Een schaap in wolfskleren

Hoe verbouw je een bunker tot een vriendelijk verblijf? Dat is min of meer de vraag wanneer je het Tilburgse poppodium wilt verbouwen tot een aangename ontmoetingsplaats. De essentie van het gebouw laat zich niet ongedaan maken.

door Jan-hubert Bisschops / Mea Culpa

Er bestaat een fundamenteel verschil tussen sfeer en karakter. Het eerste, begrepen als stemming, is vluchtig, kan op elk moment omslaan. Het tweede, begrepen als aard, is stug en blijvend. In aanloop naar de tweede verbouwing van poppodium 013 in haar relatief korte bestaan wordt de nadruk, naast het capaciteitstekort waardoor de grotere ‘acts’ Tilburg links laten liggen, vooral gelegd op het eerste begrip: sfeer.

In het Eindhovens Dagblad van 18 april 2015 wordt het sfeerprobleem waar 013 mee te maken heeft door directeur Frens Frijns omschreven: ‘Het Tilburgs poppodium is zeventien jaar geleden gebouwd, toen was de sfeer alternatief en donker, die van vervallen fabriekspanden. Frijns: ‘Comfort was er niet. Wij waren het eerste nieuwe poppodium in het land en sloten aan bij die sfeer. Daarna zijn er zo’n zestig popzalen bijgekomen, die zijn beter geoutilleerd. Het publiek is ouder en wil gemak, daar spelen we op in.’

Artist impression van het verbouwde 013 aan de Tivolistraat in Tilburg.

Artist impression van het verbouwde 013 aan de Tivolistraat in Tilburg.

Karakter
In de tijd dat 013 gebouwd werd, waren er inderdaad nauwelijks voorbeelden van podia die specifiek voor popcultuur gebouwd waren. Er was nog geen vastomlijnd kader geformuleerd van waaruit je deze opgave kon benaderen. Een nieuwe typologie moest ter plekke worden uitgevonden.

Volgens ‘de kunst van het methodisch vinden’ werd uit een mêlee van randvoorwaarden uiteindelijk een nieuw type gebouw samengesteld. Een massief volume als gevolg van een groot programma op een kleine plek, plus een donkere sfeer die ontstond uit een kruising van een ‘(ouderwets) voetbalstadion met een avant-garde theater’, zoals Arjen Oosterman het in 1999 omschreef in De Architect, plus een ruimtelijke puzzel van drie zalen die dan weer samen dan weer onafhankelijk van elkaar moesten functioneren, plus een doolhof van complexe circuits voor bezoekers en medewerkers, plus een bunker die zich afkeert van een vijandige omgeving, plus een hufterproof materialisering, levert uiteindelijk een op de maat van de popcultuur gesneden gebouw.

In deze zin heeft 013 niet zozeer een sfeer, maar eerder een karakter. Haar identiteit, betekenis, esthetiek, functionaliteit, organisatie en sfeer zijn er bij haar conceptie als het ware ‘ingeslagen’ en maken onlosmakelijk onderdeel uit van haar wezen.

Doorsnede van het gebouw in zijn nieuwe opzet.

Doorsnede van het gebouw in zijn nieuwe opzet.

Bunker
Het oorspronkelijke gebouw van 013 maakt daarmee onderdeel uit van een select gezelschap van gebouwen waar vorm en betekenis samenvallen. Vaak gaat het om gebouwen die niet zozeer zijn ontworpen, maar eerder onder invloed van zeer specifieke, externe condities tot stand zijn gekomen. Het meest sprekende architectonische voorbeeld hiervan is misschien wel de bunker.

In zijn boek Bunker archeology (Princeton 1994) beschrijft de Franse filosoof / stedenbouwkundige / cultuurtheoreticus Paul Virilio de randvoorwaarden waarbinnen de bunkers van de Atlantikwall tot stand hebben kunnen komen: ‘(…) de betonnen massa is gebouwd om stand te houden onder beschietingen en bombardementen, verstikkende gassen en vlammenwerpers. Net als het achttiende-eeuwse bastion het ballistisch systeem van de rudimentaire artillerie materialiseerde, is de bunker gebouwd in relatie tot dit nieuwe klimaat: haar gedrongen volume, haar afgeronde en afgevlakte hoeken, de dikte van haar muren, haar systeem van schietgaten, de verschillende wijzen om deze openingen te verhullen, haar pantserbeplating, de stalen deuren, en ventilatiefilters – verhalen allemaal van deze nieuwe militaire ruimte, een nieuwe ‘klimaatrealiteit.’

De gevel van 013 aan de Veemarktstraat, Tilburg. foto Joep Eijkens

De gevel van 013 aan de Veemarktstraat, Tilburg. foto Joep Eijkens

Ondoordringbaar
013 werd net als de bunkers van de Atlantikwall zeventien jaar geleden gevormd door de ‘klimaatrealiteit’ waarbinnen het moest gaan functioneren. De sluimertoestand van de bejaardenwoningen aan de overkant, de druk van een gegeven stedenbouwkundige envelop, de sereniteit van de kerk aan de Heuvel, het design van de Interpolistuin en het generieke uitgaansgebied rond de Korte Heuvel vormen de vijandige context van een poppodium dat zichzelf graag in de markt zette als de pionier van de counter- sub- underground- cultuur.

Daarom stelt 013 tegenover de alledaagse omgeving een defensief daad: een volledig naar binnen gekeerd volume, een monolithische architectuur waarin het zwarte dakvlak naadloos overgaat in de zwarte gevel, een gedrongen vorm, een uit stalen roosters en betonnen panelen opgebouwd plint, zwart, een ongenaakbaar hufterproof interieur. Dit is geen kwestie van interpretatie. Om met de woorden van Benthem en Crouwel, de architecten van zowel het oorspronkelijke plan als van de twee verbouwingen, op hun website (http://benthemcrouwel.com/?s=tilburg#013-tilburg-172) te spreken: 013 is ‘een compact gebouw, het heeft een eenvoudige, makkelijk leesbare vorm en een aura van ondoordringbaarheid’.

De vernieuwde grote zaal van 013. foto Joep Eijkens

De vernieuwde grote zaal van 013. foto Joep Eijkens

Anachronisme
Vanaf het moment dat 013 haar deuren opende was ze echter al een anachronisme. Alleen al het feit dat 013 specifiek is gebouwd als poppodium laat zien dat pop al lang niet meer gerekend werd tot een sub-, counter- of undergroundcultuur, maar op dat moment al tot een volwaardig onderdeel van de mainstream cultuur was gepromoveerd.

Alle poppodia die na 013 gebouwd zijn, drukken in meer of mindere mate deze veranderde relatie met haar omgeving uit: zij zijn publieksvriendelijk, hip, comfortabel, uitnodigend, multifunctioneel, open en in constructieve verbinding met de plek waar ze staan. Beide verbouwingen die 013 sinds haar opening heeft ondergaan zijn pogingen om deze nieuwe verhouding tot de mainstream te introduceren in een gebouw dat zich daar halsstarrig tegen verzet.

Hoe maak je een bunker vriendelijk? Hoe maak je een hufterproof gebouw comfortabel? Hoe vorm je van een gebouw waarin alleen een efficiënte logistiek belangrijk was om tot een aantrekkelijk ontmoetingsplek? Hoe maak je een specifiek gebouw voor iedereen acceptabel? Met andere worden, hoe verander je de sfeer?

Schaap
Wat de verbouwingen van 013 vooral aan het licht brengen, is dat tegenwoordig typologie ondergeschikt is geraakt aan de sfeer. De ooit vanzelfsprekende en noodzakelijk geachte samenhang en overgang tussen exterieur en interieur is verlaten en gereduceerd tot een externe sfeer die bepaald is door het idee van een counterculture die het ooit probeerde te representeren en een interne sfeer, die zich steeds meer conformeert aan de grillen van de mainstream die het inmiddels bediend.

013 bij avond. fotograaf onbekend

013 bij avond. fotograaf onbekend

Het is precies deze dichotomie, haar opdeling in twee niet-overlappende structuren, die de bepalende karakteristiek van het verbouwde 013 is geworden. Aflevering 14, ‘The Ungroundables’, van het twaalfde seizoen van Southpark eindigt met één van de Goth kinderen die in de gymzaal van de school al zijn medeleerlingen toespreekt: ‘de afgelopen weken is er heel wat verwarring ontstaan en daarom hebben we deze bijeenkomst georganiseerd, om het verschil tussen Goths en Vampieren op te helderen. Laten we hier overduidelijk stellen dat als je een hekel hebt aan het leven, de zon haat uit de grond van je hart en je koffie drinkt en rookt omdat je gewoon niet anders kan, dan ben je Goth. Als je daarentegen zwarte kleren aantrekt omdat je dat leuk vind, het fijn vindt om glitters op je wangen te doen, en je het occulte interessant vindt terwijl je dingen vermijdt die slecht voor je gezondheid zijn, dan ben je hoogstwaarschijnlijk een sukkelige vampier-eikel’. Wat uiteindelijk onvermijdelijk van 013 zal overblijven is een schaap in wolfskleren.

www.013.nl

© Brabant Cultureel – december 2015