Prins Bernhard Cultuurfonds: van oorlogsinspanning naar cultuurbeoefening

In betrekkelijke stilte is dit jaar herdacht dat het Prins Bernhard Cultuurfonds (ook bekend als het Anjerfonds) 75 jaar bestaat. Maar wat behelst dit fonds nu precies, wat het allemaal, en vanwaar die anjer? Een beetje geschiedenis en een kijkje in de keuken.

door Lauran Toorians

Het Prins Bernhard Fonds werd opgericht in Londen in 1940. Doel was toen om geld in te zamelen ter ondersteuning van de geallieerde oorlogsinspanningen. Dat verklaart ook meteen de naam van het fonds. Na de oorlog werd besloten om het Prins Bernhard Fonds niet op te heffen, maar er een nieuwe doelstelling aan te geven. De pot was niet leeg en voortaan zou het fonds de cultuurbeoefening in Nederland ondersteunen. De gelden dienden te worden ingezet ter ‘bevordering van de geestelijke weerbaarheid door middel van culturele zelfwerkzaamheid’.

Ook werden toen de Anjerfondsen opgericht, vijftien in totaal, die werkten als regionale afdelingen. Zo was er een Anjerfonds voor elke provincie, plus afzonderlijke fondsen voor de grote steden Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Daarnaast had het Prins Bernhard Fonds nog een vestiging op de Nederlandse Antillen en Curaçao. Deze structuur bleef in hoofdlijnen onveranderd, maar de naam van het fonds veranderde in 1999 in Prins Bernhard Cultuurfonds. Momenteel zijn er naast een landelijk bureau in Amsterdam twaalf provinciale afdelingen en een afdeling Nederlandse Antillen en Aruba. Elk van die afdelingen is ook zelf weer een stichting. De meer populaire naam Anjerfonds blijft naast de formele langere naam ook in gebruik.

Het Prins Bernhard Cultuurfonds stimuleert gemeenten en woningcorporaties om bij te dragen aan cultuur en natuurbehoud in de regio, onder meer door ondersteuning van buurtcultuurfondsen. foto Edward Aghina

Het Prins Bernhard Cultuurfonds stimuleert gemeenten en woningcorporaties om bij te dragen aan cultuur en natuurbehoud in de regio, onder meer door ondersteuning van buurtcultuurfondsen. foto Edward Aghina

Particulier
Van groot belang is dat het Prins Bernhard Cultuurfonds een particuliere stichting is. Er is een landelijk bestuur dat het geheel overkoepelt en daarnaast heeft ook elke afdeling een eigen bestuur. Belangrijk is dat zowel die besturen als de beheerde fondsen in geen enkel formeel opzicht zijn verbonden aan de overheid. Wel is het zo dat er een grote overlap bestaat in praktische zin. Zo zijn de provinciale Anjerfondsen allemaal ondergebracht bij de provinciebesturen, waar dan de Commissaris van de Koning voorzitter is van het Anjerfonds. Het voordeel hiervan is dat de fondsen nauwelijks kosten hebben: zowel personeel als de noodzakelijke ruimte zijn voorhanden.

Een belangrijk voordeel is ook dat de fondsen geheel zelfstandig besluiten over de te subsidiëren projecten, los van enige overheidsbemoeienis. Beleidsmatige beslissingen van de overheid over wat wel of juist niet extra gestimuleerd dient te worden, hebben daarmee geen invloed op het subsidiebeleid van de fondsen. In feite kunnen zij de gaten vullen die de overheid laat openvallen. Dat is een belangrijke bestaansreden van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

Het Beats and Roots Festival werd ondersteund door het Prins Bernhard Cultuurfonds. foto Fer Wijnmaalen

Het Beats and Roots Festival werd ondersteund door het Prins Bernhard Cultuurfonds. foto Fer Wijnmaalen

Subsidies
Wie kan er allemaal geld aanvragen bij deze fondsen? Informatie daarover is te vinden op het internet, maar in het kort komt het hierop neer dat iedereen die een concreet project met een cultureel karakter heeft in aanmerking komt. Het belangrijkste criterium voor de subsidie is het inhoudelijk belang van het project, dat geen politiek, sociaal of religieus doel mag dienen. Verder is van belang dat de fondsen altijd slechts ondersteunen en dus slechts een deel van het benodigde bedrag subsidiëren. Bij publicaties kan ook een garantiesubsidie worden verstrekt.

Vaak wordt bij het Anjerfonds nog gedacht aan uniformen of instrumenten voor fanfarekorpsen of aan decorstukken voor amateur toneelclubs. Weliswaar gaat een groot deel van de beschikbare subsidies inderdaad naar de amateursector, maar toch is dit beeld op zijn minst behoorlijk eenzijdig. Het fonds hanteert namelijk een uiterst brede definitie van cultuur waarin bijvoorbeeld ook de alfa- en de gammawetenschappen een plaats innemen. Zowel de publicatie van een gedegen boek over de lokale geschiedenis als het daarvoor benodigde onderzoek kunnen bijvoorbeeld in aanmerking komen. Verder zijn er subsidies voor culturele vorming, monumentenzorg en ook op het gebied van natuurbehoud en natuureducatie. En dan is er nog een aantal bekende en minder bekende prijzen die door de fondsen worden uitgereikt, waaronder grote zoals de Martinus Nijhoff Prijs.

Noord-Brabant
De Noordbrabantse afdeling van het Prins Bernhard Cultuurfonds staat landelijk zeer hoog aangeschreven, niet in de laatste plaats omdat deze afdeling sinds een aantal jaren erg succesvol is in het aantrekken van extra fondsen in de vorm van bijvoorbeeld geld dat wooncorporaties beschikbaar hebben voor ‘cultuur in de wijk’. In tijden waarin de overheid vooral afknijpt is dat belangrijk en zeer welkom.

Ook is Noord-Brabant goed onderweg met zogenaamde fondsen op naam van bijvoorbeeld bedrijven of rijke families die geld voor kunst en cultuur beschikbaar stellen. Die doen dat vaak liever onder de hoede en met de inhoudelijke kennis van het Prins Bernhard Cultuurfonds dan op eigen gelegenheid. Ook geldt meer dan ooit ook wanneer het fonds voor slechts tien procent meedoet in een project dit andere sponsors over de brug trekt om ook te participeren. Qua omzet is de afdeling Noord-Brabant ongeveer even groot als de afdelingen Noord- en Zuid Holland en Zeeland samen.

De restauratie van de Kilsdonkse molen werd mede ondersteund door het Prins Bernhard Cultuurfonds. foto Piet den Blanken

De restauratie van de Kilsdonkse molen werd mede ondersteund door het Prins Bernhard Cultuurfonds. foto Piet den Blanken

Informeren
Wie iets cultureels onderneemt en daar geld voor nodig heeft, moet dus zeker het Prins Bernhard Cultuurfonds niet vergeten. Het is dan verstandig in een vroeg stadium contact op te nemen zodat beide partijen zich goed kunnen informeren en het fonds de tijd heeft om een weloverwogen besluit te nemen. Overigens informeert het fonds zich ook zelf over zowel een binnengekomen aanvraag als over de aanvrager, bijvoorbeeld door bij de betreffende gemeente te vragen of en hoe de aanvrager bekend staat.

Natuurlijk is het Prins Bernhard Cultuurfonds niet de enige in zijn soort in Nederland. Het is wel het breedst georiënteerd en het breedst gedragen, en waarschijnlijk ook het meest objectief bij de beoordeling van projecten. Andere fondsen – van grote als het VSB Fonds tot kleinere als die van De Gruyter of C&A – leggen vaak bij voorbaat al allerlei beperkingen op.

Met sponsoring heeft dit alles niets te maken. Dat is een verhaal apart, waarin het gaat over prestatie en tegenprestatie, marketing en reclame en wederzijdse afhankelijkheid van beide partijen.

www.cultuurfonds.nl
www.cultuurfonds.nl/noord-brabant
https://nl.wikipedia.org/wiki/Prins_Bernhard_Cultuurfonds

© Brabant Cultureel – december 2015