Clint Verdonschot: ‘Onze identiteit is niet bepalend voor de waarde van kunst’

Drie jaar promotieonderzoek doen in Engeland. Clint Verdonschot MA (Master of Arts, filosofie) mag zich gelukkig prijzen dat hij zich kan gaan verdiepen in een onderwerp dat het hem na aan het hart ligt. De relatie tussen onze identiteit – collectief en individueel – en de waarde die we hechten aan kunst en cultuur.

door Emmanuel Naaijkens

Clint Verdonschot (Breda 1990) mag zich een geluksvogel noemen. Drie jaar lang gaat hij aan de Universiteit van Essex onderzoek doen in het kader van zijn promotie tot doctor in de filosofie. Het is niet echt een lotje uit de loterij, want hij heeft er hard aan gewerkt om drie beurzen in de wacht te slepen die hem in staat te stellen in Engeland zijn wetenschappelijke arbeid te verrichten. Een van die beurzen is hem toegekend door het Prins Bernard Cultuurfonds.

bc201604-emauel_naaijken-clint_verdonschot-foto_piet_den_blanken-Clint_Verdonschot_N004883

Clint Verdonschot. Foto Piet den Blanken

Voor wijsbegeerte, en meer algemeen de geesteswetenschappen, liggen reguliere beurzen zoals van NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) bepaald niet voor het oprapen. “Als betawetenschapper is het veel gemakkelijker om een promotietraject in te stromen. Het binnenhalen van onderzoeksgeld is erg competitief.” Dat het Verdonschot gelukt is om de financiering rond te krijgen, heeft ook wel te maken met het onderwerp waar hij zijn tanden in gaat zetten. “Het spitst zich toe op de verhouding tussen een esthetische ervaring, met name van kunst, en persoonlijk autonoom handelen.” Hij borduurt daarmee voort op zijn filosofiestudie aan de Universiteit Utrecht. Voor een niet-ingewijde een mond vol, maar Verdonschot licht het graag toe.

Rembrandt
“Ik gebruik vaak het voorbeeld van de twee huwelijksportretten van Rembrandt die onlangs in het nieuws waren: Marten Soolmans en Oopjen Coppit. Door de Nederlandse en Franse staat gekocht voor 160 miljoen euro. Dat is een gigantisch grote som. En het wordt nog raarder als je dat bekijkt tegen de achtergrond van jarenlange bezuinigingen op kunst en cultuur. Zelfs Halbe Zijlstra van de VVD, indertijd als staatssecretaris verantwoordelijk voor die bezuinigingen, was evengoed hartstikke blij met die aankoop.” Een grote discrepantie, constateert Verdonschot, en dat is min of meer het startpunt van zijn onderzoek. “Ik probeer de achterliggende gedachte op te zoeken: wanneer is het belangrijk om te investeren in kunst en cultuur, en wanneer is het iets wat je aan vrije marktwerking moet overlaten. Ik signaleer daarin een bepaalde onduidelijkheid.” In Essex hoopt hij die mist te laten optrekken. Waarom juist Essex? Het is een universiteit met een speciale en gerenommeerde onderzoeksgroep op het gebied van ethiek en autonomie, zegt Verdonschot. En bovendien met een sterke focus op kunst, esthetica en filosofie van de waarneming (fenomenologie).

Ervaring
“Ik probeer te beargumenteren dat de waarde van kunst en cultuur wordt bepaald door het feit dat het een esthetische ervaring kan oproepen. Een esthetische ervaring is een ervaring van schoonheid, van geraakt worden door kunst. Maar wat kenmerkt een esthetische ervaring? Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat het iets is wat onze samenleving graag wil hebben. Ik probeer te beargumenteren dat, wil je autonome beslissingen kunnen nemen, dan moet je als burger ook de kans hebben om je eigen identiteit kritisch te kunnen bevragen. Een hoop keuzes die we maken worden namelijk ingegeven door de identiteit die we hebben.” En kunst en cultuur spelen een belangrijke rol als het gaat identiteit. De twee portretten zijn daarvan bij uitstek een voorbeeld. Ze verwijzen ondermeer naar de Gouden Eeuw en zijn daarmee een stukje van de Nederlandse identiteit.

Nu zal alleen al het vanwege de herkenbaarheid van de schilderijen en het icoon dat Rembrandt is, de verwerving op veel publieke instemming kunnen rekenen. Maar hoe zit dat met bijvoorbeeld de Victorie Boogie Boogie van Piet Mondriaan, die in 1997 met 82 miljoen gulden belastinggeld is aangeschaft? Veel mensen kunnen zich niet identificeren met abstracte kunst.

bc201604-emauel_naaijken-clint_verdonschot-foto_piet_den_blanken-piet_mondriaan

Piet Mondriaan, Victory Boogie Woogie, 1942-1944. Collectie Gemeentemuseum Den Haag

Victory Boogie Woogie
Verdonschot: “De uitdaging van mijn onderzoek is om te kijken naar wat voor soort esthetische ervaring de Victory Boogie Woogie toelaat. Er zijn verschillende manieren waarop je zo’n schilderij kunt waarderen. Je kunt puur alleen kijken naar kleurencombinaties, het vormenspel, en wat dat oproept. Je kunt ook kijken naar wat dat vormenspel over de Nederlandse identiteit zegt, of het Nederlandse narratief om het zomaar te noemen. Want ook het werk van Mondriaan staat wel degelijk in onze geschiedenis. Kunst, of het nou van Rembrandt is of van Mondriaan, moet je in een bepaalde context plaatsen om haar te kunnen waarderen.” Het gaat dus niet om de identificatie met een kunstwerk – dat is vrijwel onmogelijk bij een abstract schilderij – maar om de ervaring van de schoonheid. “Dat creëert een afstand tussen degene die het kunstwerk bekijkt, en wat het laat zien. Dat is het waardevolle.”

Verdonschot volgde in Breda het Stedelijk Gymnasium en kreeg daar ook het vak filosofie. Diverse leraren wekten met hun enthousiaste verhalen, zoals over de schrijfkunsten van Plato, zijn interesse voor de wijsbegeerte. “Al was het voor mij best lastig om een studiekeuze te maken, ik heb een brede belangstelling. Kunstgeschiedenis bijvoorbeeld, architectuur, literatuur.”

bc201604-emauel_naaijken-clint_verdonschot-foto_piet_den_blanken-Clint_Verdonschot_N004835

Clint Verdonschot. Foto Piet den Blanken

Zelfreflectie
De kennismaking met de universitaire opleiding was anders dan hij had verwacht, maar hij voelde zich van meet af aan als een vis in het water. Het ging er op de universiteit zo anders aan toe dan op de middelbare school. “Waar ik echt van stond te kijken was hoe het volgen van les meteen plaats had gemaakt voor kritische zelfreflectie. Vandaag dag één werd je geacht zelf na te denken, zelf tot inzicht te komen en jezelf te positioneren tegenover de gelezen tekst of iets dergelijks. Zelfs als we oude teksten gingen bespreken zoals van Plato of Socrates dan werd je geacht om filosofie niet alleen te begrijpen, maar om, zoals we dat dan zeggen, er ook boven te gaan staan.”

De promovendus wil graag een lans breken voor het vak filosofie. Hij betoogt dat de vaardigheden die je ontwikkelt tijdens een filosofiestudie later ook op andere terreinen van pas komen. “De vaardigheden die je leert van kritische zelfreflectie, van goed je standpunt kunnen verwoorden, van je idee overtuigend overbrengen, die zijn haast overal inzetbaar.” En dat niet voor iedereen een loopbaan in de filosofie is weggelegd, moet je niet al te zwaar laten meewegen bij de studiekeuze, meent Verdonschot. “Werkgevers zijn vanwege die vaardigheden zeer geïnteresseerd in sollicitanten die (ook) filosofie hebben gedaan.”

Clint Verdonschot kreeg voor zijn onderzoek een beurs van 10.000 euro van het Prins Bernhard Cultuurfonds, van 5000 euro van het Hendrik Mullerfonds en een collegegeldbeurs van de Arts en Humaniteit Research Council in Engeland.

© Brabant Cultureel – augustus 2016