Drie generaties Van Delft: cultuurdragers die met hun werk niet wilden liegen

De kunstenaarsfamilie Van Delft was anderhalve eeuw onlosmakelijk verbonden met de steden Waalwijk, Tilburg en Nijmegen. In de maanden april en mei biedt het Huis van Waalwijk onderdak aan een expositie over patriarch Theo  (1848-1904), zijn zonen Jan (1879-1952) en Theo (1883-1967) en Jans zoon Theo (1914-2005). Tientallen werken, veelal in particulier bezit, worden daartoe naar het oude Kropholler-raadhuis van de schoenenstad gehaald.

door Joep Trommelen

Jan van Delft aan het werk in Rome tijdens het schilderen van het portret van kardinaal W.M. van Rossum. fotograaf onbekend

Jan van Delft aan het werk in Rome tijdens het schilderen van het portret van kardinaal W.M. van Rossum. fotograaf onbekend

Toon Gouda is als bestuurslid van de Stichting Huis van Waalwijk én als Van Delft-kenner nauw betrokken bij de totstandkoming van de tentoonstelling. “Niet alleen waren de Van Delfts gewaardeerde en gekende burgers, ze droegen als cultuurdragers met hun foto’s, schilderijen, beelden en ander werk ook bij aan het aan ons overgeleverde tijdsbeeld van Waalwijk en omgeving”, vertelt hij. “En door hun portretten van de koninklijke familie en de hoge geestelijkheid kregen ze een uitstraling die veel verder reikte dan de Brabantse provinciegrenzen.”

Gouda legde de levensverhalen van de Van Delft-dynastie vijf jaar geleden al vast in zijn boek Waalwijk: uit de kunst! waarin hij 44 voor de stad belangrijke kunstenaars portretteerde. Hun korte biografieën schetsen een mooi tijdsbeeld, zowel van hun streek als van de praktijk van het kunstenaarschap in hun tijd.

Het gezin van Jan van Delft tijdens zijn tweede huwelijk. fotograaf onbekend

Het gezin van Jan van Delft tijdens zijn tweede huwelijk. fotograaf onbekend

Geen modernisten
Vooropgesteld:  de Van Delfts waren geen modernisten. Theo en Jan, de zonen van Dorus, worden weleens met de impressionisten en naturalisten vergeleken. Maar Theo was geen echte impressionist en Jan wilde vooral natuurgetrouw werken. Gouda: “Het waren op schildergebied vooral geniale portretschilders, al maakten ze ook landschappen en stillevens. In hun tijd ging het in de kunstwereld nog vooral om het bijna fotografisch weergeven van wat ze zagen. Ze streefden ernaar om ‘niet te liegen’. Dat vind ik een hele mooie uitspraak van Jan tegen zijn zoon Theo:  ‘Als je schildert, moet je niet liegen’.”

Het verhaal van de Waalwijkse tak van de Van Delfts begint met de in 1848 geboren Dorus, die zijn loopbaan begint als zelfstandige huis- en decoratieschilder. Hij beschildert aanvankelijk rijtuigen en maakt wandschilderingen. In 1873 benoemt de gemeente Waalwijk hem tot directeur van de Waalwijkse Gemeentelijke Teekenschool. Dorus trouwt met Gertruda Vermeer, die zeventien kinderen op de wereld zet van wie er vier al jong overlijden. Zonen Jan en Theo hebben ook een kunstzinnige inslag en krijgen van hun vader les, thuis en op de Teekenschool.

Haven van Waalwijk door Theo van Delft.

‘Haven van Waalwijk’ door Theo van Delft.

Het fotografische dat veel werk van de Van Delfts kenmerkt, vindt wellicht zijn oorsprong in het foto-atelier van Dorus, die zich als eerste in Waalwijk toelegt op portretfotografie. De fotografie is een nieuw fenomeen en heeft grote invloed op de kunstbeoefening in de tweede helft van de negentiende eeuw. De wisselwerking tussen fotografie en tekenen en schilderen is in het verhaal van de Van Delfts een essentieel aspect. Als Dorus in 1904 overlijdt, zetten Gertruda, Jan en Theo de fotozaak voort. De expositie in het Huis van Waalwijk wil nadrukkelijk ook het fotografische verhaal  belichten. Zo zullen er ook foto’s te zien zijn van onderwerpen die de Van Delfts op doek vastlegden, zoals het verblijf van Belgische vluchtelingen in Waalwijk in de Eerste Wereldoorlog.

Maatgevend
Volgens Toon Gouda waren de inkomsten die de Van Delfts met in opdracht vervaardigde geschilderde portretten verwierven, ‘maatgevend’ voor hun andere werk. “Daardoor konden ze die andere dingen doen. Vooral de portretten die Jan en Theo van Juliana maakten, leverden hen bekendheid en opdrachten op.”

Jan en Theo zijn totaal verschillende karakters. Jan is de meest introverte, terwijl Theo een bourgondische levensgenieter is. Jan volgt Dorus op als directeur van de Teekenschool. Zijn vader heeft hem nog gewaarschuwd voor de gevolgen van het kiezen van een artistieke loopbaan: “Wilde straks met gaten in oew broek lopen?” schijnt Dorus gezegd te hebben. Jan haalt de MO-akte tekenonderwijs, krijgt les van de bekende Bossche schilder Piet Slager. Het portret dat Jan van Dorus maakt tijdens diens ziekbed, levert hem zó veel waardering op dat de opdrachten binnenstromen. Jan geeft ook les aan Bossche kunstacademie, is lid van het St. Lucasgilde in Amsterdam en de Bredase kunstkring.

Leerlooierij, olieverf op doek door Theo Jansz. van Delft.

‘Leerlooierij’, olieverf op doek door Theo Jansz. van Delft.

Hij trouwt met Adriana Groenen, die hem de zonen Theo en Sjef schenkt. Na vier jaar huwelijk overlijdt zij in 1917 aan de Spaanse griep. Oma Van Delft voedt daarna de kinderen op. Jan wordt in 1919 op 40-jarige leeftijd tekendocent aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Tilburg, waar hij ook gaat wonen. In 1925 reist hij naar Noorwegen, waar zijn broer Nico kapelaan is en ontmoet daar zijn tweede vrouw, Camilla Dorn. Samen krijgen zij nog vijf kinderen.

Jan wordt geroemd om zijn kleurgebruik in portretten, landschappen en bloemenschilderijen. Hij mag in Rome in 1929 kardinaal W.M. Van Rossum  portretteren en in 1936 prinses Juliana. Dat schilderij bevindt zich nu in het Tilburgse paleis-raadhuis.

Langzaam kruipt ook de moderne tijd in het bewustzijn van de schilders die niet willen liegen. Ook al heeft Jan nog niet zo veel met moderne schilders, in een gesprek met Theo zegt hij over Picasso: “Al begrijp je het werk niet, het kan toch zijn waarde hebben.”

Het Noordbrabants Museum en het Museum Kempenland bezitten werk van Jan. In 1979 herdenkt de stad Tilburg hem in zijn honderdste geboortejaar met een expositie in de schouwburg. Dertig jaar daarvoor benoemde de stad hem al tot ereburger.

Loons hoekje met boerin en koeien door Theo van Delft.

‘Loons hoekje met boerin en koeien’ door Theo van Delft.

Temperament
De bekendste telg van de familie is echter Theo. Dat heeft volgens Toon Gouda ook te maken met zijn temperament. “Theo was een ‘felle’, in tegenstelling tot de veel meer in zichzelf gekeerde Jan. Iedereen in Waalwijk kende Theo, hij biljartte en was lid van de kegelclub. Na de eerste tekenlessen van vader Dorus bekwaamde ook hij zich verder in het vak, en ook hij kreeg les van Piet Slager. Theo haalde ook zijn MO-aktes boetseren en beeldhouwen, in Wageningen bij beeldhouwer August Falise.”

Theo trouwt en omdat de fotozaak niet genoeg geld oplevert voor het gezin, gaat hij lesgeven op meerdere scholen. In 1918 volgt hij broer Jan op als directeur van de Teekenschool. Als docent aan de HBS en de Rijksvakschool in Waalwijk neemt hij zijn leerlingen graag mee naar buiten. Theo is zeer productief: hij schildert, tekent, beeldhouwt, maakt gravures, plaquettes en grafmonumenten. Bij gebrek aan goed materiaal in de Tweede Wereldoorlog gebruikt hij zelfs triplex. Zijn beeldhouwwerken tonen classicistische trekjes. Voor het nieuwe raadhuis van Waalwijk mag hij in 1933 een zandstenen beeld van Hertog Jan I van Brabant maken, alsmede een wandschildering in de trouwzaal. Dat in onbruik geraakte raadhuis is nu het Huis van Waalwijk waar de expositie plaatsvindt .

Ontvangsthal van de Van Haren schoenenfabriek in Waalwijk. foto Piet den Blanken

Ontvangsthal van de Van Haren schoenenfabriek in Waalwijk. foto Piet den Blanken

Ook de hal van schoenfabriek Van Haren wordt door Theo beschilderd. Hij mag een portret van koningin Wilhelmina maken dat als prent naar veel Nederlanders in toen nog ‘ons’ Indië wordt verstuurd. In 1949 krijgt hij de opdracht Juliana te schilderen in paleis Soestdijk, voor de Statenzaal in Den Bosch. Kopieën belanden in de gemeentehuizen van Helmond en Deurne.  Daarna stromen de opdrachten voor portretten binnen.

Glas wijn
Theo reist veel, geniet op zijn tijd van een glas wijn en ook van de natuur. Hij onderhoudt wat tegenwoordig een groot netwerk in de kunstwereld zou heten. Blijft bevriend met beeldhouwer Falise, maar ook met schrijver Felix Timmermans en Charles Eijck. Hij zorgt met Timmermans en vriend Jos Verwiel dat er in Son en Bruegel een gedenkteken voor Pieter Bruegel komt. Dat inspireert de toenmalige burgemeester van Den Bosch tot het initiëren van een monument voor Jeroen Bosch. Den Bosch wil niet achterblijven in de verering van zijn beroemde schilder als Son en Bruegel ‘zijn’ Pieter gedenkt…

Belgische Vluchtelingen door Jan van Delft.

‘Belgische Vluchtelingen’ door Jan van Delft.

Timmermans en Van Delft raken gebrouilleerd als Van Delft de Vlaamse schrijver aanspreekt op diens vermeende pro-Duitse gevoelens in de Tweede Wereldoorlog. In zijn roman Pieter Bruegel draagt Timmermans aanvankelijk nog een hoofdstuk op aan Theo, maar in latere drukken is die opdracht verwijderd.

In 1951 komt zijn vrouw Moeke Thea om het leven bij een auto-ongeluk waarbij Theo zwaar gewond raakt.  Zes later later volgt een tweede ramp: zijn atelier in Waalwijk brandt tot de grond toe af,  waarbij veel werk verloren gaat. In 1967 overlijdt Theo. Waalwijk en Raamsdonksveer eren hem met straatnamen. Honderd jaar na zijn geboorte, in 1983, is er in het Waalwijkse stadhuis een herdenkingstentoonstelling.

De Eerste Wereldoorlog is net vier maanden oud als Theo van Delft Janszoon wordt geboren, de oudste van twee zoons van Jan. Na twee jaar verliest hij zijn moeder en oma ontfermt zich over hem en Jef. Jan geeft dan les aan de Katholieke Leergangen in Tilburg. Ook Theo heeft tekengenen; hij kopieert al jong werk van vader, die ooit bijna zo’n kopie aan een klant meegeeft in plaats van het origineel. In Tilburg en Den Haag haalt hij zijn MO-akte tekenen. Hij verwerft faam met het schilderen van kinderen en volwassenen, landschappen en stillevens. Hij bewondert Rembrandt, maar ook Matisse en Klee. Van alle Van Delfts ondergaat hij nog de meeste moderne invloeden. Maar zijn grootste leermeester was vader Jan. Over hem zei Theo: “Zijn belangrijkste stelling was: je moet niet liegen. Ik praat graag met mijn modellen. In zo’n gesprek tonen mensen wie ze zijn. Dát probeer ik te schilderen.”

Halschilderingen in de Van Harenfabriek in Waalwijk. foto Piet den Blanken

Halschilderingen in de Van Harenfabriek in Waalwijk. foto Piet den Blanken

Halschilderingen
Hij helpt zijn oom Theo met de monumentale halschilderingen in schoenfabriek Van Haren, die nog steeds te bewonderen zijn en in opmerkelijke goede staat verkeren. En volgt lessen in Parijs. Tussen 1950 en 1963 woont en werkt hij op Curaçao, met vrouw en zes kinderen.  Toon Gouda weet de reden voor deze tijdelijke emigratie: “Er waren zo tussen 1950 en 1960 in Nederland te veel kunstschilders op een te klein gebied werkzaam. Daarom zocht hij zijn heil tijdelijk elders.”

Terug in Nederland geeft hij les in Nijmegen. Auteur Anton van Duinkerken bewondert in het tijdschrift Brabantia Nostra een tentoonstelling met werk van Theo, zijn (half)broer Olav (keramiek) en -zus Sunny (doekcollages).  Als hij 90 jaar wordt, stellen zijn kinderen een boek over hem samen: Theo van Delft Jansz. LICHTSCHILDER. In dat boek staan fragmenten van brieven aan zijn kinderen. Een citaat: ‘Het enige wat me rest: als de hele zaak in elkaar zakt zal ooit de kern gevonden worden, want God laat ons niet in de steek’. En: ‘De schoonheid van mensen interesseert me niet. Alleen het menselijke. Lelijk is als iemand niet genoeg mens is…’ Aan het einde van zijn leven laten zijn ogen het afweten, maar hij blijft tot kort voor zijn dood in 2005 schilderen en lino’s maken.

Toon Gouda voor de Van Harenfabriek in Waalwijk. foto Piet den Blanken

Toon Gouda voor de Van Harenfabriek in Waalwijk. foto Piet den Blanken

Aan de expositie over de Van Delfts koppelt de Waalwijkse amateurschildervereniging Broma’s Palet een project waarmee de schilders het vijftigjarig bestaan van hun club vieren. In het Waalwijkse Kunstencentrum gaan ze samen met kunstenaars Ad van Bokhoven, Wivine Vervaeke, Ron Beumer en Maria Klerkx werken van de Van Delfts ‘vertalen’ naar nu. De resultaten van dat project zullen in de etalages van Waalwijkse winkels komen te hangen.

De expositie over drie generaties Van Delft in het Huis van Waalwijk,
van vrijdag 1 april tot en met zondag 29 mei.
Openingstijden: woensdag-, vrijdag- en zaterdagmiddag en tijdens de koopzondagen 24 april en 29 mei,
van 13.00 tot 17.00 uur.

www.huisvanwaalwijk.nl

© Brabant Cultureel – februari 2016