Frank Lammers regisseert Brabantse film ‘Of ik gek ben’

We kennen Frank Lammers (Mierlo 1972) als acteur in het theater, in films, op tv en niet te vergeten uit reclamespotjes. En binnenkort ook als regisseur van de film ‘Of ik gek ben’. Dat wordt een sterk Noordbrabantse productie, grotendeels betaald uit het nieuwe Brabant C Fonds. Het is ook een eigenwijze film.

door Joep Trommelen

Toen de in Overloon geboren acteur Mike Weerts Ossenaar Michiel Stroinks debuutroman Of ik gek ben had gelezen, wist hij: dáár moet een film van komen en ik wil daarin meespelen. Hij wist mede-Brabander Frank Lammers (geboren in Mierlo) met zijn enthousiasme te besmetten. Lammers beleeft binnenkort de première van de eerste door hem geregisseerde lange speelfilm.

Of ik gek ben’ is voor een groot deel op Noordbrabantse locaties gedraaid. En met Brabants geld betaald: voor het grootste deel uit het cultuurfonds Brabant C en een speciaal op de provincie gerichte crowdfunding-actie. En ook het Amsterdamse productiehuis IJswater Films is in handen van een Brabander: Marc Bary, geboren in Tilburg.

Frank Lammers (r.) en Bert Haitsma. foto Hildegard Hick – IJswater Films & Pellicola

Frank Lammers (r.) en Bert Haitsma. foto Hildegard Hick – IJswater Films & Pellicola

Tbs-kliniek
Initiatiefnemer Mike Weerts – onder andere bekend van films als ‘De bende van Oss’, ‘Borgman’ en de tv-serie ‘Moeder ik wil bij de revue’ – speelt de hoofdrol. Daarnaast telt de cast grote namen als Cees Geel, Monic Hendrickx en Hakim Traïda. Ook is er een rol voor Eindhovenaar Dennis ‘Denvis’ Grotenhuis, zanger, gitarist en tekstschrijver en onder meer bekend van de band The Spades, wiens leven eerder door Leon Verdonschot in een roman werd verwerkt.

Auteur Michiel Stroink werkte in zijn studententijd een tijdje in een tbs-kliniek. Wat hij daar meemaakte, inspireerde hem tot het schrijven van Of ik gek ben (Amsterdam: Meulenhoff 2012). In het boek wordt de jonge kunstenaar Benjamin na een nacht vol drank en drugs wakker in een tbs-kliniek. Hij herinnert zich niets. In de absurde wereld van de kliniek krijgt hij langzaam weer grip op zijn leven. Hij ziet in dat hij lange tijd als een oppervlakkige narcist heeft geleefd. Eenmaal weer buiten de kliniek volgt een nieuwe schok: te midden van zijn oude vrienden stort het nieuwe fundament dat Benjamin denkt te hebben gevonden weer ineen. De grote vraag is: wat is de waarheid?

De financiering van de film heeft nogal wat voeten in aarde gehad. Het Nederlands Filmfonds betaalde nog wel mee aan de ontwikkeling van ‘Of ik gek ben’ en ook het Netherlands Production Incentive steunde de film. Maar het filmplan werd wel voor reguliere subsidie afgewezen. Vandaar dat de makers op zoek moesten naar andere geldbronnen.

Frank Lammers. foto Hildegard Hick – IJswater Films & Pellicola

Frank Lammers. foto Hildegard Hick – IJswater Films & Pellicola

Tegendraads
Wanneer ik Lammers eind november spreek, zit de film ‘in de fase van de technische afronding’. ‘Daar moet ik af en toe verplicht bij zitten, maar ik heb die film onderhand wel gezien,’ zucht hij. ‘Na achthonderd keer begint ’ie een beetje te vervelen, moet ik eerlijk toegeven…’

Zo kennen we Lammers: goedlachs, tegendraads, gedreven en een beetje provocerend. En soms moet je even een fractie van een seconde nadenken over de vraag of hij nu serieus is of niet? Zelfspot is hem bovendien niet vreemd.

Hij zegt in ieder geval ‘erg tevreden’ te zijn over zijn regiedebuut. ‘Nee eerlijk, de film is hartstikke mooi! Echt! Dat moet ook wel zo zijn, want mijn vrouw (schrijfster Eva Posthuma de Boer; jt) zegt het ook. En die is altijd erg kritisch op alles wat ik doe. Maar nu zegt ze voor het eerst in mijn leven dat ik er niks meer aan hoef te doen. En ik heb zelf ook het gevoel dat ik heb verteld wat ik wilde vertellen.’

En wat is dat dan precies?
‘Het is een complex verhaal. Uiteindelijk gaat het over de onvolmaaktheden van de mens, dat is een thema dat ik mijn werk als acteur telkens weer op lijk te zoeken. We hebben allemaal over van alles telkens weer ons woordje klaar, maar uiteindelijk blijken we er ook allemaal telkens weer een potje van te maken. Dat is inmiddels een soort rode draad in mijn werk geworden.’

Wat heb je geleerd van je eerste grote regieklus in de filmwereld?
‘Dat het de Nederlandse film onnodig moeilijk wordt gemaakt door allerlei mensen en instanties. Je krijgt de hele tijd het gevoel dat je gedwongen wordt terug te gaan naar een middle of the road film. Dat je je verhaal steeds verder moet afvlakken om verder te kunnen. In eerste instantie om aan de benodigde financiële middelen te komen. En later om überhaupt in de bioscoop te kunnen komen! Het lijkt er op dat je in Nederland alleen nog maar romantische komedies kunt maken, anders kom je een bioscoop als Pathé niet eens meer in! Het wordt steeds moeilijker om een eigenwijze film te maken, en dat is deze film toch.’

Heeft jouw acteurschap invloed gehad op de manier waarop je als regisseur te werk gaat?
‘Ik heb geprobeerd alles aan te pakken op de manier waarop ik het zelf als acteur het liefste heb. Bijvoorbeeld door ’s ochtends bij het ontbijt op de set voor een muziekje te zorgen. Gewoon gezellig! Ik wil iedereen prettig laten werken en in zijn waarde laten. De meeste regisseurs zijn vrij dwingend. Ik wat minder, denk ik, al moet ik dat natuurlijk af en toe ook zijn, anders bereik je soms niet wat je wilt bereiken. Maar ik kan natuurlijk als geen ander in de hoofden van de acteurs kijken. Ik weet, zie, wanneer ze ergens bang voor zijn of wanneer ze het even niet meer weten. Want dat heb ik zelf ook. Ik kan dat doorzien en ze daarom denk ik wat makkelijker helpen. En het resultaat mag er volgens mij zijn, want er is echt fantastisch geacteerd.’

Je noemt je ‘eigenwijze’ film een ‘tragikomediethriller’. Wat is dat in hemelsnaam?
‘Mooi hè, tragikomediethriller… Wij doen in ‘Of ik gek ben’ alles anders. Mijn lievelingsfilm is ‘Duck, you sucker!’ van Sergio Leone. Die begint als een overvalkomedie. Maar eindigt als een politiek drama. In Nederland willen ze het liefst dat iedere film in een bepaald hokje past. Ik niet. Als het goed is, word je mijn film ingezogen en krijg je vervolgens een hengst voor je kanis! Het eerste halfuur is een volstrekte rollercoaster, heb ik me laten vertellen. Fasten your seatbelts! Je probeert alles bij te houden, maar blijft achter in verwarring. Dan krijg je wat rust om uiteindelijk met een linkse hoek alsnog gevloerd te worden.’

Frank Lammers op de filmset. foto Hildegard Hick – IJswater Films & Pellicola

Frank Lammers op de filmset. foto Hildegard Hick – IJswater Films & Pellicola

Lammers beschikte over een budget van 1,2 miljoen euro. Dat bedrag is grotendeels afkomstig van het Brabants C Fonds en ook voor een stuk uit een geslaagde crowdfunding die zo’n 135.000 euro opbracht. Lammers liet zich daarbij uiteraard als boegbeeld gebruiken, maar heeft zich zo ver mogelijk buiten de financiële perikelen gehouden. Dat zou hem alleen maar van zijn eigenlijke werk, regisseren, afhouden.

Waarom concentreerde die actie zich op Noord-Brabant?
‘Ik heb vanaf het begin tegen Mike gezegd: we moeten het geld in Brabant halen! Daar zijn ze ondernemend en heeft de crisis ook wat minder hard toegeslagen. Dat was natuurlijk vooral bluf, maar toen we geen geld meer van het Filmfonds kregen, hebben we gezegd: Dan gaan we het nú meteen doen, we hebben al te lang gewacht. En Brabant C had best veel geld over toen dat project van de culturele hoofdstad van Europa niet doorging. Daar hebben we geluk mee gehad.’

Je kijkt met erg veel plezier terug op de samenwerking met Kyteman, die de filmscore schreef en met die zijn orkest inspeelde. Het leek wel alsof zich een klein wonder voltrok, zei je ergens…
‘Zij hebben alles live ingespeeld, letterlijk en figuurlijk onder de film. We hebben in Tivoli in Utrecht een bioscoopzaal gebouwd en daar de film laten zien. Zij speelden live mee, werkelijk fantastisch om te zien en te horen! Dat vereiste een soort vierdubbele concentratie van die muzikanten. Toen ik de eerste drie kwartier gehoord had, dacht ik: die opname kun je er zo in één keer onder monteren. Beestachtig goed! Maar natuurlijk hebben ze alles nog vijfentwintig keer gespeeld en hebben we uiteindelijk drie uur muziek opgenomen waaruit we konden kiezen. Alleen die muziek al maakt de film uniek. Maar er is nog veel meer: naakte mannen, naakte vrouwen, iedereen komt aan zijn trekken, haha…’

Zul je bij een volgend regieproject dingen anders doen?
‘Ik zal mezelf vanaf het allereerste begin nóg eigenwijzer opstellen! Ik weet niet of dat werkt, vast niet, maar alleen zo kan ik iets doen aan dat verdomde poldermodel dat helaas ook in de Nederlandse film is doorgedrongen. Filmmakers moeten gewoon hun eigen gang kunnen gaan, maar kunnen dat helaas steeds minder. Daar klagen veel regisseurs over en ik wil proberen daar iets aan te doen.’

‘Of ik gek ben’ komt in het voorjaar van 2016 naar de bioscoop. De producenten zoeken nog steeds sponsors en donateurs voor het première-event dat dan op Strijp-S in Eindhoven plaats gaat vinden. Frank Lammers is intussen ‘in gedachten’ al met een volgend project bezig. ‘Maar daar ga ik nog niks over vertellen, je moet eerst maar eens naar deze film komen kijken…’

www.ofikgekben.nl
www.franklammers.net

© Brabant Cultureel – december 2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *