machines die konden worden bediend in het bijzijn van publiek door vrijwilligers die ooit werkzaam zijn geweest in de leer- en schoenenindustrie. Het museum trok zo’n twintigduizend bezoekers per jaar.

Het voormalige stadhuis in de Waalwijkse binnenstad. Foto Piet den Blanken

Florerend
Waalwijk en ook de rest van de Langstraat vormden ooit het hart van een florerende Nederlandse leer- en schoenindustrie. Grazige weiden langs de Maas boden plaats aan de belangrijkste grondstof: koeien. Het riviertje De Loint zorgde voor het water dat voor het looiproces nodig was, en eikenhakhoutbossen zorgden voor schors, eveneens onontbeerlijk voor het looien. In de jaren zestig en zeventig verdween de leer- en schoenindustrie als gevolg van concurrentie uit lage lonenlanden als Italië. Waalwijk werd een armlastige gemeente maar wist zich op te trekken dankzij een haven en industrieterrein dat tegenwoordig onderdak biedt aan giganten als bol.com en Xenos. Leer en schoenen maakten plaats voor logistiek. Wel is er nog steeds sprake van grootschalige handel in schoenen; geen maakindustrie meer, maar ‘dozen schuiven’. Dat zou het door sommigen gehekelde gebrek aan betrokkenheid van het bedrijfsleven bij het SLEM-project kunnen verklaren. Wat heeft een dozenschuiver met de 3D-printers van SLEM of met de schoen van de Reus van Rotterdam in het museum?

Het had zo mooi kunnen zijn: SLEM als hippe toevoeging aan de toch wat stoffige museumcollectie die voornamelijk bussen met ouderen wist te bekoren, mensen die na koffie met Halve Zool weer de bus in stapten en huiswaarts gingen. Een nieuw museum moet nog steeds de grote trekker worden die meer publiek naar het Waalwijkse winkelhart gaat lokken. Want ‘beleving’ is het toverwoord in vrijwel alle revitaliseringsplannen voor binnensteden. Een museum kan daar nog steeds een grote rol in spelen. Het is de troef waar Brekelmans en de zijnen nog steeds vol op inzetten. Het is ook de enige troef waar ze over beschikken.

www.schoenenmuseum.nl

© Brabant Cultureel 2017