Mijmering: Fiets

door Marjolijn Sengers

Mijn fiets is gestolen. Eén kort moment van onachtzaamheid en weg was mijn prachtige Gazelle, mijn Hummer onder de tweewielers. Een raar gevoel, naar een fiets te lopen die er niet meer staat. Zo raar dat een vriendelijke meneer vroeg of het wel goed met me ging. Allesbehalve, ik was compleet van de kaart. Ik mis mijn fiets. Ik geef mezelf de schuld. Ik had… jaja, maar dat rechtvaardigt op geen enkele manier dat je met je tengels aan andermans spullen zit.

Jaren geleden overkwam me ook zoiets. Fiets vlakbij huis gestolen. De dag erna kijk ik uit het keukenraam en zie een overbuurmeisje vrolijk rondjes rijden op een fiets die me bekend voorkwam. Ik naar buiten en jawel hoor, het was de mijne. Volledig onttakeld; alles wat de fiets herkenbaar maakte was eraf gezaagd, geschuurd of gesloopt. Ik herkende hem aan z’n donkerbruine kleur, waar zo snel niets aan te doen was. Toen ik het kind vroeg hoe ze aan die fiets kwam, keek ze schuldbewust. Van papa gekregen. En waar had papa hem dan vandaan? Gevonden bij de winkels. Aangebeld bij papa. Die wist van niks. Maar zijn inmiddels gealarmeerde buurvrouw zag hem zich onmiddellijk daarna van het ene fietsonderdeel na het andere ontdoen. Over de schutting, in de bosjes, in tuinen van verbaasde buurtbewoners verdwenen wielen en sturen, bagagedragers en zadels; de buurman vond wel vaker fietsen.

Aangifte gedaan, de man verhoord, na een jaar kwam de zaak voor en werd hij verplicht mij honderd euro te betalen. Die kwam hij beleefd brengen, hij zou het nooit meer doen. Kort daarop is hij verhuisd, wat niet als een verlies voor de buurt werd beschouwd.

Gisteren zag ik hem lopen met een fiets aan zijn hand. ‘t Was ’m niet. Die fiets.

 

 

© Brabant Cultureel 2017

 

 

Getagt als