Dertig Brabantse dichters schrijven gedichten bij werken van Jeroen Bosch

Pien Storm van Leeuwen is inmiddels een fenomeen als het gaat om projecten rond poëzie. Nu bracht zij dertig dichters bij elkaar die elk bij een beeld van Jeroen Bosch een gedicht schreven. Het resultaat is een fraaie bundel, al blijken de dichters vaak toch een stuk minder geïnspireerd dan de schilder dat moet zijn geweest.

door Lauran Toorians

Zijn werken zijn inmiddels weer uit ’s-Hertogenbosch vertrokken en in Madrid is hij weer gewoon El Bosco, maar de geest van Jeroen Bosch zal in dit vijfhonderdste sterfjaar nog geruime tijd rondwaren. Een van de zaken die in het kader van deze herdenking het licht zien, is een bundel gedichten die dichters uit Noord-Brabant en het aangrenzende Vlaanderen maakten bij details uit werken van Bosch.

Het idee voor deze bundel kwam van Pien Storm van Leeuwen uit Chaam. Zij maakte eerder ook al een dergelijke bundel rond Vincent van Gogh en is de bedenker van de Poosplaatsen waarin hardstenen banken in de natuur worden gecombineerd met een gedicht dat reflecteert op de naaste omgeving van de bank. Voor Bosch selecteerde zij de details uit schilderijen en tekeningen en schreef ze een korte inleiding op de bundel waarin ook een ‘heuse’ verklarende lijst op Bosch’ beeldtaal is opgenomen.

De dichters die aan de bundel bijdroegen: voorste drie vlnr: Pien Storm van Leeuwen, Kees van Meel en Frans Brocatus. Middelste vijf: Frans Kuipers, Marije Kos, Els van Stalborch, Willem van de Vrande en Kees Hermis. Achterste groep: Peter Korsman, Jasper Mikkers, Olaf Douwes Dekker, Victor Vroomkoning, JACE van de Ven, Albert Hagenaars, Bauke van Halem, Catharina Boer, Herbert Mouwen, Christina Guirlande, Maarten van den Elzen en Wim van Til.

Overspel
In die lijst valt te lezen dat zowat alles wat we op de schilderijen van Bosch niet meteen begrijpen met seks te maken heeft, liefst met overspel. Dat chargeer ik hier allicht, maar het is wat simpel om te denken dat met zo’n lijstje in de hand het oeuvre van Bosch ‘gelezen’ kan worden. Als het zo simpel was, waren de miljoenen die aan het onderzoeksproject naar Bosch zijn gespendeerd zeker weggegooid geld geweest. Maar zo’n lijstje oogt leuk en misschien heeft het wel geholpen om de dichters te inspireren.

Dertig dichters droegen aan deze bundel bij. In de inhoudsopgave staan zij alfabetisch gerangschikt, maar in de bundel lijkt de volgorde willekeurig. Steeds een ‘spread’ met een afbeelding en een gedicht naast elkaar. Soms vertrekt het gedicht met een beschrijving van wat ernaast is te zien (om daar regelmatig ook niet van los te komen). In andere gevallen beweegt het zich daar naartoe en in enkele gevallen beweegt de dichter zich vrijer langs het pad dat de afbeelding wijst. Zo blijft Joris Iven nog dicht bij de afbeelding van De dood van een vrek, maar koos hij ervoor dit beeld op zichzelf te betrekken: ‘Wat zal ik zijn op mijn sterfbed (…)’.

Het geslaagdst is in mijn ogen het gedicht dat Marijke van Hooff schreef bij een afbeelding van de Zondeval, Adam en Eva die onder een rijk behangen appelboom een stuk fruit krijgen aangereikt door een wezen met een slangenstaart. Het is een geslaagd, vormvast gedicht met als simpele titel de slogan Snoep verstandig, eet een appel en dat eindigt met de vermaning:

 

Hel en verdoemenis ten spijt,
bedenkt, wanneer u in een appel bijt,
Jheronimus had oog voor lust,
dus hap en slik en wees gerust.

 

De bundel is fraai uitgevoerd, de kwaliteit van de foto’s is uitstekend en de equipe telt een flink aantal klinkende namen. Toch is het geheel niet fris en fruitig en mis ik de lust van Jheronimus. Misschien is Bosch toch al te uitgekauwd om nog werkelijk tot originele, dichterlijke inspiratie aanleiding te geven, of is het idee van een gedicht bij een plaatje te dwingend? Of moeten we constateren dat de beelden van Jeroen Bosch al gewoon ‘af’ zijn en geen woorden nodig hebben. Geen verklarende woordenlijst en ook geen verzen. De lust is gewoon de lust voor het oog en de grootste fascinatie is toch ons onbegrip.

Als ‘bijproduct’ van dit project kwamen er in ’s-Hertogenbosch twee gedichten in de openbare ruimte. Het ene van Els van Stalborch aan de Limietlaan, met uitzicht op de Bossche vestingwerken en het Jheronimus Bosch Art Centre en het andere van Storm van Leeuwen zelf op een gevelsteen aan het Jeroen Boschplein.

Pien Storm van Leeuwen (red.), Vroom, frivool, vilein.
Poëtische vensters op Jheronimus Bosch.
Chaam: Stichting TrajarT 2016, 96 pp., ISBN 978-90-71947-51-3, pb., € 7,50.

www.pienstormvanleeuwen.nl

© Brabant Cultureel – april 2016