Pierre Rutgers: ‘Ik heb me altijd sterk gemaakt voor Brabant Cultureel’

In 2012 kwam er een eind aan de papieren versie van Brabant Cultureel doordat de provincie de subsidie beëindigde. De redactie reageerde met ongeloof en boosheid. Pierre Rutgers kreeg, als cultureel ambtenaar, de zwarte piet. Nu hij met pensioen is, wil hij zijn kant van het verhaal doen.

door Emmanuel Naaijkens

“Vanaf 2009 was ik, naast mijn functie als ambtelijk secretaris van het Prins Bernhard Cultuurfonds Brabant, accounthouder voor Brabant Cultureel, dat toen nog op papier verscheen. De redactie kreeg jaarlijks 75.000 euro subsidie van de provincie. Als accounthouder was ik de ambtenaar die dit onderwerp onder mijn hoede had en die het contact onderhield met de leiding van het blad. De gedeputeerde was politiek verantwoordelijk.”

“In 2008 vond het politiek bestuur dat het ondersteunen van een blad, zoals Brabant Cultureel, niet meer een provinciale taak was. Dus volgde het besluit om ermee te stoppen. In Provinciale Staten is toen – november 2008 – een amendement aangenomen. Dat kwam erop neer dat Gedeputeerde Staten de opdracht kreeg om onderzoek te doen naar de betekenis van zo’n cultureel blad en de rol die het zou kunnen vervullen. Ook in de zin van samenwerkingsorgaan voor informatievoorziening over cultuur in brede zin.”

Pierre Rutgers. foto Piet den Blanken

Pierre Rutgers. Foto Piet den Blanken

“Een externe commissie van deskundigen onder leiding van de toenmalige burgemeester van Bergen op Zoom, Han Polman, is toen aan de slag gegaan. Ik was ambtelijk secretaris van die commissie. De uitkomst van het onderzoek was dat het blad wel degelijk een belangrijke functie had in cultuurbeleid, maar dan wel goed professioneel ondersteund. Daarvoor was die 75.000 euro niet toereikend. Het was net genoeg voor BC om in leven te blijven, maar het blad kon zich niet ontwikkelen. Het advies van de commissie was om het budget te verhogen naar drie ton per jaar. Het toenmalig college van GS ging daar niet mee akkoord. Wel is het gesprek gestart met de steunfuncties (Kunstbalie, BKKC, Erfgoed Brabant en Cubiss) om te kijken of de ideeën van de commissie Polman toch gerealiseerd konden worden.”

“Dat heeft geleid tot lange gesprekken met toenmalige (hoofd)redactie van Brabant Cultureel. Bijna was er een overeenkomst, maar het is afgeketst op het punt van de redactionele verantwoordelijkheid. Volgens de redactie van Brabant Cultureel was die niet voldoende gewaarborgd. In hun ogen zou Brabant Cultureel in die opzet een ‘his masters voice’ worden van de steunfuncties. De subsidie aan Brabant Cultureel is toen beëindigd. De steunfuncties zijn met het blad MEST begonnen.”

“De provincie heeft toen een paar jaar het blad MEST afgenomen om gratis verspreiding onder sleutelfiguren mogelijk te maken. Maar MEST heeft nooit subsidie gekregen van de provincie. De steunfuncties financierden dat uit hun eigen budget. Dat budget was weliswaar afkomstig van de provincie, maar het was de eigen keuze van de steunfuncties om het geld dat ze kregen van de provincie op die manier te besteden. Daarmee kwam er een einde aan mijn accounthouderschap.”

De laatste papieren uitgave van Brabant Cultureel in de openbare bibliotheek in Breda.

De laatste papieren uitgave van Brabant Cultureel in de openbare bibliotheek in Breda. Foto Piet den Blanken

Was de kritiek over de aantasting van de onafhankelijkheid dan niet terecht?
“Daar kun je op twee manieren tegenaan kijken. We hebben als Prins Bernhard Cultuurfonds jarenlang een hele fijne samenwerking met Brabant Cultureel gehad. In periode 2008-2012 hadden we een eigen katern in het blad. Daarin werden projecten beschreven die subsidie kregen van het Cultuurfonds. De redactie schreef die artikelen. Wij leverden steeds zes projecten aan als suggestie en de redactie koos er drie uit. De redactie had de vrijheid om daar onafhankelijk over te schrijven. Dat kon ook kritisch zijn. Die samenwerking is ons goed bevallen. We gaven per jaar 15.000 euro aan Brabant Cultureel. Dat kwam bovenop de 75.000 van de provincie.”

“Ik kon me er wel iets bij voorstellen dat het punt van de redactionele verantwoordelijkheid in die nieuwe opzet zwaar woog. Maar anderzijds was het wel een kans om Brabant Cultureel verder te ontwikkelen. We vonden het als provincie jammer dat we niet tot overeenstemming kwamen. Zeker omdat Brabant Cultureel, en nu nog steeds, een aantal uitstekende redacteuren had, die vaak voor een minimaal bedrag hun werk moesten doen.”

Maar die wens van eigen redactionele verantwoordelijkheid was toch niet zo gek. Zoals het spreekwoord zegt: je bijt niet in hand van degene die je voedt?
“Ik geloof niet dat MEST niet kritisch zou kunnen zijn. Aan de andere kant, als je nu naar MEST kijkt en naar de digitale versie van Brabant Cultureel, dan zie je dat de laatste veel breder is. MEST is een ander soort blad, meer vanuit de kunstsector.”

De toenmalige redactie van Brabant Cultureel was erg gefrustreerd door de gang van zaken.
“Ik ben op een gegeven moment in Brabant Cultureel afgeschilderd als de Raspoetin, het kwade genius die het allemaal de verkeerde kant opduwde. Terwijl ik juist een jaar lang heb geprobeerd om Brabant Cultureel te helpen. Ik zat niet bij de onderhandelingen tussen de steunfuncties en de redactie van Brabant Cultureel.”

Wat vond je van die kwalificatie?
“Ik moest er wel om lachen, hoor. Men betichtte mij van veel meer invloed dan ik in werkelijkheid had. Het is de politiek die het primaat heeft.”

Lees ook
Cultuur is niet alleen iets van de elite en buurtcultuur staat als een huis

 

 

© Brabant Cultureel – juni 2016