Tilburg en Antwerpen

Jan Vinks kan mooi vertellen over Tilburgse kunstenaars die hij gekend heeft. Inmiddels zelf naar de tachtig lopend besloot hij die herinneringen op papier te zetten. Dit is zijn zesde en voorlopig laatste bijdrage.

door Jan Vinks

Hij was een zoon van de koster van de Heuvelse kerk en hij was berucht. In de verhalen over Tilburgse kunstenaars die in Antwerpen studeerden kwam niemand er zo beroerd vanaf als hij. Beroerd, maar toch ook wel met het aureool van een Tijl Uilenspiegel. Zijn naam was Lutgerink, Anton Lutgerink, en zijn belangrijkste probleem was geld. Schuldeisers achtervolgden hem als wolven hun prooi. Om hen te ontvluchten ging hij naar Italië, naar Rome, per voetreis zoals Bertus Aafjes. Fons de Kok liet zich epateren om hem te vergezellen.

De reis werd gefinancierd uit de offerblokken van de Heuvelse kerk en toen dat onvoldoende bleek sloopte hij het lood van het kerkdak. In Italië kwamen zij over de Via Aurelia Rome binnen. Aan de rand van de stad werd van twee planken een kruis gemaakt en daaronder, als pelgrims van over de Alpen, strompelden zij richting Het Vaticaan. Het volk stroomde toe en journalisten stelden vragen. De volgende dag stond er een groot artikel met foto’s in de Osservatore Romano, de krant van de paus. Dat artikel werd hun toegangsbewijs tot elk klooster in Italië voor gratis eten, drinken en onderdak.

Jaren later hoorde ik weer een ander verhaal over hem. Hij woonde nu met een vrouw in Amsterdam. In hun huis had hij een kamertje ingericht. Je ging een kleine trap op, drie of vier treden. Hij deed de deur half open en daarachter scheen een gouden licht. Op een weids bed lag een prachtige vrouw, zoals op Rembrandt’s schilderij Danaë. Maar dit was een echte, Javaanse prinses. Je mocht je met haar verpozen als je hem geld gaf.

Danaë van Rembrandt.

Ton Lutgerink was bepaald niet de enige Brabantse kunstenaar die naar Antwerpen trok. Hoeveel kunstenaars uit Noord-Brabant zijn er sinds Van Gogh naar Antwerpen gegaan om te studeren en te werken? En vooral, hoeveel Tilburgse, want zonder twijfel waren die in de meerderheid. En waarom is die geschiedenis nooit onderzocht en geboekstaafd? En hoe is het hun daarna vergaan en wat is er van hun werk overgebleven? Vragen die beantwoord zouden moeten worden. In het boek Rondom Hans van Zummeren van de Tilburgse Kunststichting dat ik al eerder heb aangehaald, komt het onderwerp wel ter sprake, maar er wordt vooral omheen geleuterd.

Wanneer ik terugdenk, herinner ik mij de volgende personen, voornamelijk Tilburgers, die in de jaren vijftig en begin jaren zestig in Antwerpen studeerden en werkten: Joop Birker, Jan van den Braak, Lies Jansens, Fons de Kok, Jan Lemmens, Wijnand van Lieshout, Ad Louwinger, Ton Lutgerink, Nico Molenkamp, Joost Sicking, Rob Verbunt en Hans van Zummeren. Jan van Riel was er al voor de oorlog. En dan waren er nog Jacques Slegers uit Eindhoven en Janus Nuiten uit Breda. Een stuk verder in de jaren zestig: Hans Lie, Jo Gijsen en Sam Parabirsingh. En in die tijd woonachtig in Antwerpen: Jan Dibbets, op zoek naar een insteek tot zijn latere bekendheid. Ad Willemen, die met Dibbets bevriend raakte, heeft er ook een tijdje gewoond omdat de huizenmarkt daar en baisse was.

Welnu, er is één persoon geweest die zich moeite getroost heeft om orde op zaken te stellen en die tot een historisch verantwoorde inventarisatie wilde komen met als einddoel een catalogus plus een expositie. Dat was de historicus dr. Lambert Giebels uit Breda, een ervaren onderzoeker en geprezen auteur van enkele biografieën. Hij was bovendien bevriend met een aantal van de genoemde kunstenaars. Hij heeft een hoop voorwerk gedaan, maar vooraleer hij voldoende support had kunnen vergaren om de zaak voort te zetten overleed hij in 2011. Het is dus nog steeds wachten op een verhelderende beschouwing over de Noord-Brabantse kunstenaars in Antwerpen.

 

© Brabant Cultureel – december 2016