Wonderboxen van Lorenzetti brengen het museum naar de mensen

Breng de mensen niet naar het museum, maar het museum naar de mensen. Dat is de grondgedachte achter het nieuwe Wonderbox-project van de Tilburgse stichting Lorenzetti. Curator Rob Berkel licht het project toe.

door Joep Eijkens

“Ik zeg altijd: Lorenzetti is een museum zonder gebouw”, steekt Rob Berkel van wal. “We hebben een grote collectie in depot en maken daar tentoonstellingen mee, heel ingewikkeld. Want je moet altijd zorgen dat mensen naar zo’n tentoonstelling komen en soms willen ze wel, maar komt het er op een of andere manier niet van. Dus op een gegeven moment dacht ik: ik draai het om, ik breng het museum naar de mensen toe. En dat doe ik met makkelijk verplaatsbare kijkdozen.”

Rob Berkel in zijn fotostudio. Foto Joep Eijkens.

Rob Berkel in zijn fotostudio. Foto Joep Eijkens.

“Ik heb al wat ervaring met kijkdozen”, vervolgt hij. “Ze wekken altijd nieuwsgierigheid op. Je kent het wel van vroeger: zo’n schoenendoos met een dak van gekleurd cellofaan en daarbinnen een of ander bij elkaar geknipt en geplakt diorama. En dan vroeg je aan de familie of ze in je kijkdoos wilden kijken en kreeg je vijf cent. Tegenwoordig hebben alle kinderen een tablet en toch vinden ze dit ook heel leuk, heb ik gemerkt.”

Wonderboxen noemt hij zijn kijkdozen en hij verdeelt ze in twee categorieën. “We hebben de Wonderbox Reizend Museum voor Tilburgers: wonderboxen die geplaatst kunnen worden op allerlei plekken in de stad, bibliotheken, ziekenhuizen, verzorgingscentra, maar ook in winkels. En we hebben de Wonderbox op school. Maar je zou ook als particulier zo’n wonderbox tijdelijk in huis kunnen halen. Daarnaast ben ik nog aan het denken aan wonderboxen in buurthuizen en wijkcentra die dan door de buurt zelf gevuld kunnen worden, bijvoorbeeld met een bepaalde verzameling of met zelf gemaakte kunstwerken. Ik heb daarover al eens gesproken met Judith Ensel, directeur van Art-fact (het zogeheten servicepunt voor amateurkunst in Tilburg; red.) en die zag dat wel zitten.”

“Maar goed, laten we eerst maar eens met de scholen beginnen. De eerste reserveringen komen nu binnen. Ik heb het project in april al eens gepresenteerd tijdens een bijeenkomst van CiST (Cultuur in School Tilburg) en ze waren waanzinnig enthousiast. Waarom? Omdat museumlessen steeds lastiger te organiseren zijn. Niet alleen vanwege het geld maar ook omdat je een hele ochtend kwijt bent als je met de klas naar een museum gaat. En je zit met het vervoer. Automoeders zijn steeds moeilijker te vinden. Met deze wonderboxen hoeven ze niet meer weg, het museum komt naar school.”

Scryption
Rob Berkel is van huis uit grafisch ontwerper en heeft als zodanig lang gewerkt voor onder meer het Tropenmuseum in zijn geboortestad Amsterdam. Begin jaren negentig verhuisde hij naar Tilburg om daar directeur te worden van Scryption, museum voor schriftelijke communicatie. Hij was toen al een groot verzamelaar van zeer uiteenlopende voorwerpen. Berkel: “Vanaf mijn tiende verzamelde ik al, het begon met vogelveren.” In 1997 bracht hij zijn uit diverse collecties bestaande verzameling onder in de stichting Lorenzetti. De stichting is genoemd naar de gebroeders Pietro en Ambrogio Lorenzetti, volgens Berkel “de meest onderschatte Italiaanse schilders uit de veertiende eeuw”. “Kunst en natuur zijn de twee grote pijlers van de verzameling”, geeft hij aan. “Maar design en fotografie vormen ook belangrijke onderdelen.” Voor het runnen van de stichting en het beheren van de verzameling krijgt hij hulp van diverse vrijwilligers.

Dick Roose (l) en Mari van Helvoirt werken mee aan de bouw van de Wonderboxen. Foto Joep Eijkens.

Dick Roose (l) en Mari van Helvoirt werken mee aan de bouw van de Wonderboxen. Foto Joep Eijkens.

Berkel gebruikt de diverse Lorenzetti-deelcollecties niet alleen voor verschillende thematische publicaties – de vijfentwintigste is in de maak – maar ook om tentoonstellingen te organiseren. Zo richtte hij in 2003 de omvangrijke tentoonstelling Labyrint in, in de voormalige textielfabriek van Eras aan de Tilburgse Goirkestraat. Nog grootser van opzet was de expositie Observatorium die hij combineerde met het liefst twaalf zondagen durende Eclips Festival waarin diverse genres van muziek en dans de revue passeerden. De concerten en voorstellingen vonden plaats in de voormalige muziekzaal van harmonie Orpheus aan het Wilhelminapark waar nu expositieruimte PARK is gevestigd (PARK Platform for visual arts, Wilhelminapark 53, Tilburg). In 2012 en 2014 organiseerde Berkel bovendien de kunstmanifestatie Valdart in de omgeving van Verdun waar hij een vakantiehuis bezit.

Proefmodellen
Een deel van de Lorenzetti-collectie is ondergebracht in een oud schoolgebouw waar Berkel ook zijn fotostudio heeft. (Hij fotografeert graag mooie vrouwen in mooie kleren). Er is volop ruimte om de Wonderboxen te bouwen. Berkel kan daarbij terugvallen op twee vrijwilligers, Mari van Helvoirt en Dick Roose, voormalig medewerker van het Noordbrabants Natuurmuseum. Hij laat twee ‘proefmodellen’ zien. “Die bleken te groot om te vervoeren, dus de uiteindelijke boxen worden iets kleiner: 75 x 75 x 75 centimeter. We zijn er nu vijf aan het maken, daarna komen er nog vijf bij en alle tien zijn bedoeld voor scholen. Elke box krijgt een andere inhoud, afhankelijk van het gekozen thema. Bij de educatieve wonderboxen gaat het om thema’s als ‘De haven’, ‘Vogels’ en ‘De hand’. Maar scholen kunnen natuurlijk ook met een eigen thema komen.” De ‘reizendmuseumvariant’ van de Wonderboxen draait helemaal rond beeldende kunst: “In elke box komen twee of drie kunstvoorwerpen die iets met elkaar te maken hebben, bijvoorbeeld een beeldje, een zeefdruk en een foto. Bij het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis hebben ze er ook belangstelling voor, daar zouden gemakkelijk tien boxen kunnen staan.”

Je organiseert ook wel eens cursussen kunstgeschiedenis over een bepaald thema. Waar komt dat toch vandaan, dat onvermoeibare streven om mensen kennis te laten maken met beeldende kunst en trouwens ook met de schoonheid van de natuur? “Aan Lorenzetti heb ik een dagtaak”, antwoordt Berkel lachend. “Soms vraag ik me wel eens af, waar doe ik het allemaal voor? Ik zou ook kunnen gaan golfen, maar zo zit ik niet in elkaar. Ik breng nu eenmaal mensen graag in contact met kunst en cultuur. Wat ik eigenlijk doe is verhalen vertellen. Dat probeer ik met die Wonderboxen ook – in elke Wonderbox zit een verhaal.”

© Brabant Cultureel – oktober 2016