We Are Public: de Netflix voor kunst en cultuur

Het nieuwe initiatief We Are Public slaat aan in Noord-Brabant. We Are Public belooft meer publiek voor kunst en daardoor een grotere financiële armslag voor de kunstenaars. Te mooi om waar te zijn? “Ik geloof er heilig in”, zegt Marleen Hartjes, het Brabantse gezicht van We Are Public, in een gesprek dat ook over de centen gaat.

door Joke Knoop

We Are Public had slechts zes weken nodig om in Noord-Brabant tweeduizend mensen warm te maken voor een nieuwe cultuurpas. Inmiddels zijn er enkele honderden leden meer. Dat zijn allemaal cultuurliefhebbers die voor vijftien euro per maand gratis of met korting naar tal van voorstellingen kunnen. De helft van de inkomsten van We Are Public gaat naar de kunstenaars en culturele instellingen, belooft de organisatie.

Marleen Hartjes, Wearepublic in het Van Abbemuseum. Foto Piet den Blanken

Cultuuroptimisten
De leden zijn – in de woorden van We Are Public – ‘cultuuroptimisten met zin in avontuur’. Die karakterisering is bij uitstek van toepassing op Marleen Hartjes. Zij is de enthousiaste hoofdredacteur Brabant en zij bepaalt uiteindelijk het culturele aanbod voor We Are Public Brabant. Wie zijn die cultuuroptimisten in Noord-Brabant? Volgens Hartjes oud en jong. Ongeveer de helft van de leden is tussen de twintig en veertig jaar. Dat is bij uitstek de leeftijdsgroep die het doorgaans laat afweten in de theaters, musea en concertzalen. Daar komen immers vooral hoogopgeleide ouderen. Die gevestigde instellingen krijgen graag jonger en ander publiek binnen.

In Noord-Brabant zijn tot nu toe ruim tachtig culturele instellingen aangesloten. Daaronder de bekende theaters, concertzalen, musea in de grote steden, maar ook de kleinere plaatsen doen mee. Een ander gegeven, dat niets met leeftijd te maken heeft, is dat cultuurliefhebbers vooral naar de hen bekende podia en musea gaan. We Are Public wil hen verleiden om verder te kijken, om op avontuur te gaan. En dat allemaal voor hetzelfde geld: vijftien euro per maand. We Are Public veronderstelt dat bijvoorbeeld popliefhebbers het aan durven om eens een tentoonstelling te bezoeken, dat concertgangers naar een dansvoorstelling gaan en dat operaliefhebbers zich wagen aan experimenteel toneel. Zij maken kennis met een andere kunstdiscipline en met andere culturele plekken. Hartjes: “Wij verlagen de drempels. We Are Public is de gids naar onbekende makers, naar andere podia. Grote namen als Guus Meeuwis of Youp hebben ons niet nodig.”

Marleen Hartjes, We Are Public. Foto Piet den Blanken

Geselecteerd
We Are Public werkt als een soort Netflix voor cultuur. De organisatie maakt een keuze uit het grote aanbod in Noord-Brabant. Leden kunnen ook naar geselecteerde voorstellingen in Amsterdam en Den Haag; twee steden waar We Are Public ook actief is. Redacteuren die thuis zijn in de verschillende kunstdisciplines kiezen uit het grote aanbod. Vervolgens maakt Hartjes voor Noord-Brabant de uiteindelijke selectie en zet die op de webpagina. Leden kunnen onbeperkt naar alle geselecteerde voorstellingen, films, concerten, tentoonstellingen.

De vergelijking met de museumjaarkaart is snel gemaakt. Hartjes ziet evenwel een groot verschil: de museumjaarkaart zegt niets over de kwaliteit van een tentoonstelling, terwijl We Are Public filtert op kwaliteit. Zij noemt kunstenaarsinitiatief Park in Tilburg als voorbeeld. Park organiseert tentoonstellingen van hoog niveau in de voormalige kapel van Maria Goretti aan het Wilhelminapark. Park heeft geen geld voor pr of marketing en is dus relatief onbekend onder cultuurliefhebbers. We Are Public hoopt meer mensen op het spoor te zetten van Park.

De flyer van We Are Public.

Vergaarbak
Voor vijftien euro kunnen leden naar tal van podia en musea. Daaronder zijn ook schouwburgen en concertzalen, waar een kaartje doorgaans een stuk duurder is. Zet We Are Public uitsluitend in op goedkopere voorstellingen? Hartjes schudt het hoofd: “We zijn geen vergaarbak van slecht lopende voorstellingen. Het gaat om kwalitatief goede kunst die nog geen volle zalen trekt.” Optimistisch: “Misschien zijn het de grote makers van de toekomst.”

Zakelijk leider Jon Heemsbergen vult aan dat het merendeel van de voorstellingen ‘relatief goedkoper’ is. “Ook bij de grote instellingen selecteren we veel programma’s van nieuwe of minder bekende makers. Maar er zitten ook dure voorstellingen bij waarvoor de culturele instellingen een betrekkelijk lage vergoeding krijgen. Ook bij deze voorstellingen zitten de zalen vaak niet vol en zijn ze op zoek naar een nieuw en meer divers publiek.”

Dit vereist nadere uitleg. De leden betalen vijftien euro en daarvoor koopt We Are Public kaartjes. We Are Public betaalt aan de culturele instelling vijftig procent van de oorspronkelijke ticketprijs, tot een maximum van tien euro. Bij hoge toegangsprijzen (denk aan opera), betalen de leden in sommige gevallen een toeslag, waarmee de instelling de uitkering vanuit We Are Public aanvult.

Belofte
Maakt We Are Public de belofte van nieuw publiek waar? De organisatie onderzocht dat bij de Amsterdamse Stadsschouwburg. Uit dat onderzoek bleek dat vijfenzestig procent van de We Are Public leden die de schouwburg hadden bezocht, nog niet eerder in de schouwburg was geweest. De Nationale Opera deed zelf een vergelijkbaar onderzoek onder We Are Public bezoekers. Ook daar luidt de conclusie dat meer dan zestig procent van de leden voor het eerst in De Nationale Opera & Ballet kwam, aldus We Are Public.

Dat is volgens Hartjes de kracht van We Are Public. Zij spreekt van een win-win situatie: “De beste manier om kunst te steunen, is om er naar toe te gaan. Als zalen vol zitten, is minder subsidie nodig.” En zij steekt de loftrompet: “We Are Public benadert de situatie anders: niet vanuit de instellingen, maar vanuit het publiek. We Are Public is nieuw, leuk en gaat tegen de stroom van bezuinigingen in. Wij maken het publiek verantwoordelijk voor kunst en cultuur. Samen investeren we meer in cultuur. Het geld komt niet uit subsidiepotten. Het wordt opgebracht door het publiek. Dat is nou cultureel ondernemerschap”, klinkt het bevlogen.

Geen subsidie? Dat klinkt te mooi om waar te zijn. Dat gaat in elk geval tot 2019 niet op voor We Are Public in Noord-Brabant. Het streven is om na 2018 op eigen benen te staan. Voor de opstartfase is door de vier steden Eindhoven, Tilburg, Helmond en ’s-Hertogenbosch in totaal 27.500 euro beschikbaar gesteld. Uit de impulsgelden besteedt het Brabants Kenniscentrum voor Kunst en Cultuur (bkkc) dit jaar 50.000 en volgend jaar nog eens 50.000 euro aan We Are Public.

Dat doet de vraag rijzen in hoeverre We Are Public gebonden is aan het bkkc. Moet Hartjes rekening houden met suggesties van het bkkc? De hoofdredacteur bezweert dat de selectie onafhankelijk tot stand komt. “Wij hebben geen belangen bij welke culturele instelling dan ook. Wij willen oprecht kunst en cultuur steunen.”

De Show Off in de Verkadefabriek in Den Bosch. Foto: Super Formosa Photography

Vrijdenker
We Are Public heeft met Marleen Hartjes (geboren in 1986) een duizendpoot in huis. Zij staat te boek als vrijdenker. Ze is beeldend kunstenaar, educatief medewerker, curator en moderator bij onder meer het Van Abbemuseum in Eindhoven. Ze is coördinator Masterclass Art Mediation aan de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam, docent kunstgeschiedenis aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU), moderator PechaKucha in Eindhoven, moderator bij De Pont in Tilburg, curator, voormalig projectleider van Kunstpodium T en hoofdredacteur We Are Public.

Tussen al die bedrijven door probeert zij te werken aan een groot project of aan een expositie. Momenteel is dat het herplaatsen van een buitenbeeld in de Dommel, dat eerder bij het Van Abbemuseum stond. Ze prijst zich gelukkig met al deze functies. “Ik ben niet iemand die alleen in een atelier aan iets groots werkt. Ik wil mensen verbinden, de dialoog aangaan. Daarom ben ik docent geworden. Ik zie het kunstenaarschap als een mentaliteit. Ik wil vanuit die veelzijdigheid van betekenis zijn, geld verdienen, hard werken. Door al die rollen ben ik nog strijdbaarder geworden voor de kunst, vooral voor de beeldend kunstenaar want die heeft het zwaar. Die neemt een groot risico en verdient niets. Als ik dan een steentje kan bijdragen, dan ben ik van betekenis.”

Tegenwicht
We Are Public is in 2014 bedacht en opgezet door de Amsterdamse muzikanten en cultureel ondernemers Leon Caren en Bas Morsch. Zij wilden tegenwicht bieden aan het klimaat van bezuinigingen. Zij begonnen kleinschalig met een ledenpas voor een aantal muziekpodia in Amsterdam. Allengs kwamen daar meer kunstdisciplines bij. Begin 2017 breidden ze uit met Den Haag en in mei 2017 met Noord-Brabant. Uiteindelijk wil We Are Public een landelijke spreiding bereiken.

Hoe zit dat juridisch in elkaar? De exploitatie van We Are Public is in handen van De Nieuwe Cultuur Stichting. De bedenkers Bas Morsch en Leon Caren zijn directeur-bestuurder van de stichting. Een Raad van Toezicht ziet toe op de bedrijfsvoering. Daarnaast vormen Morsch en Caren samen de VOF Subbachulta. Die VOF is eigenaar van het concept en het merk We Are Public. De Stichting Nieuwe Cultuur huurt de VOF – lees Caren en Morsch – in voor managementtaken. Zij werken vast twee dagen in de week voor We Are Public en maximaal een dag op projectbasis.

Waarom de omweg van een stichting? De stichtingsvorm – aldus zakelijk leider Jon Heemsbergen – sluit aan bij het non-profit karakter dat We Are Public heeft. Deze maakt het makkelijker om projectsubsidies aan te vragen in de opstartfase. De stichting heeft bovendien de status van culturele ANBI, wat fiscale voordelen heeft.

Budget
Alles bij elkaar opgeteld, kan We Are Public Brabant beschikken over een budget waar menige culturele instelling de vingers bij aflikt. Dankzij de (meer dan) tweeduizend leden, die maandelijks vijftien euro betalen, komt er jaarlijks ruim 360.000 euro binnen. Van dat ledengeld gaat de helft naar de culturele instellingen en de makers. De rest van het geld is volgens We Are Public ‘hard nodig’ voor het draaiend houden van de website, voor de administratie, voor marketing en pr, voor vergoedingen voor hoofdredacteur en de freelance medewerkers en voor het management. De grootste uitgaven zijn marketing, doorontwikkeling van het online platform en personeelskosten.

Marleen Hartjes, We Are Public, in het Van Abbemuseum. Foto Piet den Blanken

Voor de financiële fijnproevers: in de aanloopfase – oktober 2016 tot mei 2017 – zijn er geen ledeninkomsten. We Are Public Brabant beschikt in deze fase over 115.000 euro aan subsidie en vult dat bedrag aan als voorinvestering. Van het totaal gaat 40.000 euro naar marketing en pr, 75.000 euro is voor personeelskosten. Van de personeelskosten is 22.000 bestemd voor de directeuren: Morsch en Caren. De rest gaat naar parttime en freelance medewerkers.

Vanaf mei 2017 tot januari 2018 ziet het inkomstenplaatje er anders uit: er zijn nu immers leden die betalen. Dat bedrag is begroot op 173.000, waarvan 85.000 wordt uitgekeerd aan de culturele partners. Voornaamste kostenpost is wederom personeel: 65.000 euro, waarvan 6000 naar de bovengenoemde directeuren gaat.

Zakelijk leider Jon Heemsbergen hoopt dat op den duur een hoger percentage van de ledeninkomsten naar de kunst kan gaan. “Als in de toekomst door groei/uitbreidingen de ledeninkomsten stijgen, pakken de (overhead)kosten relatief lager uit. Dan blijft er een hoger percentage over om aan de doelstelling te voldoen. Opties zijn: hogere vergoeding voor de culturele partners. Initiëren en ondersteunen van culturele projecten van nieuwe en avontuurlijke makers en/of nieuwe projecten realiseren voor de leden, de instellingen en de kunstenaars.”

www.wearepublic.nl

 

© Brabant Cultureel 2017