Yvon Né debuteert als romancier met beklemmend boek ‘Het scheve meisje’

Een fictioneel prozawerk van grotere omvang, met meerdere verhaallijnen en een uitgediepte karakterbeschrijving. Dit zijn de meest in het oog lopende criteria om een boek een roman te noemen. Wie deze kenmerken als wezenlijk ziet, kan Yvon Né’s nieuwste boek ‘Het scheve meisje’ geen roman noemen. Toch staat die aanduiding op het omslag.

door Camiel Hamans

Yvon Né, of zoals ze zich eerder meestal afficheerde Y. Né, is bekend als dichteres en beeldend kunstenaar. Een aantal jaren geleden verscheen van haar bij Uitgeverij De Geus al een uiterst omvangrijke verzamelbundel Hier mag niets af zijn met gedichten uit de periode 1990-2005, voorafgegaan door een inleiding van de hand van Michaël Zeeman. Vijf jaar later, in 2014, volgde een poëziebundel van een kleine honderd pagina’s: De werkelijkheid houdt het lang vol. Nu debuteert Yvon Né ook als prozaïst. Met een roman zegt de uitgever, als ware het een bezwering waarmee de verontrusting van dit boek naar de wereld van de fantasie, naar die van fictie weggedacht kan worden. Ten onrechte, want dit verhaal van een onbegrepen meisje dat bij verkeerde ouders terecht is gekomen, blijft beklemmend knagen.

Yvon Né. Foto Piet den Blanken

Yvon Né. Foto Piet den Blanken

Sleutel
Er is maar één verhaallijn in dit boek en ook maar één karakter dat diepte krijgt, dat van het meisje. Haar volwassen alter ego vertelt het verhaal, hoewel door de ogen van het kind. Een kind dat eerst niet wil spreken, omdat waarnemen al toereikend is. En dat vervolgens, als het bereid en in staat is haar mond open te doen, op een zodanige manier naar de werkelijkheid blijkt te kijken dat haar ouders en een aantal andere volwassen passanten dit als lastig, dwars, ontevreden, chagrijnig, hoogmoedig of zelfs gevaarlijk beschouwen. Het naamloze meisje in een boek dat voor het merendeel bevolkt wordt door even naamloze wezens ziet en leeft in een werkelijkheid waarop haar sleutel niet blijkt te passen. Het gereedschap dat haar ouders haar aanreiken sluit niet aan bij haar manier van kijken en beleven en dus wijst ze dit af. Het gevolg laat zich raden: conflict, angst, gevoel van dreiging en gebrek aan vertrouwen.

Kwelling
Maar het gevolg is eveneens een herinterpretatie van de werkelijkheid. Waar deze zich in beeld hult, kondigt die de latere beeldend kunstenaar Y. Né aan: ‘’s Winters draag ik wollen wanten met alleen een duim en alle andere vingers wonen bij elkaar. Daar is een soort van woningnood.’ Waar deze herinterpretatie zich in taal uit, voorspelt die de latere dichter Y. Né, zoals wanneer vader, een man die zich opgewerkt heeft van arbeider in een zinkgieterij tot landbouwvoorlichter met een hbo-achtergrond, watermonsters gaat nemen om zo kwelstromen in kaart te kunnen brengen.

Kwel, etymologiseert het meisje, moet van doen hebben met kwelling. Vader definieert kwel als ‘grondwater dat onder druk naar de oppervlakte komt’, voor het meisje is dit ‘een belangwekkend onderwerp, dat hoor ik aan vaders stem. Er zitten zo veel kwellingen in de grond die eruit moeten komen om bestudeerd te worden. De kwellingen van vader en zeker ook de zelfkwellingen hebben invloed op de natuurlijke verschijnselen. Wat ik niet begrijp, dat voel ik aan.’ Ook de watermonsters leiden tot bedreigende associaties als vader de sloot in stapt om een monster te nemen. ‘Ik durfde niet te vragen hoe de monsters eruitzien en hoe groot ze zijn. (…) Slootmonsters zijn kleiner dan kikkers, besluit ik. Gekwelde kikkers blijven natuurlijk ver achter bij hun normale soortgenoten.’

Een tijd later, als het meisje op school zover is dat er aan hoofdrekenen begonnen wordt, begrijpt ze wederom niet wat het verband is tussen hoofd en rekenen. Het blijkt niet, wat zij verwacht, rekenen met afgehakte hoofden te zijn, maar rekenen met of in je eigen hoofd. Zo bizar is deze vooronderstelling natuurlijk ook niet, want wie een korte analyse op de woorden ‘poezenvlees’ en ‘varkensvlees’ loslaat, ziet meteen dat de band tussen woorddelen in samenstellingen niet vanzelfsprekend is. Varkensvlees eet een deel der mensheid wel, poezenvlees alleen wanneer het als konijn op tafel komt. In alle andere gevallen is het vlees voor de poes.

Na twee gedichtenbundels debuteert Yvon Né ook als prozaïst. Foto Piet den Blanken

Na ruim tien gedichtenbundels debuteert Yvon Né ook als prozaïst. Foto Piet den Blanken

Ideaal
De wereld waarin het meisje leeft, bestaat niet uitsluitend uit dreiging en angst. Ze leest als een bezetene, ze hongert naar ‘de voorstellingen die mij tijdens het lezen voor ogen zullen komen’. En ze zoekt het nieuwe, het ongewone: ‘Wat nieuw is, is op voorhand een avontuur. En achter elk avontuur schuilt een ideaal, het verlangen er iets aan bij te dragen, aan een soort redding.’ Het is haar echter niet gegeven iets bij te dragen, want de rest van de wereld begrijpt niet wat zij wil en wijst haar pogingen daarom af. Dat voortdurend mislukken van elke poging tot communicatie maakt het boek beklemmend.

Verontrustend is Het scheve meisje, omdat het toont hoe anders mensen die elkaar na staan de werkelijkheid kunnen zien en hoe onmogelijk contact en begrip daardoor worden. Van relaties weten we dit. De literatuur en de werkelijkheid zitten er vol mee. In de verhouding ouder-kind is dit gezichtspunt nieuw en beangstigend. Een kind dat onbereikbaar is voor zijn ouders, een kind dat het idee heeft niet te voldoen aan de wensen van zijn of haar ouders, dat ‘niet lang genoeg uitgebroed is’ om zo gevormd te zijn dat het tegemoet komt aan het ouderlijke verwachtingspatroon, een kind dat thuis, waar het niet begrepen wordt, zo anders is als buitenshuis, dat het denkt op de grens van zichtbaarheid en onzichtbaarheid te leven en dat een dubbele persoonlijkheid dreigt te ontwikkelen, dat moet een ramp zijn voor ouder en kind. Hoe dat voelt vanuit een kind, of misschien beter, vanuit dít kind, maakt Yvon Né beangstigend duidelijk. Hoe dat voelt vanuit de ouder, ontbreekt helaas. Om ook dat perspectief te bereiken zou een roman nodig geweest zijn.

bc201602-camiel_hamans-recensie_het_scheve_meisje-omslag-750

Yvon Né, Het scheve meisje.
Breda, De Geus 2016, 288 pp., ISBN 90445 36710, pb, € 19,95.

www.degeus.nl

www.yne.nl

© Brabant Cultureel – april 2016