Een gesprek met George Meertens over zijn pad naar de zinnelijkheid

George Meerstens evolueerde met zijn schilderkunst steeds verder weg van de voorstelling en dichter bij het zinnelijke. Waar het hem om gaat is de intimiteit in je eigen lichaam, de innerlijke ervaring van de meest essentiële menselijke belevingen. Zijn schilderijen vormen aansporingen en de toeschouwer mag zeggen waartoe.

door Joep Trommelen

Geboren op 30 maart 1957, deelt schilder George Meertens zijn verjaardagsdatum met Vincent van Gogh. Maar ook met diens vroeg gestorven broertje, eveneens Vincent geheten, een jaar geboren én overleden voordat de later grote schilder het levenslicht zag. Dat laatste ontdekte Meertens tijdens een verblijf in Zundert, eind vorig jaar. Toen logeerde hij in de voormalige kosterswoning waar de familie Van Gogh ooit woonde.

Het atelier van George Meertens in Breda. Foto Piet den Blanken.

Meertens, geboren in het Limburgse Stein, verbleef daar samen met collega en vriend Arjan Janssen als artist in residence. Samen werkten zij in Zundert aan de tentoonstelling Momentum, waarin zij hun indrukken van leven en werk van Van Gogh in hun eigen kunst vormgaven. Op zijn logeeradres las Meertens een biografie over de jonge schilder en stuitte hij op het graf van de één jaar eerder geboren en overleden ‘andere’ Vincent. Hij las over de psychische problemen aan de kant van moeder Van Gogh en vroeg zich af hoe een en ander in elkaar greep en leven en werk van de beroemde schilder heeft beïnvloed.

Innerlijkheid
“Ik heb daar toen een schilderij over gemaakt, over hoe zo’n leven er uit zou kunnen zien”, vertelt hij in zijn atelier in een voormalige lagere school aan de rand van Breda. “Wat was Vincents innerlijkheid? Niet gekoppeld aan beelden, ook niet uitgedrukt in taal. Eigenlijk is er bij zo’n jong kind nog niks, maar tegelijkertijd is het er al wel. Dat vind ik een mooi gegeven om als schilder uit te drukken.”

George Meertens in zijn atelier in Breda. Foto Piet den Blanken.

Voelt hij enigerlei verwantschap met Van Gogh? “Ach… ik denk soms aan die data, als kind viel me dat al op, nog voordat ik schilderde. Als kind identificeer je je een beetje met zo’n beroemdheid. Maar het heeft geen bijgelovige betekenis voor me. Ik vind het wel grappig…”

Tegelijk is Meertens sterk geïnteresseerd in de menselijke psyche. Naast schilder is hij ook beeldend therapeut in psychiatrisch ziekenhuis Bethaniënhuis in het Vlaamse Zoersel. “Ik werk daar met alcoholverslaafden. Die kunnen niet rouwen, dat is een van hun kenmerken. Als bijvoorbeeld hun vader of moeder is overleden en ze vertellen daarover, is het voor hen net alsof dat telkens weer opnieuw net is gebeurd. Er is geen verwerking, het is telkens weer een rauwe ervaring, met au in plaats van ou echter. Dat in tegenstelling bijvoorbeeld tot een monnik die zich van de wereld afkeert. Die krijgt met een rouwproces te maken. Als je met de rug naar de wereld staat, manifesteert zich alles wat zich in je afspeelt. Dat intrigeert me.”

Retraite
De geboren katholiek Meertens nam ooit afstand van het geloof maar vond het later terug als inspiratiebron. Een paar keer per jaar gaat hij in retraite in een klooster, op zoek naar wat zich in hem manifesteert. En in zijn werk is die innerlijkheid steeds sterker aanwezig. Ooit maakte hij installaties en ‘landschappelijke’ schilderijen die erg dicht tegen realisme aanzaten. Maar Meertens’ werk werd steeds abstracter. De negen schilderijen die hij eind vorig jaar in PARK Tilburg onder de noemer Loutering tentoonstelde waren grote monochrome werken. Die tentoonstelling en ook het zeer fraaie boek dat hij met dezelfde titel liet verschijnen, ziet hij als een van de hoogtepunten in zijn schildersloopbaan. Een ander hoogtepunt was een expositie in De Pont in 2011.

Het atelier van George Meertens in Breda. Foto Piet den Blanken.

“Daar in PARK kon ik in mijn eentje met mijn schilderijen een omgeving creëren die helemaal de mijne was. In PARK meer zelfs dan in De Pont, ook een solotentoonsteling, het geval was. In PARK werkten licht, formaat van de schilderijen, de vloer, alles, goed samen en schiepen een soort kapel.” Ieder exemplaar van het kunstboek Loutering bevat een echt schilderij. “Omdat ik zo sterk hecht aan zinnelijkheid. Een foto van een schilderij is veel minder zinnelijk dan een echt schilderij. In een foto gaat zeventig, tachtig procent van die zinnelijkheid verloren.”

Kairotisch
In het boek Loutering staan vier essays, waarvan een van de hand van schrijfster en filosofe Joke Hermsen. Met haar heeft Meertens een speciale relatie. Hermsen bezocht zes jaar terug min of meer toevallig zijn expositie in De Pont. “Ze kwam eigenlijk voor iets anders. Toen ze in de zaal belandde waar mijn werken hingen, was dat voor haar een Kairotisch moment, vertelde ze me later. Ze werd getroffen door het zinnelijke in mijn werk. Dat raakte haar blijkbaar en ze kwam erdoor in een soort tijdloosheid terecht. Sindsdien is zij me blijven volgen. Ze heeft veel over mij en mijn werk geschreven. In haar nieuwste boek Melancholie van de onrust wordt ik ook weer genoemd.”

Uiteindelijk heeft Hermsens fascinatie met het werk van Meertens ertoe geleid dat er tot half juni drie werken van hem hangen in de door haar samengestelde tentoonstelling Kairos Castle in kasteel van Gaasbeek bij Brussel. Kairos is de Griekse god ‘van het juiste ogenblik’, van de door ons beleefde tijd, hij staat tegenover Chronos, de god van de kloktijd. Volgens Hermsen is sprake van een Kairotisch moment als zich ‘het juiste moment voordoet’ om iets nieuws te bedenken, te ervaren of te voelen. Wie een Kairotisch moment ervaart, slaat een nieuwe weg in. Zo’n moment wordt veel intenser ervaren dan de ‘kloktijd’ tussen Kairotische momenten in.

George Meertens, 2009, Denk, olieverf op linnen, 110×130 cm.

Aansporing
Van Meertens hangen in het prachtige kasteel in Gaasbeek drie werken. We praten over een ervan, Denk, dat sinds 2011 in mijn bezit is. Ik opper dat ik de titel van het schilderij interpreteer als een aansporing om te denken. En dat de kleuren, veel blauwgrijs en paarsachtige tinten, bij mij associaties oproepen met het menselijk lichaam, terwijl veel van Meertens werken geel, groen en bruin als basiskleuren hebben. Tegelijk oogt ook Denk als een landschap. Meertens knikt en glimlacht een beetje geheimzinnig. Ik interpreteer dat maar als een bevestiging dat ik qua beleving van zijn creatie op het goede spoor zit. Maar Meertens laat de beschouwer van zijn schilderijen vrij in de interpretatie. “Denk refereert inderdaad meer aan het proces dan aan het resultaat”, zegt hij, zijn woorden als altijd zorgvuldig zoekend en formulerend. “In Kairos Castle hangt Denk naast Bemin, ook een menselijke activiteit. Dat vraagt ook om andere kleuren.”

Meertens proeft in Joke Hermsens filosofische teksten ook hele christelijke gevoelens die aan de zijne raken. “Als zij Hannah Arendt aanhaalt die zegt dat elke einde een nieuw begin is, is dat hoop. Dat is een christelijke gedachte. Religie is voor mij belangrijk. Ik heb middeleeuwse mystici bestudeerd, met name de cisterciënzer cultuur. Daar zit ook een eigenlijk heel moderne psychologische dimensie in. Ik zie modellen uit de huidige psychologie waar zij toen al mee bezig waren vanuit een christelijke symboliek. Hun vermenging van de werkelijkheid en de verbeelding was een vorm van psychoanalyse. Die monniken vroegen zich zaken af als: Hoe leef je? Hoe ga je om met je driften? Dat werd gerelateerd aan God en het christendom maar het ging uiteindelijk over de innerlijke mens. Over rouwen, verdriet, leven en lijden. Rouw is een van de meest essentiële menselijke belevingen. Als je niet kunt rouwen, wordt je ongelukkig.”

Titels
Volgens Meertens is het lastig om een schilderij in taal te vangen. Schilderen is een geheel eigen manier van communiceren. “Taal is altijd beperkend ten opzichte van beeld”, zegt hij. “Maar ik geef wel titels aan mijn werk om de dingen bij elkaar te houden. Corpus Intimus, de reeks waar ik nu aan werk, die twee woorden houden de zaak bij elkaar. Ze vormen ook een zetje richting de interpretatie. Daar ben ik persoonlijk niet bang van, al zijn er in de schilderswereld ook puristen die beweren dat je alleen maar beschouwend moet zijn, zonder titels.”

George Meertens in zijn atelier in Breda. Foto Piet den Blanken.

Van bijna realistische landschappen naar monochrome doeken; is Meertens steeds abstracter gaan werken? Journalist Gerrit van den Hoven vergeleek zijn werk in PARK in het Brabants Dagblad zelfs met dat van Mark Rothko. “Ik denk wel dat ik een evolutie heb doorgemaakt waarbij ik in het schilderen zelf steeds verder weg ben geraakt van de voorstelling. Ik kom steeds dichter bij het zinnelijke: Dat wat je ziet, wat je voelt en ruikt als je door de natuur loopt. Het licht dat je raakt. Maar ook: Het gevoel dat je verliefd bent. Dat is ook een zinnelijke ervaring. Het zinnelijke zelf is steeds meer mijn onderwerp geworden. Vroeger speelde het een rol in iets anders. Nu toont het zich vanzelf als ik met verf bezig ben. Het is een spel, een vorm van alchemie.”

Over de vergelijking met Rothko is hij erg nuchter. Zelf zou hij die niet snel maken. “Rothko wordt er al snel bij gehaald als je met behulp van kleuren zinnelijkheid en het materiële samen laat komen. Schilderen is voor mij een avontuur, je weet nooit waar je uit gaat komen. Elk schilderij wil opnieuw uitgevonden worden.”

Verhouding
Meertens is in zijn atelier begonnen aan een nieuw project: Corpus Intimus (letterlijk: Intiem Lichaam). Hij legt uit: “Elk mens draagt leven, dat zit in zijn lichaam. Hoe je daar zelf mee omgaat, bepaalt jouw verhouding tot de wereld. Het gaat om de intimiteit in je eigen lichaam. Die is heel kwetsbaar. Misschien is Corpus Intimus wel een reactie op de huidige tijd. Die is immers steeds harder, ongenuanceerd en zwart-wit. Alsof mensen zich verkrampt in hun eigen vesting opsluiten. Vanuit de trauma’s die ieder leven kent, zit je heel dicht op die kwetsbaarheid. Intimiteit is een mooi woord. Ieder mens is vertrouwd in zijn eigen zijn. Zodra daar een ander bij komt, moeten die twee een weg vinden om tot elkaar te komen. Om te erkennen wat die intimiteit is. Het is ook een vorm van openbaring.”

George Meertens. Foto Piet den Blanken.

Dat blijkt ook uit zijn werkwijze. Hij ‘bedenkt’ een schilderij niet voordat hij de kwast ter hand neemt. “Intuïtie en intimiteit zijn belangrijk tijdens het schilderen. De vier randen van het doek zijn de grenzen waarbinnen ik alle vrijheid heb. Het enige wat me beperkt, zijn de kleuren die ik op mijn palet tot mijn beschikking heb, de verdunningsmiddelen, de kwasten, de horizontale en verticale bewegingen die ik daar mee maak. Soms ben ik na één laag klaar, soms zijn er dertig of veertig nodig. Ik werk door tot een beeld ‘volwassen’ is en dat laat zich niet aankondigen, dat moment is er plotseling. Er is in het begin natuurlijk wel een soort vermoeden welke richting ik op wil. Maar hoe dat er concreet uit gaat zien, wat er mooi aan is of welke zeggingskracht het krijgt, weet je dan nog niet. Dat ontstaat al schilderend.”

Het mooie van de expositie Kairos Castle en ook van de expositie over de kunst die Joost Zwagerman hoog had staan (Silence Out Loud), waar ook werk van Meertens hing, vindt hij het internationale karakter ervan en de ontmoeting van kunstenaars die daar plaatsvindt. Over de grens vindt hij inspiratie. “De Nederlandse kunstwereld zit toch een beetje op slot”, zegt hij na enig nadenken. “Ik weet het niet… ik word zelden verrast. Er is weinig jeugd en de ouderen hebben zich schrap gezet in hun posities. Op internationale exposities vind je verwantschap in diversiteit. Als ik daar andere kunstenaars ontmoet, heb je tijd om met elkaar te praten over hoe je werkt. Iemand hardop horen praten, is toch iets anders dan alleen maar naar zijn of haar werk kijken of er over lezen. Die uitwisseling van gedachten en de contacten die daaruit ontstaan zijn een goede zaak.”

www.georgemeertens.com

Kairos Castle. De kunst van het juiste ogenblik, t/m 18 juni 2017 in het kasteel van Gaasbeek.
www.kasteelvangaasbeek.be

© Brabant Cultureel 2017