Componist Jan van Dijk (98) ziet muziek nog altijd als een sprookje van klanken

1244 opusnummers. Nummer 1245 is in de maak. Johann Sebastian Bach kwam tot 1128 – alhoewel dit cijfer discutabel is. Niettemin zijn de getallen onverbiddelijk: Jan van Dijk is Bach duidelijk voorbij gestreefd. En als het aan hem ligt, wordt de afstand tussen zijn composities en die van de grote Duitse componist nóg ruimer. Maar dan moet hij wel tijd van leven hebben, want Jan van Dijk is 98 jaar.

door Rinus van der Heijden

Over de dood praat hij niet. Zo lang je leeft moet je leven, is het weinige dat hij er over zegt. “Bang voor de dood? Dat weet ik niet, want ik weet niet wat dood is.” Toch is hij er ontelbare malen mee geconfronteerd. Nog geen twee jaar geleden op de pijnlijkste manier die hem kon treffen. Toen overleed zijn echtgenote Aartje, met wie hij bijna 78 jaar samen was en 69 jaar gehuwd. “Toen Aartje dood ging, deed ik dat ook. Een half jaar geleden stierf mijn vier jaar jongere broer. Ikzelf besta nu nog omdat ik componeer. Ik heb geen vrouw meer, geen samenlevingsplek, geen sociale contacten. Daarom componeer ik, elke dag. ” Hij zegt het zonder enig zelfbeklag.

Jan van Dijk is een bekende componist in Noord-Brabant. Vanaf eind jaren zeventig leefde hij in Tilburg, maar werkte er al eerder. In 2012 verhuisde hij met zijn vrouw naar Zwijndrecht, omdat er darmkanker bij hem was geconstateerd. En om dichterbij hun zoon IJsbrand te kunnen wonen. In Tilburg bouwde Jan van Dijk een enorme reputatie op. Hij was nauw verbonden aan het Brabants Conservatorium, trok op met mensen als Lucius Voorhorst, directeur van Stichting Muziek Evenementen Tilburg en beiaardier Carl van Eyndhoven. Startte in 1956 een beiaardopleiding aan het Brabants Conservatorium (nu Fontys Conservatorium, rvdh). Componeerde voor werkelijk elk instrument en alle muziekvormen. Zoals voor beiaard, harmonium, clavecimbel, accordeon, orgel, piano, mannen-,  vrouwen- en gemengd koor, a cappellakoor, symfonie-orkest, harmonie-orkest, blazersensemble, en ga zomaar door. Ook schreef hij voor opera, ballet, tv, film, toneel en hoorspel.

Jan van Dijk. foto Gemma van der Heyden

Jan van Dijk. foto Gemma van der Heyden

Gekrompen
De ouderdom heeft Jan van Dijk in zijn greep gekregen. De eens zo rijzige man lijkt gekrompen, zijn uitbundige spierwitte haardos en baard zijn uitgedund. De componist maakt een tere, breekbare indruk. Dat zijn echter fysieke kenmerken. Wat gebleven is zijn de heldere, priemende ogen die je vol belangstelling aankijken. Blinkende spiegels van zijn nog altijd lucide geest. En zijn lach is nog altijd open en eerlijk, als van een man van in de dertig. Zijn blik op de wereld is actueel, open en analyserend: “In 2016 komt er heel andere muziek voor de dag dan die van V&D.”

We bezoeken Jan van Dijk, omdat er een nieuw boek over hem is uitgekomen: Hernieuwde ontmoeting met Jan van Dijk. Het omslag vermeldt als samensteller en redacteur Jan den Ouden. De componist zegt dat hijzelf ongeveer de helft van het boek schreef. “Ik gaf Jan stof, hij schreef er over.” Het boek is een vervolg op Stille Ontmoeting uit 2000. Van dezelfde auteurs. Met die stille ontmoeting bedoelt Jan van Dijk de stilte tussen de noten. Maar ook de stilte tijdens een ontmoeting. “Dáár waar mensen naar elkaar luisteren. Het non-verbale element in de ontmoeting. Waar woorden overbodig zijn, net als bij muziek”. “Het vervolg is niet slecht”, lacht Jan van Dijk, “er staat veel in.” Hernieuwde ontmoeting beoogt een biografie te zijn van de componist, waarin zijn oeuvrelijst tot en met november 2015 is bijgehouden. De lijst stokte toen bij 1239. Nu, bijna drie maanden verder, is opus 1245 in de maak…

De oeuvrelijst doet je duizelen. Dat overkomt Jan van Dijk zelf ook. “Wat ik tachtig jaar geleden componeerde, weet ik niet meer. Ik ben niet meer die persoon van toen. Neem mijn Derde Symfonie, die is ettelijke keren gespeeld. De Vierde voor koor en solisten werd vooral in Nederland opgevoerd. Ik sta nog volledig achter beide werken. Ook de serie koorwerken die ik componeerde toen ik zeventien, achttien jaar oud was, vind ik nog altijd erg goed. Vroeger was ik zelf pianist. Als je dan een pianostuk schrijft, hoor je dat. Daarom zal ik mijn vroegere muziek zeker niet ontkennen.”

Klanksprookje
Maar nú, bijna honderd jaar oud en nog altijd is de stroom nieuwe composities niet opgedroogd? “Ik heb nog volop ideeën voor nieuw werk. Soms word ik om half zes wakker, pak papier en pen die naast mijn bed liggen en schrijf ze op. Daarna ga ik weer tot half negen slapen. Vroeger klonk muziek al als een klanksprookje in mijn oren. Nu nog. Als ik niet zou componeren, zou ik lui zijn. Schoonheid is geen gevolg van ijdelheid, maar van een eigenschap die je bezit. Als de onlangs overleden componist Pierre Boulez schreef, had hij twee problemen. Hij deed zoals hij deed, maar hij had daarbij niet meteen in de gaten dat de mode anders was. Toen hij dat ontdekte, paste hij zijn muziek aan. Dat heb ik nooit gedaan. De eigenheid van mijn stijl bestaat erin dat het over míjn noten gaat. Toen ik jong was hield ik meer rekening met mezelf dan met mijn omgeving.”

Psalmboeken deel 1 tot en met 6, geschreven door Jan van Dijk. foto Gemma van der Heyden

Psalmboeken deel 1 tot en met 6, geschreven door Jan van Dijk. foto Gemma van der Heyden

“Het is heel moeilijk om met een kunstenaar een rationeel gesprek te voeren. Je moet dat accepteren om met hem in gesprek te kunnen gaan. Kun je je dat voorstellen? Als je denkt dat je alles weet zijn er altijd nog deze twee woorden: en toch… Als het om schoonheid gaat tenminste. Ik ben leerling geweest van Willem Pijper. Mijn eigen leerlingen werden kleinkinderen van deze componist. Hij gaf les op een manier zoals ik het later ook ging doen: leerlingen hun eigen weg laten zoeken. Toch zijn zijn leerlingen heel anders dan hij. Gelukkig maar. Een kunstenaar moet niet nadoen, die zijn er al te veel.”

“Ik heb heel mijn leven geschreven wat ik interessant vond. Waarbij ik me afzijdig hield van wat me maatschappelijk voordeel op kon leveren. Daardoor word je mens en ontdek je wie je bent. Dat was toen zo en is nu nog zo. Ik ben dan wel oud, maar nog altijd bezig klanksymbolen op te schrijven die synoniem zijn voor waarvoor ik leef.” En dan tussendoor: “Triest voor die jongen in Noord-Holland die zelfmoord heeft gepleegd (Joost Zwagerman, rvdh). Hij schreef als een gek.”

Franse stijl
Om daarna de draad weer op te pakken: “Je moet de weg laten langskomen die jij wilt volgen. Ik sta bekend als een man die in de Franse stijl schrijft. Tussen 1947 en 1950 waren mijn vrouw en ik regelmatig in Frankrijk. Parijs ervoer ik als een verrukking, als de top van Europa. Dan kwam ik op een plek waar ook filosoof Jean-Jacques Rousseau had gelopen. Daar ging ik dan even op een stoepje zitten.” En dan, plotsklaps gedachtenassociaties makend: “Ik ben in 1918 geboren, het jaar waarin Claude Debussy stierf. In Parijs. Mijn zoon IJsbrand werd in 1947 geboren en dat was dan weer het jaar waarin Willem Pijper overleed. Hoe ik dat allemaal weet? Mijn bibliotheek is opgeslagen in Dordrecht. Zodoende moet ik veel onthouden.”

Jan van Dijk ziet Frederik van Eeden als een van zijn favoriete schrijvers. Als het om dichters gaat is dat Guido Gezelle. “Het Guido Gezellemuseum in Brugge heeft een beeld van me. Mijn vrouw en ik leefden in 1938 in die stad. Ik leerde er iemand kennen die hobo speelde. Wij gingen ’s avonds bij hem langs om muziek te maken. Op een dag vroeg hij mij of ik Guido Gezelle had gekend. Nee, zei ik, Guido was al overleden voordat ik werd geboren. Waarop die jongen voorstelde om bij zijn familie langs te gaan. ‘Want Guido was mijn oom’, voegde hij er aan toe. Toen we er waren, ben ik aan het bureau van Guido Gezelle gaan zitten. Er lagen nog handschriften van hem, die had ik zo in mijn zak kunnen steken.”

“Guido Gezelle was ook oom van de schrijver Stijn Streuvels. Ik had in die tijd al muziek gecomponeerd op teksten van Guido Gezelle. Die heb ik toen aan Stijn aangeboden. Hij had twee dochters, een ervan heeft ze in 1939 gezongen. Ik ben met Stijn gerelateerd geweest tot aan zijn dood in 1969. Na de oorlog maakte een kunstenaar uit Limburg een beeld van mij. Dat kwam terecht in het Guido Gezellemuseum in Brugge. Tien jaar geleden zijn mijn vrouw en ik daar ontvangen. Een bestuurder vroeg: ‘Weet je dat Stijn ook nog een tweede dochter heeft? Die woont naast mij, ik moet je de groeten doen van haar!’ Het is toch ontzettend leuk dat een beeld van een componist wordt geplaatst in een museum voor literatuur.”

André Rieu
Jan van Dijk heeft nogal wat groten der aarde gekend, zoals dat zo mooi heet. Onder andere de vader van de succesviolist André Rieu. “Hij was directeur van het Symfonieorkest Leipzig. Aan het einde van zijn leven had hij daar geen zin meer in. Daarom werd hij koster. Ik schreef eind jaren zeventig een stuk voor een carnavalsorkest in Den Bosch. Rieu dirigeerde het. Ik heb ook Karlheinz Stockhausen gekend. Hij schreef één orkeststuk dat goed is, voor de rest verdwaalde hij in zijn eigen sprookje.”

“Ik heb nog altijd contact met de buren aan de Zwartvenseweg waar we ooit een huis hadden." foto Gemma van der Heyden

“Ik heb nog altijd contact met de buren aan de Zwartvenseweg waar we ooit een huis hadden.” foto Gemma van der Heyden

Jan van Dijk heeft darmkanker. Al enige jaren. Had hij al toen hij en zijn vrouw nog in Tilburg woonden. “Ik heb nog altijd contact met de buren aan de Zwartvenseweg waar we ooit een huis hadden. Ik gaf les in Rotterdam en Den Haag toen ik Tilburg leerde kennen doordat ik werd benoemd aan het Brabants Conservatorium. Tilburg was een provinciestad, maar wel een unieke. Er was een heel andere samenleving dan elders. Een katholieke stad met zo’n grote vormen van cultuur, dat vond je nergens. Ik heb er een goede tijd meegemaakt. Ik ben geboren in Oostzaan, woonde daarna in Schagen, Lekkerkerk, Tilburg, Megen en weer Tilburg. Toen kreeg ik die tumor en besloten mijn vrouw en ik dichterbij onze zoon in Zwijndrecht te gaan wonen. En ja, toen stierf Aartje anderhalf jaar later. Verhuizen had niet gehoeven als je het achteraf bekijkt. Of ik terug ga naar Tilburg? Nee, ik blijf hier.”

En de kanker? “De tumor in mijn darm vreet bloed. Daarom heb ik soms te weinig bloed in mijn lichaam en moet ik bloedtransfusie ondergaan. Je moet het maar zo zien dat die tumor van mij te eten krijgt. Hij groeit niet hard, maar dat doe ik ook niet meer.”

Jan van Dijk was achttien jaar toen hij zijn Aartje leerde kennen, zij was zestien. Beiden hielden van avontuur. In de jaren ’35 en ’36 trokken zij per fiets Europa in. Ze leefden sober, hebben dat altijd gedaan. “Tussen de jaren twintig en veertig van de vorige eeuw had vrijwel niemand geld. Er was weinig eten. Wij hadden plezier in dingen die geen geld kostten. Ik was tien jaar toen ik vaak bij een tante verbleef. Op zeker moment zei zij tegen mijn oom die fietsenmaker was: ‘Maak nu eens een fiets voor Jan’. Hij was zo groot dat er klossen op de trappers moesten. Die fiets heeft alles meegemaakt. Hij is in Parijs geweest, in Davos, op Corsica. Hij staat nu bij mijn zoon, hier verderop. Mijn vrouw en ik reisden veel, we gingen op de fiets of met de trein. We hebben ons nooit dingen ontzegd. We rookten alle twee, dronken graag een wijntje” en met die prachtige, fonkelende ogen: “En ook een biertje.”

Onbarmhartig
Jan van Dijk componeert al zijn hele leven. Elke dag. En elke dag deed hij dat in de nabijheid van zijn vrouw. “Je moet het zo zien dat we samen muziek schreven. Zij luisterde en was onbarmhartig in haar oordeel. Je kunt met iemand zestig, zeventig jaar naast elkaar werken. Wij deden dat mét elkaar.” Daarom was de periode na het overlijden van zijn echtgenote zo moeilijk. De geest waardoor muziek ‘los’ kwam, had hem verlaten. Het componeren dat hij voor hen beiden – als publiek – deed, werd overbodig. “Ik deed daarom niets meer.” Om echter zelf te overleven was er slechts één remedie: componeren.

“In april gaat er in Amsterdam een stuk voor orgel en orkest in première. Pasgeleden was er een première van mij in Tbilisi in Georgië. Hoe die daar terecht kwam? Ik ken een schilder uit Tbilisi, die in Zeeland woont. Bij de opening van een van zijn tentoonstellingen speelde een pianiste uit Kiev enkele composities van mij, omdat zij de schilder ook kende. Die heeft ze daarna in Tbilisi opgevoerd. Omdat ik alles wat ik componeer publiceer, weten musici dat ze overal aan kunnen komen. Ik was er graag bij geweest. Maar ik reis niet meer. Volgende week ga ik trouwens met mijn zoon en zijn vrouw naar de grote Jeroen Boschtentoonstelling in Den Bosch.”

Opus 1245 van Jan van Dijk bestaat uit tien stukken voor talloze instrumenten. Hij schrijft nu nog aan het werk. Het is bedoeld voor jonge kunstenaars. “Ik schrijf alles met de hand, heb geen machine nodig. Als je schrijft, kun je de persoonlijkheid van de componist al uit de noten lezen. Als je kunstenaar bent, heb je niet veel technieken nodig, alleen die die uit jezelf komen. De kwaal van jonge componisten is dat ze bezig zijn met experimentjes in techniek. Hun eigen techniek raken ze allemaal kwijt. Dat geldt ook voor schrijvers. Wij kennen Stijn Streuvels nog, Willem Kloos, Louis Couperus. Maar wie na ons? Veel kunstenaars willen succes hebben en doen anderen na. Daar bereik je echter niets mee, het is goed stom.”

"Ik ben dan wel oud, maar nog altijd bezig klanksymbolen op te schrijven die synoniem zijn voor waarvoor ik leef.” foto Gemma van der Heyden

“Ik ben dan wel oud, maar nog altijd bezig klanksymbolen op te schrijven die synoniem zijn voor waarvoor ik leef.” foto Gemma van der Heyden

Boek
En dan is er nu het boek Hernieuwde ontmoeting met Jan van Dijk. Een interessant werk, dat duidelijk de geest van de componist ademt. Het boek kent als samensteller en redacteur Jan den Ouden, die Van Dijk kent omdat zij beiden vrijmetselaar zijn. Den Ouden heeft in Hernieuwde ontmoeting vooral laten uitkomen hoe anders de componist schrijft dan pakweg zo’n vijfendertig jaar geleden. “Boven je zestigste houd je geen rekening meer met anderen”, zegt Jan van Dijk hierover. “Je gaat dan meer aan jezelf denken.”

Jan den Ouden onderkent drie levensfasen bij Jan van Dijk. Hij benadrukt in dit boek vooral de derde levensfase, die waarin de druk om te componeren afneemt en de kunstenaar weer wordt teruggeworpen op zichzelf en de primaire noodzaak waarom hij ooit als jong volwassene met componeren begon. ‘Waarom Jan van Dijk – net zoals iedere kunstenaar – nog componeert is zijn specifieke manier om op de gebeurtenissen rondom hem te reageren en deze te verwerken. Gebeurtenissen die door de toenemende stilte om hem heen een steeds grotere indruk achterlaten. Net als bij zijn eerste levensfase is de muziek in deze derde fase vooral een persoonlijke expressiemiddel geworden’, zo motiveert de samensteller de totstandkoming van het boek.

Hernieuwde ontmoeting met Jan van Dijk bestaat uit acht hoofdstukken en een negende dat de complete werkenlijst van Jan van Dijk (tot december 2015) vermeldt. Enerzijds bestaat de inhoud van het boek uit uitleg en notenschriften van bepaalde werken van de componist, anderzijds uit persoonlijke herinneringen en ontboezemingen.

Haiku
Vorig jaar schreef Jan van Dijk Vier klavierstukken (opus 1231). Hij schreef er een haiku bij (Japanse dichtvorm van drie regels, waarbij de eerste regel vijf, de tweede zeven en de derde weer vijf lettergrepen telt, rvdh):

 

Wij behoren tot
de doden die nog leven
en daardoor weten

 

Daarin zit alles vervat wat een waar kunstenaarsleven in 98 jaar kan opleveren.

foto Gemma van der Heyden

Jan den Ouden: ‘Hernieuwde ontmoeting met Jan van Dijk’. Gouda, de Steensplinter, 2016. ISBN 9789057170430, 111 pp, € 20,95 (incl. verzendkosten).


Cd ‘Jan van Dijk: The Later Pianoworks’, zestien klavierwerken door Klaas Trapman. Verkrijgbaar bij Stichting Jan van Dijk Muziekwerken t.a.v. IJ. van Dijk, Nieuwstraat 9, 3332 BJ Zwijndrecht door overmaking van € 12,95 (incl. verzendkosten) naar bankrek.  NL20 INGB 0001 9307 36. 

www.steensplinter.nl

www.janvandijk.net

© Brabant Cultureel – februari 2016