Keramiste Jolanda van de Grint legt 2016 vast in 52 kruiken, allemaal anders

De Tilburgse keramiste Jolanda van de Grint begon in januari in haar atelier in de kruikenstad aan een ambitieus project: iedere week een kruik bakken. Zodat aan het eind van het jaar een ‘verhaal’ in kruiken zou ontstaan. Een terugblik, en tevens een beetje vooruitblik.

door Joep Trommelen

“Ik heb het volgehouden, dat vind ik zelf al heel wat”, lacht Jolanda van de Grint. “Want ik ben normaal gesproken niet zo van dingen herhalen, zoek al snel iets nieuws. En dan nu ineens 52 weken achter elkaar een kruik maken! Ik heb het project gelukkig via vijf verschillende sociale media publiek gemaakt en dat heeft als een stok achter de deur gewerkt. Ik moest wel door! Die kruiken hielden me bij de les…”

Hoewel ze haar kruiken (vijftien bij vijftien centimeter) via foto’s, filmpjes en boodschappen op sociale media en haar eigen website wereldkundig heeft gemaakt, duurde het even voor het project echt ging lopen. En van de kruiken die ze heeft gemaakt, waren er begin december vijfendertig verkocht, à honderd euro per stuk. Ze denkt erover om ‘voor de liefhebbers’ een boekje uit te brengen met foto’s van alle 52 kruiken, voorzien van een technische toelichting over hun totstandkoming.

“Hoe verder het jaar vorderde, hoe beter het ging lopen. Ik heb inmiddels achttienhonderd volgers op Facebook, dus durf ik wel te stellen dat mijn aanpak heeft gewerkt. Het project heeft me veel publiciteit opgeleverd. De resultaten verrasten me iedere keer weer, ik heb veel geleerd en door de enthousiaste reacties is mijn zelfvertrouwen toegenomen. Ik zie dit als weer een volgende stap in mijn ontwikkeling als keramiste.”

Saggar
Van de Grint maakte haar kruiken in een saggar, een oude keramiektechniek. Eerst bakte ze een kruik volgens het gebruikelijke procedé: één keer in de oven stoken op 1020 graden Celsius. Daarna ging de kruik in de saggar, een ceramisch omhulsel. Met metaaloxiden erbij die kleur geven aan de kruik en spullen die de kruik een betekenis konden geven, bijvoorbeeld bloemen, haren of andere zaken met een ‘persoonlijke’ toets of een verhaal. Dan ging de deksel erop en werd alles nog een keer op 850 graden ‘afgebakken’. Zoals Van de Grint de techniek gebruikt, met het laten meebakken van brandbaar materiaal, is dat volgens haar in de zeldzame literatuur over de saggar nog nooit beschreven.

In de loop van het jaar kreeg ze deze saggar-techniek steeds beter onder de knie. Ze heeft ook geëxperimenteerd met de mogelijkheden ervan. “Ik heb veel geleerd. Met de saggar heb je wel invloed op het proces, maar geen echte controle. Ik weet wel met welke metaaloxiden ik oranje, bruin en zwart in een kruik krijg, maar kan niet precies voorspellen hoe het eindresultaat er uit komt te zien.”

Soms, als ze minder tevreden was, heeft ze een kruik meerdere malen gebakken, soms met een extra en heel dun laagje nieuwe klei erop. “En het resultaat was verrassend. Er ontstond een kruik met ‘gelaagde’ kleurschakeringen. Iedere nieuwe kruik was weer een tweestrijd tussen controle en toeval. Dat was best even wennen. Dat experimenteren hield toch ook risico’s in, want je wilt wel dat het iedere week gewoon goed wordt. En toen ging tot overmaat van ramp in week acht ook mijn oven kapot! Met de andere oven die ik toen noodgedwongen even moest gebruiken, is het niet echt gelukt. Ik heb de nummers acht, negen en tien opnieuw gebakken toen mijn oven weer gerepareerd was, en ze acht, negen en tien Revisited genoemd.”

Keramiste Jolanda van de Grint. Foto Piet den Blanken.

Opdrachtgevers
Van de Grint wilde klanten met een specifieke opdracht niet de dupe laten worden van haar experimenteerdrift. Daarom ging ze alleen experimenteren in weken dat er geen opdrachtgevers waren. “Naarmate mijn project bekender werd, kwamen er meer mensen met een opdracht. Uiteindelijk zijn er twaalf geweest, die iets persoonlijks mee hebben laten stoken.”

Dat kon bijvoorbeeld aarde zijn. “Twee stellen waren bezig met een wandeltocht. Nog voor de laatste etappe was gelopen, overleed een van hen. Toen hebben de anderen aarde mee laten stoken die ze van het eindpunt van hun tocht hebben meegenomen.” Een andere keer ging er een stuk van een T-shirt in de saggar. “Van een man die in dat shirt zijn kindje voor het eerst had vastgehouden. Dat kind was inmiddels zeventien jaar en hij had dat shirt al die tijd bewaard.” Bijzonder vond Van de Grint ook een meegestookte trouwacte. “Van een huwelijk dat inmiddels ontbonden was. Het bakken van de kruik werd zo een afscheidsritueel.”

Andere klanten wilden bloemen van de uitvaart van een overledene mee laten stoken. Iemand die 50 jaar werd, liet dingen uit haar jeugd meebakken: foto’s en planten uit de tuin van vroeger. Twee kruiken vonden hun weg naar de Verenigde Staten en momenteel werkt Van de Grint aan een kruik waarin kattenharen worden meegebakken. Die kruik gaat naar Engeland.

Sinaasappelschillen
Ze heeft eigenlijk geen tijd gehad om na te denken of ze ook zelf iets wilde laten meebakken in een van de kruiken. Lachend: “Dat is er gewoon niet van gekomen. Ik had op een gegeven moment sinaasappelschillen klaarliggen, maar die liggen er nog! Na een jaar heb ik nu wel eventjes genoeg van de wekelijkse routine. Want zoals ik al zei: ik hou wel van verandering. Maar ik ga zeker verder met deze techniek, alleen dan op momenten die ik zelf kan kiezen.”

Het kruikenproject heeft ook een spin-off opgeleverd. Omdat veel opdrachtgevers iets wilden laten maken om overledenen te herdenken, ontstond in de loop van het jaar het idee om ‘iets met urnen te gaan doen’. Jolanda van de Grint stond al met haar urnen op de Uitvaartvakbeurs en in het afscheidshuis van ‘uitvaartbegeleider’ In Harmonie in haar woonplaats Tilburg. “Ik geef graag een bepaalde betekenis aan mijn werk, alleen maar iets moois maken vind ik eigenlijk niet voldoende. Urnen passen daarom goed bij mij.”

www.jolandavandegrint.nl

 

© Brabant Cultureel – december 2016