Het ‘image’ van Hans van Zummeren

door Jan Vinks

Dit is een verhaal. Het is ontleend aan leven en werk van kunstschilder Hans van Zummeren, met wie ik destijds bevriend was. Hans peinsde er niet over om een bescheiden en marginaal artiestenbestaan te leiden. Hij had bovendien een gezin met vier kinderen te onderhouden. Om galeristen en kopers van zijn artistiek potentieel te overtuigen fabuleerde hij er nogal eens op los, vindingrijk, geestig, vol van spanning en sensatie en altijd in relatie tot de grote voorbeelden uit de eigentijdse kunstgeschiedenis. Het heeft hem hoe dan ook tijdens zijn leven een zekere faam en bevestiging gebracht die anderen pas na hun dood verwerven en de meesten zelfs dan niet.

Als geen ander begreep Hans van Zummeren dat de kunstenaar een alibi nodig heeft om zich te rechtvaardigen in de ogen van de maatschappij. Hij moet beroemd zijn of hij bestaat niet, tenzij als non-valeur of profiteur. “Een kunstenaar is iemand met een hobby op kosten van de gemeenschap”, zei ooit minister-president Ruud Lubbers. Hans van Zummeren attaqueerde dit existentiële probleem door in het buitenland grote en bekende kunstenaars te ontmoeten die hem de bevestiging van statuur gaven waarmee hij, thuis en in wijde kring, respect afdwong en bewondering oogstte.

Jan Vinks: 'Hans van Zummeren identificeerde zich graag met de groten uit de kunstwereld'. Met een knipoog plaatst hij een foto van de Tilburgse kunstenaar tussen foto's van (links) Jackson Pollock en Albert Camus. Foto Joep Eijkens.

Jan Vinks: “Hans van Zummeren identificeerde zich graag met de groten uit de kunstwereld.” Met een knipoog plaatst hij een foto van de Tilburgse kunstenaar tussen foto’s van (links) Jackson Pollock en Albert Camus. foto Joep Eijkens.

Permeke
In het boek Rondom Hans van Zummeren (1995), een uitgave van de Tilburgse Kunststichting, lezen we hoe de eerste internationale beroemdheid op zijn pad komt. Hij studeert dan in Antwerpen aan de academie, in casu Het Hoger Instituut. Hans vertelt (pag. 43): ‘Ik had een prachtige ontmoeting in België. Ongelofelijk. Met Permeke. Een hele grote dikke man. Die had ik gezien op de gang van het Instituut’. Ook Permeke had Hans opgemerkt en wilde hem ontmoeten. Hans weer: ‘Het was een ontzettend beminnelijke man, die Permeke. Zo’n beminnelijk mens kun je feitelijk niet tegenkomen. Daar was alles even aardig aan.’ Later volgt ook nog ’n bezoek bij Permeke thuis, in Jabbeke.

Permeke heeft ongetwijfeld het ontluikende talent gezien van de grote kunstenaar in wording.

Helaas, jammer, maar deze fascinerende samenkomst heeft nooit plaatsgevonden want Permeke was toen al dood. Hij werd in 1951 ernstig ziek en stierf op 4 januari 1952. En in 1952 studeerde Hans nog in Tilburg voor het staatsexamen tekenen MO A, waarvoor hij zakte. Dan werkte hij een tijd lang in de reclame en pas in 1953 of 1954, dat is niet helemaal duidelijk, ging hij naar Antwerpen. Volgens vriend en collega Fons de Kok is Hans nauwelijks in Antwerpen geweest.

Na Permeke volgden uiteraard nog vele uitwisselingen met internationale sterren. Zo was er in Parijs Picasso die naar aanleiding van modeltekeningen Hans toevertrouwde: ‘Ik heb er hard voor moeten werken maar jij hebt het van nature.’ In Londen zag hij Ben Nicholson. ‘Ben verklaarde mij dat hij niet geloofde in het werk van Ru van Rossem. Dat houdt geen stand, zei hij.’ In New York bezocht Hans Willem de Kooning. ‘Ik belde aan en hij deed zelf open. Ik ben Hans van Zummeren uit Tilburg, zei ik. De Kooning, antwoordde hij eenvoudig, zeg maar Bill.’

Met dit soort verhalen gaf Hans van Zummeren zijn leven extra elan. Maar men moet zich verbazen dat indertijd (midden jaren zeventig ) niemand de waarheid ervan in twijfel trok; cursisten, leerlingen, galeriehouders, wethouders, directeuren van culturele instellingen, bankdirekteuren, noch professoren van de Tilburgse universiteit. Het kunstklimaat in de stad was verschrikkelijk steriel en Hans was de showmaster die de mensen tot dicht bij de hartslag van de echte kunst wist te brengen.

Koningin Beatrix
Eén keer was ik aanwezig bij de ontmoeting van Hans met een belangrijk persoon. Koningin Beatrix bezocht onofficieel de Tilburgse Kunststichting en ook Hans werd aan haar voorgesteld. Tot mijn verbijstering begon hij daarna tegen iedereen te vertellen dat zij hem niet mocht. “De koningin liet duidelijk merken dat ze mij niet mocht”, tetterde hij enigszins triomfantelijk. Waar slaat dit nou op, dacht ik, totdat ik een tijd later een Nederlandse schrijver op de radio hetzelfde hoorde zeggen.

Aha, Hans had direct, intuïtief, de juiste positie ingenomen met betrekking tot het in stand houden van zijn ‘image’. Immers, de behoefte aan vorstelijke welgezindheid past nog wel de amateur maar niet langer meer de beroepskunstenaar. Alzo sinds de Franse Revolutie. En Hans had dat door, hij kende de geschiedenis.

© Brabant Cultureel – februari 2016