Het Van Abbemuseum presenteert de eigen collectie volgens ingewikkelde concepten

Het Van Abbemuseum in Eindhoven munt uit in het bedenken van concepten om de vaste collectie telkens op een andere wijze te presenteren. De tijd dat kunstwerken worden getoond per stijl op chronologische volgorde is voorbij. Maar de nieuwe concepten vragen wel veel van de bezoeker. Die moet zelf op zoek naar de verhaallijn en de relatie met de kunstwerken binnen dat verhaal.

door Irma van Bommel

Stijlkamer in de expositie ‘The making of modern art’ in het Van Abbemuseum. Foto Peter Cox

Op de begane grond van de nieuwbouw is de expositie The making of modern art te zien. Een presentatie die ‘moderne meesterwerken uit de Van Abbe-collectie, zoals Leger, Kandinsky, Mondriaan, Picasso en Sol LeWitt integreert in een experimentele “making of” van de canon van moderne kunst’, zoals op een tekstbord staat te lezen. En dan ook nog eens getoond in verschillende stijlkamers die zijn geïnspireerd op de Perzische Brieven die Montesquieu (1689-1755), een Franse baron, schreef in 1721. Daarin deed Montesquieu zich voor als een Perzische prins en beschreef hij zijn eigen wereld alsof hij een buitenstaander was. Dat is een heleboel informatie aan het begin van de expositie. En weet de bezoeker nog niet wat hem te wachten staat.

Daarmee openen zich twee opties: Of de bezoeker loopt gelaten verder, volgt de route door de expositie en hoopt ergens een verhaallijn op te pikken. Of de bezoeker is razend enthousiast, loopt door de expositie en laat zich verrassen door wat hij ziet en leest. De makers van de tentoonstelling hopen uiteraard op bezoekers uit de tweede categorie.

Kunstgeschiedenis
De expositie gaat niet zozeer over kunstwerken, maar over kunstgeschiedenis. Het gaat over de ontwikkeling van de moderne kunst, over zaken die hebben bijgedragen aan de canon van de moderne kunst. Nog duidelijker: hoe het komt dat Picasso, Mondriaan en Kandinsky de grote namen zijn geworden van de moderne kunst.

Blik in de expositie ‘The way beyond art’ in het Van Abbemuseum. Foto Peter Cox

Deze canon werd gevormd door verzamelaars en curatoren. De vraag is dus: wat werd er geselecteerd en getoond. Belangrijke verzamelaars waren Gertrude Stein en Peggy Guggenheim, die hun verzameling tentoonstelden. Het Van Abbe schetst een beeld van acht tentoonstellingen in West-Europa, de VS en de Sovjet Unie die hun stempel hebben gedrukt op de kunstgeschiedenis. Dat waren tentoonstellingen die de moderne kunst omarmden, maar ook tentoonstellingen die deze juist verguisden, zoals Entartete Kunst (1937) in nazi-Duitsland en Art of the Industrial Bourgeoisie (1931) van de Sovjet-Unie.

In het midden van de tentoonstelling is een maquette te zien van de tentoonstelling Cubism and Abstract Art uit 1936 die de toenmalige museumdirecteur van het Museum of Modern Art (MoMA) in New York, Alfred Barr, samenstelde. Bijzonder is dat hij in een schema inzichtelijk maakte hoe kubisme en abstracte kunst zijn ontstaan vanuit eerdere kunststromingen. Daarmee schreef hij kunstgeschiedenis vanuit een internationaal perspectief. Eveneens bijzonder is dat hij de werken toonde op witte muren, iets wat veel navolging vond. Rondom de maquette toont het Van Abbe van dezelfde kunstenaars ander werk uit eigen en andere collecties.

Zijsprongetjes
Naast deze grote lijn van historische presentaties maakt de expositie nogal wat zijsprongetjes. Zo begint de expositie met de rol van de musea waarin (kunst)objecten worden getoond zonder de oorspronkelijke context waarvoor ze zijn gemaakt. Denk daarbij aan heiligenbeelden uit kerken en ‘primitieve’ beelden en maskers uit Indonesië en Afrika. En vergelijk dat met hedendaagse kunst die juist voor musea lijkt te zijn gemaakt.

In het midden een maquette van de tentoonstelling ‘Cubism and abstract art’ die in 1936 te zien was in het MoMA in New York, met daaromheen werken uit de collectie van het Van Abbemuseum en bruiklenen. Foto Peter Cox

Andere terzijdes gaan over uiteenlopende zaken als de waardering van de kopie naast het originele kunstwerk, problemen die zich voordeden bij de douane met invoerrechten van kunst en de daaruit voortvloeiende definitie van wat kunst moet zijn. Maar ook verschillende politieke ideeën en veranderde denkbeelden over het koloniale verleden komen aan bod. Daarnaast zijn de teksten hier en daar gelardeerd met citaten van de Duitse cultuurfilosoof Walter Benjamin (1892-1940). Of met recente uitspraken geïnspireerd op het gedachtengoed van de bekende filosoof, door iemand die zich uitgeeft voor Walter Benjamin en die betrokken is bij het Museum of American Art in Berlijn. Deze namen zien we terug op het informatiebord aan het begin van de expositie, het museum als medesamensteller, Walter Benjamin als speciale adviseur. Even zoeken op internet leert dat genoemd museum een instelling is over kunstgeschiedenis die tentoonstellingen nabouwt. Bovengenoemde maquette komt hier vandaan.

The making of modern art eindigt met een ludieke stijlkamer van het eiland Utopia, compleet met kaartjes bij de kunstwerken in een niet leesbare taal. Gelukkig ligt er wel een A4-tje met relevante informatie over de werken. Tip voor de curatoren: Maak van deze expositie een boekje, zodat de bezoeker de overvloed aan interessante informatie thuis nog eens rustig kan nalezen.

Maatschappij
Op de twee verdieping is de expositie The way beyond art te zien, eveneens een presentatie met de eigen collectie als uitgangspunt. ‘In wat voor land of maatschappij willen wij leven? Welke rol spelen vrijheid, identiteit en duurzaamheid in ons denken over de toekomst? Kunnen kunst en het museum duiding geven?’ De expositie is een ‘experimentele setting verdeeld over drie thema’s: land, thuis en werk’.

Stijlkamer Utopia, met achterin het werk Hommage à Apollinaire van Marc Chagall. Foto Peter Cox

De titel van deze expositie was al in 1947 bedacht door Alexander Dorner (1893-1957), in de jaren twintig museumdirecteur van het Landesmuseum in Hannover, voor zijn boek Überwindung der “Kunst” over ‘hoe de overweldigende veranderlijkheid van de wereld niet alleen tot uitdrukking wordt gebracht in kunst en wetenschap, maar daar ook de onmisbare basis van is’. Deze tekst staat op een bord bij het begin van de expositie. Meer tekst en uitleg wordt gepresenteerd in ordners. Daar lezen we: ‘Voor Dorner is kunst geen spiegel die reflecteert, maar een motor die aanzet tot verandering.’

Van recente museumaankopen kun je zeggen dat ze zijn verworven vanuit een maatschappijkritische achtergrond. Voor de oude werken geldt dat niet. Is het een probleem om die nu terug te zien in het format van de tentoonstelling? Nee. Wat wel een probleem is, is dat de bezoeker informatie uit ordners moet halen. Het omslaan van de bladen blijkt daarbij een haast onmogelijke klus. Dat is jammer, want de interessante informatie die voor diepgang van de expositie zou moeten zorgen, ontgaat zo het gros van de bezoekers. Presentatie via een touchscreen zou uitkomst kunnen bieden.

Het Van Abbe presenteert nu met twee fraai vormgegeven exposities de vaste collectie volgens originele concepten. Deze exposities mogen dan uitnodigen tot intellectueel prikkelen, eenvoudig te behappen zijn ze niet. Het is de vraag hoeveel van de bezoekers deze uitdaging zullen aangaan. Die bezoeker krijgt er in elk geval de tijd voor, want de tentoonstellingen staan lang en een keer opnieuw gaan kijken is dus mogelijk.

‘The making of modern art. Een verhaal over moderne kunst’ en ‘The way beyond art’, t/m 3 januari 2021 in het Van Abbemuseum te Eindhoven.

www.vanabbemuseum.nl

 

© Brabant Cultureel 2017